Wikia


Goed, dit boek heb ik kort geleden afgewerkt. Het is gebaseerd op Warrior Cats (niet het verhaal maar de wereld zelf) maar het heeft niks te maken met de Clans enzo. Origineel staat het op De Nederlandse Warrior Cats Fanfiction Wiki, maar ik heb besloten het er hier ook bij te zetten :)

In feite kan je het dus ook lezen als je niks van Warrior Cats weet!

En gelukkig voor jou is het boek al helemaal geschreven, dus moet je niet wachten op het volgende hoofdstuk. :) Jullie zullen dus ook zien dat ik veel beter schrijf als het om katten gaat (bij mensen ben ik een beetje verlegen ;D)

Veel leesplezier,

Avondpoot.

Elementen Cover Door Avondpoot















ProloogEdit

Ooit was er een dorre woestijn, die grensde aan een rijk woud, een ijzige vlakte en een graslandschap met meren, rivieren en poelen. Aan het einde van die territoria, was de zee. En de kanten waar er land was, werden omringd door hoge, ijzige bergen met sneeuw op de toppen die nooit smolt. Het was er prachtig, en je kon er best overleven als roofdier. Prooi was er in overvloed, en het water dat van de bergen omlaag stroomde in de poelen, meren en rivieren van het graslandschap-territorium was helder en gezond. Er kwamen vijf katten wonen, en zij verdeelden zich daar. De eerste kat was een vrouwtje, zij ging in het territorium van de woestijn leven. Tegen zonlicht kon ze best, en haar bleke rode vacht was een goede camouflage in de zandvlakten. De tweede kat, een grijs-gemarmerde kater, besloot om in het rijke woud te gaan wonen, omdat hij hield van dichte begroeiing en vogels boven zijn hoofd. De twee andere katten, nog een poes en een kater, gingen in het territorium van de rivier en het territorium van de ijsvlakte. Maar voor de vijfde poes, een zwangere vrouwtjeskat, was geen plaats meer. Waar moest ze haar jongen grootbrengen? De andere katten kwamen haar opzoeken in haar grot bij de bergen die het territorium omringden, en zeiden dat zij haar jongen zouden veilig brengen door ze te verdelen onder elk van hen. De poes weigerde, maar de andere katten maakten haar blind zodat ze machteloos was. Toen ze haar jongen baarde, zagen de vier katten tot hun genoegen dat het vier kittens waren. Elk van die katten had intussen een wijze raadgever gekregen, zwerfkatten of eenlingen die rondreisden en nu hun plek hadden gevonden. En iedere raadgever had een droom gekregen. Een profetie. Die luidde "Vier katten, Vier territoriums, Vier leiders, Vier raadgevers. En de vier katten, de vier kittens, zijn de elementen waarvan de toekomst van hun groepen vanaf hangt." Deze kittens zouden machtiger worden dan ooit tevoren! De kitten die naar het ijzig landschap moest, was een bleekgrijs poesje (bijna wit) met een glanzende dikke vacht en een grijs staarttopje. Haar leider noemde haar Vleugel Van Wind, of Wind. De poes die naar het territorium van het water moest, een donkergrijs poesje met een lichtgrijze borst, poten en staarttop, werd Wolk Van Water genoemd, of Water. Vervolgens had je Klauw Van Vuur, of Vuur, die naar het woestijnterritorium ging, en Vlek Van Aarde, of Aarde, die naar het woud moest. Wind, Water, Vuur en Aarde wisten niet dat ze verwant waren aan elkaar, en de groepen groeiden, de kittens werden ouder, en hun moeder werd vermoord. Maar de profetie was nooit vergeten, en op een dag zou alles anders worden. Op een dag zullen ze niet elkaar, maar zichzelf moeten bestrijden. En op die dag, zou alles ontdekt worden, van de moord op hun moeder tot de verdeling en de profetie. 

De GroepenEdit

katten die onderlijnd zijn hebben een grotere rol.Edit

De Groep Van De Droge WoestijnEdit

Leider: Zonsondergang Met Wolken (Wolken)- bleekrode poes met groene ogen.

Raadgever: Blad Van Goud (Goud)- aardige schildpadpoes met amberkleurige vlekken en goudgele ogen.


Vechters:

Klauw Van Staal (Staal)- donkergrijze kater met gouden ogen.

Staart Van Luipaard (Luipaard)- goudgevlekte poes met goudgele ogen en een staart met schildpad-vlekken in het goud.

Jagers:

Neus Vol Vlekken (Vlekken)- vlekkerige grijze lapjespoes.

Klauw Van Vuur (Vuur)vlammend rode kater met blauwe ogen.

Hart Met Snelheid (Snelheid)- snelle zwart-witte poes met groene ogen.


Vecht-leerlingen:

Poot Van Zand (Zand)- bleekbeige poes met groene ogen met bruine kern en een dikke, pluizige staart.

Poot Van Mos (Mos)- kleine schildpadpoes met een kort, bol staartje, pluizig als een bol mos.

Jaag-leerlingen:

Poot Van Kracht (Kracht)- sterke bruine kater met brede schouders en scherpe, plooibare klauwen.

Poot Van Furie (Furie)- donkerroste poes met groene ogen.

Poot Van Stromen (Stromen)- zilvergrijs gestreepte poes met golvende strepen en lichtblauwe ogen.

De Groep Van De IJzige VlaktenEdit

Leider: Wolk Van IJs (IJs)witte poes met een grijze snoet, poten, staarttop en oren.

Raadgever: Waterval Vol Druppels (Druppels)- gespikkelde grijze kater.


Vechters:

Klauw Van Sneeuw (Sneeuw)- witte kater met scherpe klauwen en stevige schouders. Heeft geen staart.

Wolk Van Zuiverheid (Zuiverheid)- zuiver witte poes met bleekgrijze ogen, is heek sluw en snel in de strijd.

Jagers:

Oor Van Panter (Panter)- witte kater met kleine ronde oortjes.

Vleugel Van Wind (Vleugel)- hele bleekgrijze poes (bijna wit!) met bleekblauwe ogen.

Vlek Van Schelp (Schelp)- witte poes met nauwelijks zichtbare strepen in het bleekbruin en bleekgrijs.


Vecht-leerling:

Poot Van Smaragd (Smaragd)kleine witte poes met felle, smaragdgroene ogen. Is heel dapper in noodsituaties.

Jaag-leerlingen:

Poot Van Bladeren (Bladeren)- vrolijke lichtgrijze poes met lapjes.

Poot Van Sluiper (Sluiper)- verlegen wit met zilvergrijs gevlekte poes met een pluizige staart en gele ogen.

De Groep Van Het Diepe WoudEdit

Leider: Klauw Van Stenen (Stenen)- gemarmerde donkergrijze kater met felle, groene ogen.

Raadgever: Woud Vol Takken (Takken)- bruine cyperse kater met gouden met groene ogen.


Vechters:

Vlam Van Maan (Maan)- grijs met bruin gevlekte poes.

Vuur Vol Vlammen (Vlammen)- rode kater met scherpe klauwen, kent geen angst.

Jagers:

Vlek Van Aarde (Aarde)lapjeskat met groene ogen en een korte, dikke staart.


Vecht-leerlingen:

Poot Van Perzik (Perzik)- rossig-crèmekleurige poes met blauwe ogen.

Poot Van Crème (Crème)- crèmekleurige kater, broer van Perzik.

Jaag-leerling:

Poot Met Gloed (Gloed)- stille zilvergrijze poes die je zelden ziet.

De Groep Van De WaterpoelenEdit

Leider: Vleugel Van Kiezels (Kiezels)- grijs gespikkelde kater met donkerblauwe ogen.

Raadgever: Bubbel Van Waterval (Waterval)- blauwgrijs met wit gevlekte poes.


Vechters:

Wolk Van Bellen (Bellen)- grijs met wit gevlekte kater, Waterval's broer.

Staart Van Vlinder (Vlinder)- schildpadpoes met wit, heeft gouden ogen en een lange, pluizige staart. 

Glans Van Wilg (Wilg)- witte poes met zilvergrijze cyperse vlekken en grijze oortoppen.

Jagers:

Wolk Van Dageraad (Dageraad)- gestreepte poes met de kleur van de opkomende zon, heeft blauwe ogen.

Wolk Van Water (Water)- donkergrijze poes met een lichtgrijze borst, staarttop, poten en oren, en lichtblauwe ogen.

Gloed Van Zonsondergang (Zonsondergang)- rost gestreepte kater.


Vecht-leerlingen:

Poot Van Zon (Zon)- gouden poes met blauwe ogen.

Poot Van Eekhoorn (Eekhoorn)- donkerrode effen poes met een blekere staart en groene ogen.

Jaag-leerling:

Poot Van Noten (Noten)- nootkleurig gevlekte kater.

Hoofdstuk 1 (Vuur)Edit

"We gaan een grensontmoeting doen!" riep Wolken. Ik knikte. Hopelijk zou ik meemogen! Dat zou mijn eerste grensontmoeting zijn als Jager. Aan de andere kant van het kamp waren de Vechters aan het trainen. Wolken keek onderzoekend haar krijgers één voor één aan."Vuur, ik, Goud, Vlekken, Luipaard, Zand en Furie gaan mee." Miauwde ze dan. Voldaan ging ik bij de patrouille voor de grensontmoeting staan, en babbelde even met Vlekken en Luipaard. Vlekken was mijn mede-Jager, en Luipaard een goede Vechter. De patrouille vertrok, en even later stonden we bij de grens van De Groep Van De IJzige Vlaktes. Een kleine witte poes met haar leraren, leider en nog wat vechters stonden daar al."Hoi." zei ik. De kleine witte poes keek me wantrouwig aan. Ze had felgroene ogen, en ik voelde mijn binnenste in brand schieten bij die aanblik. Opeens kreeg ik een visioen, waarbij ik een poes hoorde gillen alsof ze gemarteld werd en ik voelde iets heets op mijn vacht druppen. Dan was het verdwenen en lag ik neer in de half gesmolten sneeuw van De IJzige Vlaktes. De kleine leerling stond over me heen gebogen, maar de rest van de groepen waren aan het babbelen wat verderop."Gaat het?! Wat is er gebeurt?" vroeg het poesje. Ze had een redelijk hoge stem. Mijn hart bonsde in mijn keel."Ik... ik weet niet." Ik stond op en schudde de sneeuw van mijn vacht."Ik ben Smaragd." miauwde het poesje."Vuur." zei ik. Smaragd's ogen glinsterden."Kunnen we elkaar nog eens ontmoeten?" Ik aarzelde. Het was niet verboden om vrienden te zijn met een andere kat, maar zonder toestemming van de leider... Maar toen zag ik Smaragd's felle ogen en zei zonder er bij na te denken "Ja!". Smaragd maakte een vrolijk sprongetje."Yes!!" Haar witte pels was nauwelijks zichtbaar in de zuivere sneeuw. Het was dit jaar Seizoen Van De Sneeuw, dan was er zelfs op het droge woestijnachtige gebied waar ik leefde wat ijs en sneeuw, maar De IJzige Vlaktes hadden het meeste."Wat is jouw volledige naam?" vroeg Smaragd."Klauw Van Vuur." Miauwde ik."Mijn volledige naam is Poot Van Smaragd." Aha. Ze was dus nog een leerling, dat verklaarde haar grootte!"Wat dacht je ervan om me bij De Bevroren Wilgen te ontmoeten, morgenavond?" vroeg Smaragd. Ik keek naar de bomen waarvan de hangende bladen bedekt waren met rijp en ijspegels. Ze stonden over de IJzige Rivier gebogen, en als je diep genoeg in het bosje van wilgen dook was je van geen kanten zichtbaar."Oké." miauwde ik."Dag!" riep Smaragd toen onze patrouille doorliep om de andere Groepen te gaan ontmoeten op de Grenzen.

En die nacht kon ik niet slapen. Mijn hart bonsde in mijn keel toen ik opstond om midden in de nacht een leerling van een andere Groep te gaan ontmoeten. Maar ze was niet zomaar een leerling. Ik vond haar best leuk, dus wat kon er mis gaan? Ik liep het kamp uit, en botste pardoes tegen Vlekken op. De grijze lapjespoes wankelde, maar ik kon haar weer overeind trekken en zag dat ze heel hard bloosde, wat mompelde en vlug wegtrippelde. Geweldig. Was Vlekken nu verliefd op me?! Ze kon er naar fluiten want ik... hmm. Een idee schoot me te binnen. Ik kon Vlekken als dekmantel voor mijn vriendschap met Smaragd gebruiken! Ik zou doen alsof zij mijn vriendin was en ondertussen met Smaragd omgaan, en niemand zou me kunnen verdenken omdat ik al "een partner had" dus mijn vriendschap met Smaragd zou gewoon geaccepteerd worden. "We zouden toch nooit samen gaan". Ik glimlachte. Wat een geniaal plan! En terwijl ik het droge gebied in trippelde was mijn enige gedachte de kleur van Smaragd's ogen.

Hoofdstuk 2 (Vuur)Edit

Mijn poten zakten weg in het zachte zand van de woestijn. Zo hier en daar waren er bevoreren plekken waar ik mijn pootkussentjes schaafde omdat ik even niet nadacht. Prooi liet de verdorde bosjes rond me ritselen, maar ik schonk er geen aandacht aan. Toen de IJzige Vlaktes in zicht kwamen begon ik te rennen, en even later zag ik de bevroren wilgen opdoemen uit de duisternis. Het ijs dat ze liet schitteren twinkelde in het maanlicht, en ik dook onder de laag hangende takken door naar binnen. Hier lag er geen sneeuw, maar een dik tapijt van mos dat zelfs op de stammen van de wilgen groeide. Het voelde heel comfortabel onder mijn poten, en dus ging ik liggen. Na een poosje dook er een wit figuurtje onder de takken en sprong naar me toe."Je bent er!! Je bent er!!" riep ze blij. Ze sprong op me en zo worstelden we even. Ik vond haar echt leuk. Ze was ondeugend, sterk, snel, getalenteerd, knap en... roekenloos. Dat merkte ik toen ze op gevaarlijke hoogte in een van de wilgen klom, zonder nadenken op me sprong (als ze dat niet gedaan had was ze nu waarschijnlijk dood, ik had haar val zowat gebroken), en ze bijna een helling afgleed in een ravijn waar er puntige rotsen waren. Maar tot nu toe had ze nog nooit een ongeluk gehad, dus ik kon haar blindelings vertrouwen. We hadden het even over onze toekomst."Hoe wil jij ooit noemen mocht je leider worden en je je naam zou willen veranderen?" vroeg Smaragd. Haar ogen gloeiden groen in het duister van de nacht."Storm Van Vuur, misschien." mauwde ik."Ik wil later, als Vechter, Vlam Van Smaragd heten." Haar stem klonk zo hunkerend dat ik een steek van medelijden voelde. Het zou vast nog maanden duren tot ze eindelijk Vechter zou worden. Toen de zon begon op te komen, zuchtte ze."Ik moet gaan. Mijn Trainers willen vroeg beginnen, en ik..." een golf gouden zonlicht overspoelde de wilgen."Spreken we morgen weer af?" vroeg ze. Ik knikte."Zelfde plek, zelfde tijd. Dag!" ik keek toe hoe het witte poesje het door de zon goudgekleurde veld van sneeuw afrende, haar staart wapperend achter haar aan.

"Smaragd!" Ik voelde ongerustheid groeien toen ik omlaag van de helling sprong en mijn nieuwe vriendin nergens zag. Na een tijdje stappen zag ik haar zitten. Ze zat een paar meter verder van de achterkant van de wilgen, haar kop gebogen, schouders opgetrokken. Ik zag meteen dat er iets mis was. Toen ik haar naam riep, antwoordde ze niet. In een paar sprongen was ik dichterbij haar, maar ik durfde niet nog dichter te komen."Smaragd?" mijn stem kwam als een halfstille fluistering uit mijn mond. Toen zag ik iets roods op de sneeuw druppen. Aan Smaragd's linkerkant was de sneeuw doorweekt van het bloed. Dan pas zag ik het roerloze bundeltje lichtgrijze vacht in de sneeuw liggen, met diepe krassen in de kleine nek en buik. Ik herkende het levenloze lichaam van een kitten uit Smaragd's groep."Ze is dood ze is dood ze is dood..." was het enige dat Smaragd kon murmelen. Zonder na te denken liep ik naar voren en draaide smaragd om. Er was een diepe snee op haar wang."Hey, ben je oké?" vroeg ik trillend. Smaragd's ogen waren glazig. Toen ebde de mist erin weg, en even knipperde ze met haar ogen toen ze mij herkende."V... Vuur?" ze beefde, en ze was... echt ijskoud."Je bent onderkoeld, wat is er gebeurt?" vroeg ik duidelijk. Smaragd schudde haar hoofd en tranen welden op in haar ogen. Ik trok haar naar me toe zonder na te denken aan het feit dat ik dit normaal nooit gedaan zou hebben. Dan likte ik haar bloedende wang."Kan je me vertellen wat er gebeurt is, Smaragd?" Het witte poesje huiverde even van de kou, maar dan begon ze zachtjes te spreken."Wolkkit was het kamp uit-...gegaan...." hikte ze."Ik ben haar achterna gegaan... om-omdat ik haar zag wegvluchten.." tranen rolden over haar wangen."Maar dan-dan... sp-sprong er een vos tevoorschijn en die mepte me weg en toen was ik buiten westen... en-en... en... toen ik wakker wer-werd, dan was Wolkkit dood... en-ik-ik...." ze barstte in tranen uit en begroef haar gezicht in mijn vacht. Haar hele lichaam schokte."Wat moet ik nu doen?!" jammerde ze. Ik likte haar kop."Eerst opwarmen. We gaan Wolkkit begraven en als het moet kom ik met je mee naar de Clan om alles uit te leggen. Dan zeg ik dat ik het zag vanaf de grens."O Ja? En aan wie zou je dat zeggen moest diegene pootstappen gevonden hebben ver in het territorium?!" sneerde een kille stem achter ons. Ik sprong recht overeind, mijn vacht dik opgezet van woede en schrik. IJs, de leider van de IJzige vlaktes en De Groep van de IJzige Vlaktes stond triomfantelijk en met haat in haar ogen een vossenlengte van ons vandaan.

Hoofdstuk 3 (Vuur)Edit

Ik kon niks anders doen dan verdoofd staren naar IJs."Vuur, Ik contacteer je leider. Smaragd, jij wordt officieel uit je leerlingschap gehaald. Je bent nu een verrader in onze ogen en je zal nooit meer dan dat zijn. Direct bij aankomst in het kamp zetten we je in de gevangenis." De stem was zo koud, sterk en bevelend, en zelfs al had ik gewild, dat zou ik niet tegengesproken kunnen hebben. Ik was een verrader. Ik zou ook in de GroepsGevangenis gezet worden. Het was een duistere plek waar alle verraders, moordenaars en vijanden in gezet werden. Ik was de eerste soort. Onze gevangenis was bij een grote zandrots, daarin was een diepe tunnel waar maar weinigen uit terugkeerden. Ik had alleen van vrijgelaten gevangenen (die later heropgevoed werden) gehoord dat er een grote grot was met allemaal gaten in de muren waar er harde doorns voor bevestigd waren zodat, als je zelfs de kracht had om het uit te breken, je je lelijk pijn zou doen moest je proberen er door heen te rammen. Ik had ook eens gehoord bij een grensontmoeting dat de gevangenis van de IJzige Vlaktes ver weg was, aan de grenzen van onze territoria. Daar waren heel koude bergen, en in die bergen waren er gangenstelsels waar je zomaar in kon verdwalen en nooit meer terugkeren. Eén ding wist ik zeker: onze toekomst zag er niet goed uit.

Een kleine patrouille leidde me naar het einde van de zandvlaktes, en de zon brandde op mijn rug, nek en kop toen ik met Wolken, Goud en Luipaard naar de Gevangenis liep. Toen we bij de donkere tunnelmond aankwamen, voelde ik voor het eerst angst door me heen schieten. Hier zou ik nooit meer uitkomen in jaren. Ik had eens van Staal gehoord dat je er maar eens in drie dagen eten en drinken kreeg, zodat je niet kon ontsnappen omdat je zwak was. Tijdens de koude maanden kreeg je nauwelijks voedsel. Ik miste Smaragd, en ik kon haar alleen het beste wensen. Ik hoopte dat zij ook aan mij dacht. 

De cel waar ik in zat was kil en koud, nat en slijmerig. Er lag één schriele muis op de grond, naast een dor mosnest, maar ik had nog geen honger. De bewaker van mijn cel zat een stuk voor de tralies."Waar is Smaragd?!" siste ik."Jouw vriendinnetje zal er veel slechter vanaf komen." grinnikte hij. Er schoot een steek van angst door me heen."Hoezo?!" De bewaker grijnsde. Zijn scherpe tanden blikkerden in het halfduister."De Groep van de IJzige Vlaktes marteld hun gevangenen namelijk, en vooral de verraders pakken ze hard aan. Zelfs als je katje er levend vanaf komt, zal ze het daglicht nooit meer zien. Wij zijn de enige Groep die aan heropvoeding doet, snap je." En toen ik die vele uren, dagen, weken in dat koude hol lag te vermageren en uit te hongeren, hoopte ik dat Smaragd sterk was. Ik moest hier uit komen, en dat zou ik ook doen. Binnenkort. Ooit. Waarschijnlijk. Misschien. Hopelijk.

Hoofdstuk 4 (Smaragd)Edit

Ik werd op een platte open plek in de bergen neergegooid, die besmeurd was met opgedroogd bloed en verse sneeuw. Dit was de martelplaats. Wat moest ik nu doen?! Ik ging sterven van de pijn of bloedverlies, dat wist ik zeker. Mijn hart bonkte in mijn borst, ik voelde me zieker dan ooit. Ik ging sterven. Ik ging sterven!!! Drie martelaars gingen rond me staan. Ik ontblootte mijn tanden en grauwde naar hen, maar de eerste twee waren naar voren gesprongen en drukten me neer tegen de grond. Ik spartelde maar kon niet loskomen. De laatste martelaar keek me koud aan."Ik hoop dat je hieruit iets zal leren." Hij dook naar voren, en bloed spatte op de rotsen toen hij zijn klauwen in mijn buik boorde. Ik gilde het uit, ik wist niet hoelang of hoelang ik nog zou door kunnen gaan, maar ik gilde alleen maar luider toen tanden de bovenkant van mijn rechteroor verscheurden. Gloeiende pijn teisterde mijn lichaam, ik schreeuwde en gilde en krijste alsof mijn leven ervanaf hing. Eigenlijk was dat ook zo. Na die ellenlange marteling stapten de martelaars achteruit. Ze waren besmeurd met mijn bloed, maar zelf hadden ze niks. De grond zat ook onder mijn bloed. Toen ramden ze me overeind, en ik moest alles in het spel gooien om overeind te blijven staan terwijl ik uitglijdend over het bloed in mijn cel werd gegooid.

Ik wist niet hoelang ik geslapen had, als ik dat al gedaan had, maar ik wist alleen dat ik rammelde van de honger en dat ik dringend water nodig had. Er was een kleine opening in de wand, waar je door kon kijken als je een stuk van de doorns die erover hingen wegduwde. Hels wit licht scheen in mijn ogen, en ik deinsde achteruit. Het duurde even voor ik weer aan het donker gewend was. Het was zo te zien morgen, misschien wel een paar dagen na de marteling, en de mist die hier normaalgezien hing was opgetrokken. De koude berglucht hier was snijdend, mijn longen deden pijn van het gillen en ze werden er niet beter op als ze nog bevroren werden ook. Ik zag een hoop smerig, vochtig mos op de grond in een hoek liggen. Daar ging ik zeker niet beter van worden. Ik keek even de cel rond. Dan zag ik bij de met doorns afgesloten ingang een tak zachte, droge bladeren. Ze waren nog groot ook. Ik begon ze er af te rukken en legde ze op het kille mos. Dan rolde ik me op op het bedje gemaakt van alles wat ik hier kon vinden. Koude drong mijn met bloed besmeurde pels binnen, en na een tijdje zag ik dat hij bedekt was met een laagje ijs. Mijn snorharen waren ook halfbevroren, en ik rilde harder dan ik ooit gedaan had. Harder dan ik gedaan had toen Vuur me tegen zich aan had getrokken om me te troosten. Vuur. Tranen welden op in mijn ogen. Ik hoopte dat het met hem beter ging dan mij. Ik hoopte dat hij nog in leven was.

Het leek alsof ik jaren, misschien wel tientallen jaren, in die cel lag, onderkoeld, ondervoed en altijd dorstig. Om de vijf dagen kreeg ik soms een dunne muis waar nauwelijks iets aan te knagen viel, en een kuipvormig bevroren blad wet een onnozel plasje water. Het water bewaarde ik in een put die ik had gegraven (mijn klauwen deden nog steeds pijn, ik kon nauwelijks lopen), en die onderaan bedekt was met takjes, opgedroogde modder en bladeren, zodat het water niet kon weglopen of in de grond trekken. Als ik veel dorst had dan likte ik water op uit de halfvolle put, maar op een dag ontdekte de controle het en werd de put dichtgegooid. Sindsdien moest ik een dag langer wachten op mijn drinken. Ik voelde me hulpelozer dan ooit. Maar spijt kreeg ik niet. Ik wou geen spijt krijgen. Dat wilden zij net. Dat ik spijt zou krijgen dat ik met Vuur omging, en dat ik hem dan zou gaan haten omdat het "zijn schuld was dat ik gemarteld werd". Nee. Ik bleef mezelf. Ik mocht mezelf niet verliezen, niet nu, niet ooit, gewoon niet. Voor Vuur. Maar naarmate de Koude Seizoenen naderden raakte ik meer en meer onderkoeld. Er waren dagen dat ik me niet kon verroeren omdat ik verstijfd was. Er waren dagen dat mijn snorharen braken omdat ze zo hard bevroren waren. Er waren dagen dat mijn bevroren pels tegen mijn magere lijf en mijn ribben geplakt zat. En het bloed, het kenmerk van een marteling, ging maar niet weg, zelfs niet als ik het zwakjes likte. Ik moest er afschuwelijk uitzien. 

Het was een morgen, ik weet niet hoe lang ik nu al in die cel zat, maar het was wel licht aan het worden. Ik was mijn bevroren vacht aan het opwarmen in een straaltje warm zonlicht dat mijn cel binndendrong, toen ik een snerpende gil hoorde. Een wanhopige. Ik dook naar de ingang van mijn cel, waar een miniscule opening was, en keek daardoor. Een jonge, zwangere poes werd een stuk voor mijn cel en die van mijn buren op de grond gegooid. Ze beefde zo hard dat de sneeuw rond haar trilde."Alsjeblieft, genade, genade!" smeekte ze snikkend. Mijn hart sloeg een paar tellen over, zodat het leek alsof ik in een diep gat viel. Het was een jonge moeder uit mijn Groep, ze was zwanger maar niemand kende de vader."Ben jij, Druppel Van Azuur, de moeder van de ongeboren jongen van een niet-IJsvlakte kat?!" vroeg een kater kil. Zijn lange, scherpe klauwen tikten dreigend op de grond."J-Ja..." piepte Azuur."Je bent een hoogverrader door partners te worden met een andere kat dan uit onze Groep, en hierop staat de doodstraf. Heb je iets ter verdediging te zeggen?" Azuur slikte, en schudde zachtjes haar kop."Mijn jongen hebben niets verkeerds gedaan... alsjeblieft, genade..." fluisterde ze. Ik voelde tranen opwellen. Hoe konden ze zo wrééd zijn?!"Dit is niet onze beslissing. Wij voeren met plezier bevelen uit, en ons bevel nu is jou doden voor het lot van de Groep. Je bent een afschuwelijk voorbeeld, Druppel Van Azuur, en iedereen is beter af zonder jou." De kater sprong naar voren en boorde zijn messcherpe tanden in Azuur's keel. De moeder krijste het uit van angst, pijn en wanhoop, en ze werd tegen de deur van mijn cel gegooid. Ik slaakte een zacht snikje. Bloed droop onder de doorns vandaan mijn cel binnen, die er zo al van stonk. Toch keek ik onder de doorns door, en zag een helderblauw oog van Azuur. Het oog flikkerde even, maar keek me toen aan. De mond vormde geluidloze woorden. Help... Ik voelde tranen over mijn wangen stromen, en sloeg mijn poten over mijn oren om Azuur's wanhopig gespartel en zacht gegil niet te hoeven aanhoren. Als het zo doorging, werd ik gek.

Hoofdstuk 5 (Vuur)Edit

Ik at de muis op die me gebracht was, en sloot mijn ogen. Ik miste Smaragd zo erg... ik hoopte dat ze niet dood was. Dat zou ik niet overleven. Ik moest hier uitkomen. Ik moest Smaragd bevrijden en samen zouden we weglopen van huis. Samen zouden we glukkig zijn. Ik hield van haar. Het was allemaal heel snel gegaan, maar toch... en ik ging hier uitkomen, hoe dan ook, koste wat kost. het mòèst. En ik begon een plan te bedenken.

Iedere ochtend kwamen de bewakers op controle. Het waren er gemiddeld 3, en 2 daarvan waren nog in bewakingstraing. De oudere bewakers sliepen in een grot bij de ingang van de Gevangenis, en je kon ze onmogelijk wekken, vooral als ze nachtwacht hadden gehad. Als ik de 3 controleer-bewakers wist uit te schakelen, zou ik de deur proberen uit te beuken, wat best zou moeten lukken omdat de doorns stiekem aan het rotten waren. Vervolgens zou ik zo snel als ik kon de gevangenis uitrennen en de grens over. Ik zou via de omringende bergen gaan, tot bij de Gevanenis van de IJzige Vlaktes. Daar zou ik Smaragd bevrijden en samen zouden we wegvluchten uit de territoria.

Ik wachtte tot het donkerder werd dan het al was in de cel, en dan tot iemand aan mijn deur begon te rammelen."Hoe gaat 'ie, Vuur?" hoonde de stem van een bewaker."Hou je bek!" snauwde ik."Hé, hé, ik geef je dus wel je voedsel hè!" spuugde de controleur verontwaardigd."Welk voedsel?! Ik wed dat je al de lekkere muizen voor jezelf houd!" kaatste ik terug. De controleur grinnikte. "Je krijgt allesinds meer voedsel dan je vriendinnetje. Zij moet drie dagen langer wachten." ik voelde een steek van medelijden voor Smaragd. Eindelijk ging de ingang van mijn cel open, en ik dook naar voren. Mijn spieren schreeuwden het uit van pijn en stijfheid, maar ik wist de bewaker omver te duwen en ramde zijn kop tegen de muur. Hij viel knock-out op de grond. De twee andere bewakers brulden van woede en stormden naar me toe, maar ik was de donkere tunnelmond al ingerend. Mijn spieren waren zwakker dan ooit, en ik besloot dat als ik Smaragd had gevonden, ik meteen zou jagen voor ons beiden. 

Toen ik de IJzige Vlaktes bereikte was het begonnen met sneeuwen, en mijn pels zat nu onder het koude poeder. Misschien zou ik zo ongemerkt Smaragd's cel kunnen openen alsof ik bij de controle hoorde! Ze zouden me nauwelijks herkennen. Ik zag van ver al de scherpe pieken uitsteken waar de gevangenis was gebouwd, en ik miste Smaragd nu erger dan ooit. Nog heel even en ik zag haar weer!! Als ze nog... Maar daar moest ik niet aan denken. Ze had het zeker overleefd. Het kon niet anders. Ik liep zo nonchalant mogelijk de gevangenis in."Hey, hoor jij bij de controle?" vroeg een bewaker me."Ja." ik knikte."Oké. Jij doet de cellen van de leerlingen en jonge krijgers." Ik voelde me blijer dan ooit. Het was net de groep cellen waar Smaragd ook zat! Ik opende de eerste cel. Daar zaten twee piepjonge leerlingen die me met grote angstogen aankeken. Ze zaten onder het bloed en de sneeuw, en hun vacht en snorharen waren bevroren. Ik knikte kort, sloot de cel met een afschuwelijk schuldig gevoel en ging naar de volgende. Daar zat een jonge vrouwtjespoes luidop in zichzelf te mompelen. Zo te zien had ze ze niet alle vijf meer. Ik sloot de cel weer en ging door naar de derde. Die was leeg. Bij de vierde cel ging mijn vacht recht overeind staan. De wand en de deur waren ondergespat met bloed, en de grond was puur opgedroogd bloed... Ik huiverde. Het lichaam van een zwangere poes lag achter me, en een plas bloed had zich onder haar gevormd. Ik opende de celdeur, verwacht weer een paar leerlingen of jonge krijgers te zien, maar ik kreeg bijna een hartaanval toen ik de bevroren, bebloede, met aarde besmeurde, vuilwitte Smaragd zag zitten. Ze keek op alosf ze me niet zag, en het eeuwige licht in haar groene ogen leek gedoofd te zijn. Ze was gewoon puur uitgemergeld. Mijn hart bonsde in mijn keel."Smaragd... ik ben het, Vuur!!!" murmelde ik. Smaragd schudde haar kop."Vuur is dood. Vuur komt niet meer. Hij heeft me verlaten." Haar stem was hees, alsof ze hem in geen maanden gebruikt had."Nee, ik ben Vuur en ik ben hier om je te redden!!" ik voelde mijn ogen prikken door wat ze gezegd had."Alsjeblieft.." smeekte ik."Het komt goed. Het komt allemaal goed. Vertrouw me." Ik stak mijn poot naar haar uit. Dan zag ik hoe erg ze toegetakeld was. Eén van haar oren was totaal verscheurd, ze zat onder de wonden en had een paar littekens en een deel van haar staart was ontstoken. Even gleed er een gloed van herkenning over haar ogen."V... Vuur??..." Het leek alsof ze nauwelijk bij bewustzijn kon blijven."Ik ben hier, je bent hier zo weg, kom gewoon met mij mee!" Het witte poesje stond op, haar magere poten konden haar lichaam nauwelijks dragen."Hey jij daar!" Riep ik naar een bewaker."Ik moet deze eens ondervragen! Ik ben zo terug!" hij knikte nors en liep naar de cellen aan de rechterkant. Ik legde mijn staart over Smaragd's schouders en keek naar de gang die zich voor ons uitstrekte. De enige manier om hier weg te komen was via het doolhof. We liepen een stuk rechtdoor, en dan kwamen we bij een driesplitsing. Ik nam de rechterweg, en we liepen weer door. Die weg liep jammer genoeg dood, dus gingen we terug naar de driesplitsing en namen de middelste weg. Daar konden we gelukkig wel weer doorlopen, en na enkele uren dwalen, gokken en zoeken zagen we een lichtpuntje in de verte van het doolhof. Hoop schoot als bliksem door me heen. Ik greep Smaragd half en half aan haar nekvel, en ik stormde naar de uitgang. Maar halfverwege werd ik getackeld en smakte ik neer op de grond. Smaragd vloog een paar meter verder. Een vos keek me met glimmende rode ogen aan. Hij grauwde triomfantelijk en boorde zijn vlijmscherpe klauwen in de grond. Ik ging sterven. En Smaragd ook. Maar ik had tenminste geprobeerd haar te redden. Ik had haar tenminste nog gezien. De vos haalde uit met zijn klauw, die steeds groter werd naarmate hij dichter bij me in de buurt kwam. Een flits groene ogen schoot voor mijn blikveld. Smaragd's ogen gingen het laatste zijn dat ik ooit zou zien... maar dan sprong er iets wits voor me, iets kleins. Bloed spatte op me toen het werd geraakt midden in haar sprong, en het viel slap neer op de grond. De vos brulde woest, en ik dook naar hem toe. Razernij vulde mijn hoofd. Hij had Smaragd geslagen!!! Hoe durfde hij!!! Ik beet diep door in zijn keel, tot hij dood neerviel op de grond. Dan draaide ik me om naar Smaragd. Het witte poesje was overeind gekrabbeld, maar het zag er niet naar uit dat ze lang zou kunnen blijven staan. Bloed droop uit een klauwwond van haar keel tot het einde van haar flank."Vuur..." haar stem was dik van het bloed dat haar mond vulde. Ik ging vlug achter haar staan om haar te ondersteunen, maar ze viel neer op de grond, bloed vormde zich in een plas onder haar."Blijf bij me..." fluisterde ze hees. Ik knikte. Tranen welden op in mijn ogen toen ik me rond haar lichaam krulde."Ik laat je niet sterven!" siste ik. Ik greep haar aan haar nekvel en sleepte haar met veel moeite naar de uitgang van het labyrint. Daar was een klein hol gemaakt van boomwortels aan de voet van een rots, die de wind en de sneeuw tegenhield. Het hol was warm, er was geen sneeuw en er lagen droge bladeren en vers mos. Ik begon daarvan een nest voor Smaragd te maken en legde haar erin neer. Dan rende ik naar een holle boom waaruit ik spinrag pakte. Dat drukte ik tegen Smaragd's wonden. Ze ging beter worden. Het moest. Ze mocht nu niet sterven!!! Haar koude adem streek langs mijn pels, en ik ging rond haar liggen om haar op te warmen."Je mag me niet verlaten." fluisterde ik. 

Hoofdstuk 6 (Vuur)Edit

De kilheid van de ochtend drong door tot mijn vacht. Het was daardoor dat ik gewekt was. De zon was nog niet opgekomen, maar je kon een scherpe gele rand zien waardoor de bergen scherp afstaken tegen de rooskleurige hemel. Pas toen ik naar omlaag keek, waar Smaragd had gelegen, ontdekte ik dat ze er niet meer was. Angst schoot door me heen, en ik sprong overeind. Een hulpeloze wanhoopskreet klonk verderop, en ik stormde naar de plek waar het geluid vandaan kwam, achter een paar rotsblokken en een bevroren beekje. Ik gleed bijna uit over de sneeuw, maar toen sprong ik over de rotsblokken. Mijn hart stond stil. IJs stond daar, met minstens vijf van haar elite-bewakers. Ze had Smaragd tegen de grond geklemd, de witte poes' ogen waren groter dan ooit tevoren en haar pupillen waren niet meer dan stipjes. Bloed sijpelde omlaag langs haar schouders; haar nek was opengereten."...Vuur, nee!" fluisterde ze. Tranen welden op in haar ogen, vermengd met... bloed. De bloed-tranen stroomden over haar wangen."Je kan kiezen, Vuur." IJs' stem klonk koud als de wind die uit het Noorden kwam."Oftewel spaar ik Smaragd, en gaan jullie allebei in een specialere en beter beveiligde gevangenis, oftewel dood ik haar en sluiten we jou op." Smaragd schudde zachtjes haar hoofd, zo goed als het kon met het bloed en de snijwonden. Haar ogen flitsten toen ze hard met een poot in IJs' gezicht mepte, en de witte vrouwtjeskat beet diep door in Smaragd's keel."Het ziet er naar uit dat je vriendin zelf gekozen heeft." Siste ze toen ze eindelijk losliet en Smaragd met een doffe klap op de grond viel, waarna bloed een poel onder haar vormde. Haar groene ogen twinkelden voor de laatste keer toen ze de mijne ontmoetten, en dan werden ze troebel en blind toen het leven in Smaragd doofde. Nee!!! Niet nu, niet nu!!! Tranen welden op in mijn ogen, en ze stroomden over mijn wangen. Opeens sprong er een lapjeskat tevoorschijn. Hij had glinsterende, groene ogen en scherpe klauwen boorden zich in de grond toen hij al zijn rughaar opzette. Een witte poes en een grijze poes met witte borst, poten, muil en staarttop voegden zich bij hem."De oorlog is voorbij, IJs. De andere Groepen hebben gewonnen en die van jou moet nu, voor de zon ondergaat, deze territoria verlaten!" Zei de witte vrouwtjespoes met scherpe stem."Je bent een vuile verrader, Wind, en je zal nooit meer dan dat zijn!" Spuugde IJs."Ik zal beter dan zijn dan jij ooit geweest bent." snauwde Wind terug. De elite-bewakers van IJs waren weggevlucht."Je hebt Smaragd vermoord, en zij was mijn enige vriendin in je afschuwelijke Groep waar ik ook ooit in thuishoorde." De lapjeskat stapte naar voren."Je kan kiezen, IJs, oftewel vertrek je nu en wordt je Groep gespaard, oftewel doden we iedereen." "Je bent al even erg als je miezerige vriendin, Aarde!" siste IJs."Dood ons maar als je wilt, maar je zal geen haar beter worden dan wij waren!!! Wij hadden tenminste nog eer!" Haar staart zwiepte boos heen en weer."Die eer ging verloren toen jij de leiding kreeg!" Aarde deed een stap naar voren, waarbij zijn klauwen dreigend glinsterden."Verdwijn uit mijn ogen, of jullie worden allemaal uitgeroeid!" IJs keek ons even berekenend aan."En jij, Water, ik hoop dat je zal branden in de hel, net als die smerige vrienden van je." Water, de grijs met witte poes, keek IJs alleen maar kalm en berekenend aan."Jij zal eerder branden in de hel, IJs." zei ze koeltjes. Dan draaide IJs zich met een zwiep van haar staart en een vernietigende blik om, en verdween in de dikke, witte mist. Aarde, Water en Wind keken mij niet aan, maar bleven zitten tot het geluid van IJs' afdaling bijna wergstierf. Ik was naar voren gekropen en had Smaragd naar me toegetrokken, de tranen die zich in mijn ooghoeken gevormd hadden kwamen nu weer naar buiten stromen, en ze drupten op de bloederige vacht van mijn vriendin."Het spijt me..." murmelde ik met mijn gezicht in haar zachte vacht gedrukt."Het spijt me zo..." Regen begon uit de donkere hemel te vallen, en het spoelde na een tijdje Smaragd's bloed dat in vegen op de grond lag weg. Na een tijdje waren Smaragd's spieren, die bij katten altijd nog even gespannen waren na hun dood, verslapt en vielen haar ogen dus ook dicht. Ik begon het bloed van haar vacht te likken tot de krassen, sneeën en schaafwonden niet meer waren dan een paar plekken en haar vacht weer even sneeuwwit was als vroeger."Ik hou van je..." fluisterde ik zo stil dat alleen zij het zou moeten gehoord hebben. Maar dat kon ze niet. Haar hersens vingen mijn woorden niet meer op. Dat zouden ze nooit meer doen. De hersens die ooit haar spieren hadden bevolen om te rennen, te jagen, te springen, te wandelen, te vechten, te... de hersenen die via die prachtige groene ogen mij hadden gezien... Smaragd was weg. En ik zou haar nooit meer terugzien. Nooit meer in alle verdoemde dagen die ik nog moest leven, al die verdoemde weken, maanden, jaren, eeuwen... "Het spijt me dat ik niet met je meekon, Smaragd." een deel van mij was met haar gestorven, en dat deel zou ik altijd missen. De plek waar dat deel ooit had gezeten en warmte had uitgestraald, was nu leeg en koud. Het leek alsof de regen die nu uit de hemel viel het opvulde met verdriet, pijn en woede. De twinkelende groene ogen zouden me nooit meer zo intens aanstaren. De kleine poten zouden nooit meer de grond voelen, en haar mond zou nooit meer de woorden vormen de ervoor hadden gezorgd dat ik haar leuker en leuker begon te vinden. Het was wreed dat zo veel katten maar zo kort op de wereld konden blijven. Zo veel katten leefden zo lang, maar hadden er niet van genoten, hadden al die kansen die ze kregen en hadden aangenomen nooit zo goed bekeken en bewonderd. Ik had meer mijn best moeten doen. Als ik meteen een keuze had gemaakt, dan was Smaragd nog in leven geweest. Dan zou ik nu met haar praten en met haar lachen. Maar ze zou niet meer praten. Ze zou niet meer lachen. Want ze was weg. Voor altijd.

Hoofdstuk 7 (Vuur)Edit

"Vuur?... Het is Vuur, toch?" Water legde haar poot op mijn schouder. Ik knikte, maar keek niet op van Smaragd's lichaam."Het spijt me van Smaragd." haar lichtblauwe ogen fonkelden verdrietig."Maar... wij... Wind, Aarde, Ik en jij, moeten iets bespreken." Ik aarzelde even, kijkend naar Smaragd's lichaam. Het was alsof ik nog steeds wachtte tot ze wakker zou worden, maar... dat was niet zo. Ze zou niet meer wakker worden. Nooit. Dan stond ik op en ging met Wind, Water en Aarde naar een beschermde richel."Wij vroegen ons af wie onze familie was." begon Water."En we ontmoetten elkaar. Samen begonnen we onderzoek te doen naar onze stambomen en wortels. We ontdekten iets heel vreemds. Toen we langs de bergen liepen naar onze oorspronkelijke vergaderplaats, zagen we een groot stuk steen dat bedekt was met klimop en bladeren. Het zag er ouder uit dan de rotsen eromheen. We begonnen dus de klimop weg te schrapen, en dan zagen we dat er iets op die steen stond geschreven. Eerder gekrast. Het was een soort tekening. Er stond bovenaan een klein wolkje, met daarnaast niks. Uit die twee liep een pijl omlaag naar vier andere tekens. Je had een vlam, een rivier, een bries die eruitzag als een krul wind, en een brok steen. We herkenden onszelf daarin, en begrepen dat we niet Groepsgeboren waren. We dreigden de hele Groep van de IJzige Vlaktes uit te moorden als IJs ons niet vertelde hoe het kwam dat onze echte moeder, onze echte ouders verdwenen waren." Wind knikte en Aarde schraapte met zijn klauwen over de harde grond."Ze vertelde ons dat onze moeder hier ook ooit woonde, maar dat zij en de andere leiders haar hadden vermoord en allevier haar jongen hadden verdeeld. We beseften dat we nog een broer- of zus -hadden en dat die Vuur moest heten, door de vlam op die rots. IJs verklaarde ons de oorlog, maar de we wisten te winnen en dat hebben wij haar nu bekendgemaakt. Wind en Water wisten uit te zoeken wie ons ander nestgenoot was en zo stuitten we op jou, dat je gevangengenomen was door liefde in een andere Groep. Wind kende Smaragd, en dus ontdekten we ook later dan jullie allebei ontsnapt waren. Jammer genoeg waren we te laat om haar te redden." eindigde Aarde somber."Maar jij bent onze broer!!" Mijn hoofd duizelde van alle ontdekkingen en het verdriet om Smaragd, en ik moest even knipperen om dat alles te begrijpen."Wat moeten we nu doen?" Vroeg ik dan."Allereerst; Smaragd begraven." miauwde Water stilletjes. Ze had duidelijk medelijden met me."Dan gaan we IJs opsporen en voorgoed een einde maken aan de teranie en de gevangenissen. Iedereen zal weer vrij zijn." Ik knikte, en draaide me weer om naar Smaragd's lichaam dat als een vlek sneeuw op de donkere rots lag. Mijn oren zakten omlaag van verdriet en ik ging weer bij haar zitten."Ik weet een goed plekje voor haar." miauwde Wind zachtjes. Ze keek even mijn gezicht onderzoekend aan."Je hield echt van haar, hè?" Ik knikte zacht."Meer dan ik ooit van een poes had kunnen houden." 

Mijn klauwen deden zeer van het graven, maar ik vond het goed zo. iedere druppel bloed die op de aarde gedrupt was was een teken van mijn liefde voor Smaragd. Iedere steek pijn die zij gevoeld moest hebben toen IJs haar vermoorde en toen ze gemarteld werd, wilde ik ook voelen. Dat was het minste dat ik kon doen. Ik stampte de brokkelige aarde aan en bedekte de grond en wanden met sneeuw, dan legde ik er verse, zachte bladeren op en Smaragd's lichaam werd in haar schone, naar bloemen en sneeuw ruikende graf gelegd. Ik legde haar zo dat het leek alsof ze sliep, met haar poten opgekruld en haar staart tegen haar flank. Ik had bloemen gelegd op haar wonden. Dan vulden we het graf met sneeuw, en de bovenkant bedekten we met stevig aangeklopte aarde zodat geen beest op insect haar kon bereiken door de sneeuw en de bladeren. Dit was haar laatste rustplaats. De zon ging onder in een zee van rood, goud en roze, en de kleine donswolkjes boven mijn hoofd en boven Smaragd's graf gloeiden mooier dan ooit tevoren. Ik hoopte dat ze me zag, waar ze nu ook was. Een traan drupte op haar graf, en toen pas besefte ik dat mjn ogen ermee gevuld waren geweest. Dan liep ik naar de Kersenbloesem die over Smaragd's graf gebogen stond en ik plukte de grootste bloem van de takken. Die legde ik op haar graf, omringd door keien zodat hij niet zou wegwaaien. Een koele bries woei door mijn vacht en blies mijn tranen naar het noorden. De zon wierp nog één keer haar laatste, felle, vurig rode stralen over het landschap, en de sneeuw van Smaragd's graf gloeide even voor het lichteffect wegebde in de donkerheid van de rouw en de nacht. Dan pas herinnerde ik me de woorden die Smaragd een paar dagen geleden tegen me had gemurmeld."Blijf bij me", had ze gezegd. Maar zij had bij mij moeten blijven. Ik wou dat ik daar in haar plaats lag.

Ik hield meer van haar door Avondpoot










Hoofdstuk 8 (Smaragd)Edit

10 maanden geleden...

"Smaragd?" Ik keek op. Mijn moeder glimlachte zachtjes."Je mag het kamp nog niet uit tot je leerlingenceremonie." Ze likte mijn kopje. Ik snorde."Mogen we niet één keertje? Eén keertje maar! We zullen heus niemand lastig vallen! En ik heb Brons en Rijp toch?" Ik keek naar mijn broer en zus, die opgewonden knikten. Allebei hun Smaragdgroene ogen twinkelden, net als die van mij; We hadden alledrie dezelfde kleur ogen als onze moeder."Alsjeblieft??" we keken blijkbaar heel zielig, want onze moeder glimlachte en snorde."Ja, jullie mogen even naar buiten. Ga wel niet verder dan waar ik jullie nog in het oog kan houden! En blijf bij elkaar!" riep ze ons na toen we vrolijk de kraamkamer uitdartelden. Maar net toen we de hoop verse prooi ontdekten, klonk er een kreet vanuit de kampingang. IJs, de raadgever, stormde het kamp binnen."ALARM!!! DE ANDERE GROEPEN VALLEN AAN!!!" Ik schrok me te pletter en rende meteen piepend naar de kraamkamer van angst."Rijp!!! Brons!!" jammerde ik toen ze bijna werden vertrappeld door een aanstormende horde vechters. Ik probeerde naar ze toe te komen, maar mijn moeder greep me aan mijn nekvel en gooide me de kraamkamer binnen. Grauwend stelde ze zich op bij de ingang, haar groene ogen glinsterend van haat toen een bruine vechter het waagde in de buurt te komen van de andere zogende en zwangere moederkatten. De kater deinsde echter niet terug en sleurde mijn moeder weg van de ingang, waarna hij diep in haar ruggengraat doorbeet. Ze sidderde even , haar mond happend naar adem, maar het enige wat er uitkwam was bloed. Tranen stroomden over mijn wangen. Mijn moeder's groene ogen zochten mijn blik, en die hield ze vast tot haar ogen troebel werden en ze neersmakte op de grond."MAMA!!!" huilde ik. De bruine krijger viel de kraamkamer binnen, en ik wist een hoofd-steunpaal omver te rammen. De kraamkamer stortte in, ik riep dat alle moederkatten eruit moesten vluchten en dat deden ze, en zelf ging ik achter ze aan terwijl mijn moeder's achterpoten en staart en de bruine krijger allemaal verpletterd werden onder de takken, houtstronken en stukken sneeuw. Ondertussen werden de laatste vijandelijke krijgers het kamp uitgejaagd, en ik ging op zoek naar Rijp en Brons. Opeens schoot mijn blik naar mijn broer en zus. Ze lagen in plassen bloed in het midden van de open plek."NEEEE!!!!!!!" huilend rende ik naar ze toe. Eerst mam, nu hen!! Ik kon ze niet alledrie verliezen!!! Niet nu!!! IJs kwam naast me zitten toen ik aan het rouwen was om mam, Brons en Rijp."Het spijt me van je moeder en nestgenoten." zei ze sluw."Maar als je wilt kan ik je trainen tot een geweldige vechter zodat je later wraak kan nemen, als je oud genoeg bent..."

Hoofdstuk 9 (Vuur)Edit

Ik stond bij Water, Wind en Aarde te vergaderen."Welke Groep zouden we eerst overhalen om zich bij de rest van de Groepen aan te sluiten?" vroeg ik. We hadden afgesproken dat het het best zou zijn dat alle Groepen zich zouden verenigen. Dan zouden we sterker zijn."Mijn Groep zal het wel goed vinden, denk ik." miauwde Water. Haar ogen gloeiden in het donker."Goed, dan gaan we daar eerst naartoe." Wind tekende een cirkel in het zand."Hier zijn wij." miauwde ze. Ze tekende een lijn naar een cirkel waarrond er nog een grotere was."Dit is Water's kamp." Ze trok een lijn, maar die kwam nog nergens op uit."Welk kamp dan?" vroeg ze."Het mijne." Aarde trok een kartelige cirkel aan het einde van de stoppende lijn, en dan een lijn die terug stopte."Dan mijn kamp zeker." zuchtte ik. Ik trok een vlamvormige cirkel."Dan gaan we terug naar hier." miauwde Water.

We wandelden het smalle bergpad af. Aarde en Wind stonden voorop druk te vergaderen over wat ze zouden zeggen tegen de Groepen en waar IJs zou kunnen zijn. Ik liep naast Water."Ben jij ooit verliefd geweest?" vroeg ik aan haar. Ze knikte, en er glansde verdriet in haar ogen."Ik heb ooit van een kater gehouden. En hij hield van mij, ookal waren we uit verschillende Groepen. Ik was in verwachting van zijn jongen, maar toen ik het hem vertelde verraadde hij me aan IJs. Die had gezegd dat hij het zelf maar moest opknappen. Ik wist nog van niks, dus was ik wel blij toen we een wandeling maakten naar de droge heide. Jammer genoeg wemelde het daar van de adders. Eén beet me, en ik riep mijn partner om hulp, maar hij draaide zich alleen om en liep weg. Het gif doodde al mijn jongen, maar ik wist in leven te blijven toen mijn Groep me terugvond, ze genazen mij ter plekke. Ookal had ik ze verraden door van die kater te houden die niet in onze Groep zat, bleven ze me toch trouw. Daarvoor ben ik ze nog steeds dankbaar. Ze zijn altijd tegen de gevangenissen geweest, dus eerst wordt er geoordeeld en gestemd op de verdachtte. Iedereen was het er mee eens dat ik gewoon het beste had gewild, dus mocht ik blijven. Ik zou wel nooit meer in verwachting kunnen raken van jongen, want het gif had ervoor gezorgd dat... het niet meer kon." Water keek naar de zon die opkwam achter de bergtoppen."Dat is... wreed." miauwde ik. Ik dacht even na of ik de vraag die ik wou stellen wel zou durven te stellen, en uiteindelijk bedacht ik van wel."Water?" vroeg ik zacht."Ja?" mijn zus keek me aan."Deed het pijn?" "Wat?" "Een adderbeet..." Water was even stil."Jij stelt nooit teleur." grijnsde ze."Ja, het leek alsof... ik in brand stond. En ik kon niet meer zien. Na die beet was ik meer dan drie weken blind, maar later ging alles weer beter. Ookal zie ik nog steeds slecht." Ik knikte."Wat gebeurde er toen met je partner?" Water dacht even na."Dat... weet ik niet. Alleen dat ik hem bij een grensontmoeting even een hartaanval bezorgde, hij had niet verwacht dat ik nog leefde natuurlijk. Hij zei "dat het hem speet", waarop ik antwoordde dat spijt onze jongen niet terugbracht. Hij zei dan dat hij een afschuwelijke vader geweest zou zijn, en ik had tegen hem gesnauwd dat hij daar maar aan had moeten denken voor we partners werden. Hij had dezelfde gemene streken als zijn moeder, dat kan ik je wel vertellen." "Wie was zijn moeder dan?" vroeg ik. Water glimlachtte grimmig."IJs."

Hoofdstuk 10 (Vuur)Edit

We hadden het kamp van de Groep van de Waterpoelen bereikt. Het was een mooi kamp, dat zag je al van ver. Knobbelige wilgen* waren over het kamp gebogen, dat omringd was door kleine struikjes, stukken hout, schors en dikke pakken mos. Hard slijk verstevigde de oevers, want het kamp had een rivier rond zich als bescherming. Hier en daar waren was keien in het snelstromende water, dat groenig en blauw zag door de weerspiegeling van de bomen en de lucht. Mos bedekte de grond hier vrijwel volledig, alleen hier en daar waren plekken aarde en gras te vinden. Waterlelies dreven in de vijvers die her en der verspreid waren. Kortom: een paradijs. Het was moeilijk te geloven dat er hier ergens ook een gevangenis was."Wauw Water, je had nooit verteld dat je kamp zo mooi was." grapte Aarde. Water rolde met haar ogen."Jij had ook nooit verteld dat je een lul was." snauwde ze terug."Hey, niet pittig zijn hè." Aarde keek haar ongerust aan. De monden van de twee katten vertrokken even, alsof ze allebei even graag hun lach wilden inhouden, maar uiteindelijk schaterden ze het uit. Ik deed niet mee met het lachen, ik glimlachte niet eens, ookal was zelfs Wind aan het giechelen. Ik keek alleen somber naar de grond."Blijven jullie hier?" vroeg Water."Ik ga eens met Kiezels spreken, vragen of hij het goed zou vinden dat we hem komen bezoeken... Hey!!! Vlinder, Dageraad, Noten!!!" riep ze naar een groepje katten."Dat zijn een Vechter, een Jager en een Jaag-leerling van mijn Groep!" zei ze vrolijk tegen ons."Wacht, ik ga ze effe groeten." ze sprong weg en begon vrolijk te babbelen met de leerling en de twee oudere katten. Vervolgens wenkte ze ons. Wind en Aarde stonden op en liepen er glimlachend naartoe, maar ik bleef zitten waar ik zat. Ik keek naar mijn poten; aan de onderkant zaten nog een paar kleine restjes van Smaragd's bloed van toen ik haar begraven had. Tranen van woede welden op in mijn ogen en ik likte het bloed weg. Ik wou geen sporen meer van Smaragd. Ik wou niet meer aan haar denken. Nooit meer! Ik stond op en ging in een hol onder de wortels van een wilg liggen. De tranen stroomden over mijn wangen. Ik veegde ze boos weg en staarde een tijdje voor me uit. Later ritselde de kampingang en wandelde Kiezels, de leider, eruit met een zilvergrijs-cyperse met witte poes op zijn hielen. Ik ging vlug bij Wind, Water en Aarde staan en luisterde maar half naar het gesprek dat ze voerden met Kiezels. Mijn aandacht was getrokken door de poes die naast hem stond. Ze was ongewoon knap, met een fijne, slanke kop, rechte oren en snorharen, amandelvormige lichtblauwe ogen en soepele spieren. Mijn hart bonkte in mijn keel. Haar vlekken waren heel fijn en bleek, ze leken gewoon op te gaan in haar pels en even leek het via mijn ogen alsof ze wit was, en dat haar ogen smaragdgroen waren. Ik knipperde. De ogen waren blauw, niet groen, en ze had zilvergrijze cyperse vlekken, ze was niet volledig wit. Maar toch... iets in haar bracht een herkenning in mij naarboven. Het waren de vorm van haar ogen, de lengte van haar staart, de langheid van haar poten... Smaragd!!! Maar nee, wat dacht ik toch?! Ik was gewoon gek aan het worden door het verlies van Smaragd. Als ik de witte poes al in iedere kat die maar een beetje op haar leek begon te zien, dan ging er echt iets fout in mijn kop. Ik schudde hem wild heen en weer en probeerde me te concentreren op het gesprek tussen Kiezels en mijn broer en zussen."...kunnen niet nog meer risico's nemen. IJs zal terugkeren en..." mijn blik zweefde weer naar de gevlekte poes. Haar ogen hadden zich scherp op mij gebrand, en ze zat me nu zonder te knipperen aan te kijken. Ze had dezelfde blik als Kiezels, en het kon bijna niet anders dan dat dit zijn dochter was. Ik gebaarde met mijn kop naar de struiken. Ze keek me wantrouwig aan. Ik wierp haar een smekende blik toe en onopgemerk glipten we weg."Wat moet je?" vroeg ze bot."Je doet me denken aan iemand die ik kende." fluisterde ik."Ken je Smaragd?" De poes verstijfde. Haar ogen werden groot."S-Smaragd? Nee... N-nee die... die ken ik niet!" zei ze snel. Alsof ik dat zou geloven."Je kent haar wèl." zei ik beschuldigend. De poes boog haar kop."Ik had een jong genaamd Smaragd." fluisterde ze."En nog twee anderen, Rijp en Brons. Maar ik kon ze niet houden. Ik gaf ze aan een moederkat van de Groep van de IJzige Vlaktes... heb je haar onlangs nog ontmoet? En Brons en Rijp?! Zijn ze oké? Ik mag niet meer mee naar grensontmoetingen!!" haar ogen fonkelden bezorgd en ik voelde een golf van medelijden."Het spijt me zo... Smaragd... Smaragd is dood... En Brons en Rijp heb ik nooit gekend. Ik denk niet dat ze nog..." De poes zakte in elkaar en bleef even ineengedoken zitten. Ik hurkte bij haar."Smaragd stierf een paar dagen geleden. Ik hield van haar. Ik hield meer van haar dan alles in de hele wereld." Smaragd's moeder hief haar kop op."Ze zou een geweldige moeder geweest zijn." fluisterde ze."En een geweldige partner voor jou." Ik voelde medelijden door mijn hart steken toen ik haar zo zag zitten."Sta op." miauwde ik."Hoe heet je?" "Wilg." antwoordde de gevlekte poes."En hun pleegmoeder? Is zij nog in leven? Ik ben haar zo veel dank verschuldigd! Ik weet nog dat ze... Blad heette." Ik schudde mijn kop."Ik ken geen Blad." Wilg boog haar kop."Hoe is... Smaragd... hoe is Smaragd overleden?" vroeg ze met trillende stem."IJs heeft haar vermoord." spuugde ik. Woede en haat laaiden op in Wilg's ogen. "De groepen moéten samenkomen om het tegen die trut en haar Groep op te nemen..." grauwde ze. Ze rende naar haar vader toe en begon druk in zijn oor te fluisteren. Zo te zien had ik goede bijdrage geleverd aan ons plan.


  • knobbelige wilgen = knotwilgen

Hoofdstuk 11 (Vuur)Edit

Ik keek neer op de eenzame bloesem op Smaragd's graf. De wind blies zachtjes tegen de Kersenbloesem en het hele graf werd al gauw bedekt met felkleurige rozig-oranje blaadjes. Met vochtige ogen keek ik neer op de sneeuw. Het had bijna dezelfde kleur als Smaragd's pels was geweest. Water kwam stil naast me zitten. Ze keek maar heel even naar mijn gezicht, en wendde zich dan vlug af uit beleefdheid en keek net als ik naar de bloesem die langzaam aan begon te verdorren. Water legde haar staart op mijn schouder."Je mist haar, hè?" vroeg ze. Ik knikte. De bries blies onze vachten naar de andere richting zodat ze in de war raakten. Wilg kwam aan mijn andere zijde zitten. Ze was meegekomen met ons groepje."Ik heb ook veel geliefden verloren," miauwde ze."Maar met de tijd verdwijnt je pijn. Je moet niet rouwen om Smaragd, want dan vergeet je wie er wel nog leeft. Als zij sterven dan heb je niks aan hen gehad." De wijsheid van die woorden drong diep tot me door."Je moet haar ook niet wegduwen als ze in je herinneringen opkomt, want dan forceer je jezelf en kan je nooit in vrede leven met de waarheid. Je moet haar accepteren en haar eren. Je moet niet willen dat de doden weer in leven waren, want dan ga je te veel om hen geven. Te veel om goed te zijn. Je moet het uitvechten met jezelf zodat alles weer rustig wordt." Ze glimlachte zachtjes en trippelde dan weg. Ik dacht lang na over die woorden. Smaragd was gestorven, dat stond vast en ik kon er niets aan veranderen, dus waarom zou ik hopen dat ze er nog was? Ze zou daarna nog steeds gestorven kunnen zijn. Moest het niet door IJs geweest zijn, dan zou het aan de vossenwonden geweest zijn, moesten zij het niet geweest zijn, dan zou ze gevallen kunnen zijn in een ravijn, ziek geworden kunnen zijn, gesneuveld kunnen zijn in een gevecht... het leven was zo broos en kostbaar en als je dat besefte... ik schudde mijn kop. Oké, dat was genoeg geweest voor vandaag. Morgen zou ik verder nadenken; nu had ik slaap nodig.

Grijs ochtendlicht drong het hol binnen. Braamtakken schraapten langs mijn rug toen ik het uitkroop en mijn verstijfde vacht wild schudde zodat hij wat minder bevroren was. Ik zette hem dik op zodat hij wat meer warmte zou afgeven. Water en Wind stonden op een uitstekende rots te vergaderen. Aarde liep na een vriendelijke blik naar mij ook naar hen toe. Je moet niet rouwen om Smaragd, want dan vergeet je wie er wel nog leeft. Wind, en Aarde, en Water en Wilg... Dat waren vast de enige personen waarmee ik nog een band had. En natuurlijk Vlekken, die zou door het vuur gaan voor mij. Maar haar had ik niet meer gezien sinds het Gevangenschap. Misschien zou ze mij nog vertrouwen. Misschien zou ik iemand binnen het netwerk van de Groepen kunnen vertrouwen. Misschien was Vlekken de oplossing voor de Oorlog!! Daar kon ik maar op één manier achterkomen.

Hoofdstuk 12 (Smaragd)Edit

Mijn hart bonsde in mijn keel, maar ik wist dat... het er niet meer was. Mijn pels voelde bevroren aan maar hij was er tegelijkertijd òòk niet. Als ik niets meer had, waar was ik dan wel? Waarom kon ik zien als ik geen ogen had, en waarom zag ik dus maar bereikte het mijn hersenen niet? Wat was er gebeurd?

Het laatste dat ik me herinnerd had was dat IJs me tussen haar kaken had genomen en zo diep had doorgebeten dat ik mijn spieren voelde scheuren en mijn ruggengraat hoorde breken. Dan had ik recht in Vuur's van tranen natte ogen gekeken en was ik in de blauwe kleur ervan verdronken. Dan was alles gewoon weg, alsof je in slaap viel en je hersenen plat gingen. Alsof alle kennis die ze hadden opgenomen eruit werd geknepen alsof ze gewoon een spons waren. Zo voelde ik me trouwens ook. Alsof al mijn spieren uitgewringd waren zodat ze gewoon doorhingen als nutteloze drab. Zo voelde het dus als je dood was. Wacht, dood? Waarom denk ik als ik dood ben? En waarom is alles zo donker??? Ik moest hieruit zien te raken, waar ik ook was. Maar dan besefte ik dat ik gewoon kon rechtstaan, het geestelijke deel van me dan. Ik zag onder mij mijn eigen sneeuwwitte vacht, mijn eigen ogen die ongeveer gesloten waren ookal zag ik een doffe groene plek waar mijn oogbal zelf nog te zien was. Een diepe snee ging van mijn keel tot mijn nek, daarnaast waren overduidelijke bijtsporen. Getver, had Vuur me zo gezien?! Ik voelde me licht. Te licht. Snel glipte ik omhoog, om te kijken waar ik was. Ik gleed simpel genoeg door sneeuw, aarde, bloemblaadjes en... ik was op een sneeuwvlakte! Vuur zat... voor me... maar hij zag me niet. Hij keek gewoonweg door me."Nee!! Vuur! Kan je me horen!!" piepte ik. Hij reageerde niet. Gewoon... niet!!!!! Met grote ogen porde ik hem, maar mijn poot ging gewoon door hem heen. Waaruit kon ik tonen dat ik hier was? Ik keek naar de plek waar ik uit was gegleden. Dit was mijn graf!! Erop lag een kleine bloesem. Ik perste mijn lippen op elkaar en concentreerde me op mijn poot. Dan mepte ik naar de lelie, en tot mijn vreugde zweefde die een stukje omhoog, ookal was er geen enkel zuchtje wind. Vuur's ogen werden groot."Sm-Smaragd? Ben je hier?!!" Er gleed een uitdrukking van hoop over zijn gezicht, en ten antwoord porde ik de bloesem nu in de andere richting."Jep, alleen weet ik niet of je me kan... horen?" ik had me alleen maar op mijn stem geconcentreerd, niks anders. Maar Vuur hoorde het niet en hij boog zijn kop."Vast niet. Je bent dood en ik kan daar niks aan veranderen." Mijn staart zakte omlaag. Wat had ik er aan om geest te zijn als toch niemand me kon zien...? Ik keek omhoog. De sterren strekten zich wijd uit, daar wou ik wel eens naartoe gaan. Nu het kon! Ik glimlachte en zette me af, en langzaam leek ik omhoog te gaan...

In een flits schoten mijn ogen open. Mijn nagels boorden zich in de verse sneeuw onder me. Zuurstof!!! Ik had zuurstof nodig!!! Ik spuugde mijn mondvol sneeuw uit."Getver!!" Maar dan vervaagde de sneeuw. ik keek om me heen en voelde zacht mos onder me. Sliep ik? Droomde ik in mijn dood? Ik wist niet eens meer wat droom en werkelijkheid was!! Ik keek om me heen. Toen hoorde ik stil piepen van pasgeboren kittens. Toen ik omlaag keek zag ik mij, mijn broer en mijn zus als kittens. Maar de poes die zich rond ons krulde was niet onze moeder...

Hoofdstuk 13 (Vuur)Edit

Ik liep met Water, Wind, Wilg en Aarde naar het volgende territorium waar we heen moesten. Nu gingen we naar Aarde's Groep, de Groep van het Diepe Woud. In de verte zagen we het woud al, grote berken, beuken, eiken en andere bomen wiegden zachtjes heen en weer in de koele bries. Ik sloot mijn ogen. Dit was een mooie plek. We wandelden rustig door het woud. Ik praatte met Water over bomen in onze territoriums."Wij hebben wilgen zoals je weet, maar aan de rand hebben we een klein stuk Diepe Woud-territorium." miauwde ze."Daar zijn wel berken en eiken." Ik knikte."Wij hebben bijna geen bomen, het is veel te droog daar. Maar er groeien wel struikjes waarvan ik de naam niet ken." Water glimlachte."En in de sneeuwvlaktes zijn er natuurlijk Japanse kersenbloesems, maar die zijn al uitgebloeid. Alleen in de lente bloeien ze. Wij hebben die trouwens ook!" Zo praatten we nog wat door. Wilg kwam naast ons lopen. Haar zilver gevlekte gezicht straalde."Raad 'ns?!" vroeg ze vrolijk."Wat?!" riepen ik en Water in koor. We lachten."Ik ben opnieuw..... in verwachting!" ze glimlachte opgetogen."Geweldig!" riep Water."Wie is de vader?" Wilg glimlachte."Zonsondergang. Hij was ook Smaragd's officiële vader, dus ik zou geen andere partner kiezen." Haar flanken waren rond en zacht."Ik ben zo blij voor je!" miauwde Water opgetogen. Maar mijn gedachten gleden weer weg naar Smaragd. Een paar dagen geleden was ik weer naar haar graf gegaan, en de bloesem was zomaar ineens beginnen zweven... "Vuur, jouw plan in verband met Vlekken is te belangrijk om te laten wachten." miauwde Wind."Jij gaat meteen door naar je eigen territorium!" Ik knikte en draafde het woud door naar de grens. Het duurde lang tot ik er was, maar uiteindelijk kon ik het vochtige woud achter me laten en op pad gaan op zoek naar Vlekken.

De zon brandde, maar ik was gewend aan de hitte en schonk er dus geen aandacht aan. Dan zag ik een jachtpatrouille. Vlekken, Snelheid, Furie en Stromen waren de leden. Vlekken! Ik glimlachte. Perfect. Ik schoot vlug voor ze uit achter een rots. Vlekken liep een beetje verder, en ik trapte een kiezel voor haar poten. Ze keek omlaag, toen vonden haar ogen mij. Haar mond vormde geluidloos mijn naam. Ik knikte en gebaarde dat ze stil moest zijn. Dan wenkte ik haar. Ze dook vlug naast me."Vuur?! Je mag hier helemaal niet zijn! Eigenlijk zou ik je moeten aangeven." ze klonk boos. In feite dwong ik haar ook om haar Groep te bedriegen... Een vlaag schuldgevoel schoot door me heen."Sorry Vlekken, maar ik heb je nodig. Ik heb mijn broer en zussen gevonden-" "Wat?! Heb je broers en zussen?!" "-dat doet er niet toe! We proberen iedereen te bekeren en tegen IJs op te zetten, want zij heeft een vriendin van me vermoord en haar eigen Groep verraden. Ze zal iedereen aanvallen! Jij bent onze laatste hoop! We hebben je nodig om een spion te zijn voor ons!" Vlekken's oren schoten verontwaardigd omhoog."Hoe durf je een beroep op mij te doen! Ik hield van je maar jij zag me nooit staan en nu wil je me gebruiken om wraak te nemen op de moordenaar van degene die je voor mijn neus weggepikt heeft?!" Wacht wat?! Waar had ze het over? Ik was even stil. Oké, wat moest ik nu weer zeggen. Ik zuchtte. het was het gewoon niet waard."Ik snap het. Het spijt me. Nu kan ik er alleen op vertrouwen dat je je toekomstige redding niet verraadt." met gebogen kop slofte ik verder het hol in en ik plofte neer op de zandgrond. Vlekken's blik prikte in mijn rug."Ik vond jou ook leuk. Smaragd was gewoon meer open. Je had gewoon altijd geheimen toen we jonger waren en we nog vrienden waren." Er klonk wat gestommel. Met een ruk draaide ik me om. Vlekken's verbouwereerde gezicht keek me even aan. Toen gutste er bloed op de grond en viel ze met een smak neer, terwijl Wolken haar bebloede poot afschudde."Verraders worden als eerste opgeruimd." zei ze koeltjes."Je was een geweldige Jager, Vlekken, en ik ben zwaar teleurgesteld in je." Dan richtte haar blik zich op mij."Jammer voor jou was IJs je een stap voor. Oh, Ja, we hebben ook nog een kleine verassing voor je." Er klonk woest geblaas, dan gejank, en een met bloed besmeurde Wilg werd voor me op de grond gegooid. Gewond, maar levend. Ze blies woest naar IJs, die net naast Wolken kwam staan."Vuile trut!" grauwde ze. Jammer genoeg wist ze niet overeind te komen."IJs, wanneer leer je eens om te vechten in plaats van je slaafjes het voor jou te laten doen?" vroeg Water. Een van IJs' bewakers hield haar vastgeklemd. Ze werd gevolgd door Wind en Aarde die in dezelfde positie verkeerden."Goed Vuur. Je kan kiezen. Als je je niet overgeeft worden je vrienden vermoord. Zo wel, dan worden ze gespaard en worden jullie gevangengezet. Wat kies je?" Alles leek af te hangen van die paar seconden die overgingen in minuten. Water klemde haar kaken op elkaar, ik zag haar spieren aanspannen onder haar pels en ze gaf Wind een trap. Die keek haar boos aan. Zonder te spreken gaven ze elkaar bevelen, tot Wind knikte en hetzelfde deed met Aarde; Wilg keek mee. Dan werden de katten weer stil en keken ze me aan."We geven ons nooit over. En ik wil je wel eens zien proberen ons te vermoorden." grijnsde ik. IJs keek ons vlammend van woede aan, en Wolken maakte een ongelovig geluidje."Je bent net je moeder, Vuur, die hebben we ook moeten afslachten omdat ze een te grote mond had." miauwde IJs kalmpjes. Mijn binnenste bevroor. Water verstijfde en Wind en Aarde keken elkaar ongelovig aan."W...wat?!" Water's ogen werden nat van de tranen. Dan schoten haar ogen vuur. Met een gil stortte ze zich op IJs, Gevolgd door Wind. Ik besprong Wolken samen met Aarde en samen wisten we de leiders verder achteruit te dringen."Jullie hebben genoeg wanhoop veroorzaakt." Siste Wind."Iedereen is beter af zonder jullie, dus nu gaan jullie eens naar de Gevangenis." 

Hoofdstuk 14 (Vuur)Edit

Toen dat klusje geklaard was en IJs en Wolken voorgoed verdwenen waren uit het dagelijkse leven, gingen we naar Wilg om haar te helpen."Ik denk dat je beter terugkeert naar je Groep." glimlachte Water."Ik ga wel met je mee. Trouwens, IJs' groep is spoorloos verdwenen- sorry Wind -maar Vuur's Groep zal zich aansluiten bij de onze!" ze leek dolgelukkig. Ik liep langzaam naar Vlekken. De poes had nog zitten stuiptrekken, maar we waren ze druk bezig geweest dat we niets voor haar hadden kunnen doen. Eerst Smaragd en nu zij. Ik drong mijn tranen terug. Smaragd zou nu naar onze voorouders gaan, waar zij ontvangen zou worden, net als Vlekken en mijn moeder. En misschien zelfs mijn vader. Er begon weer vrede te komen over de overgebleven twee Groepen. Ik woonde nu bij Water en Wilg, die een nestje van drie kittens had gekregen. Eentje leek sprekend op Smaragd, zelfs haar ogen hadden dezelfde kleur. Maar niemand zou ooit hetzelfde geweest zijn als de poes waarmee alles begonnen was. Niemand zou ooit worden zoals Smaragd geweest was; dapper, aardig, vrolijk, een levensgenieter... Iedereen zou zijn zoals Smaragd ooit geweest was, want zij leefde voort in ons. Onze herinneringen. Onze gewoontes. Onze karakters. Ze zou voorgoed in onze geheugens gegrift staan, en daar konden we niks aan veranderen. De dood is normaal. Hij komt dagelijks voor. Je moet er gewoon leren mee leven. En niemand is geboren om te sterven.

EpiloogEdit

"Vuur!" het kleine witte poesje liep naar de rode kater toe. Hij draaide zich geamuseerd om."Wat is er, Smaragd?" "Mama heeft me eindelijk verteld naar wie ik vernoemd ben!" piepte ze."O ja? Heeft mama je ook verteld dat ik de beste vriend van die persoon was?" vroeg Vuur. Hij grijnsde."Jep!" Smaragd dartelde vrolijk rond."En hoe ze is gestorven..." haar ogen werden groot en tragisch. Vuur snorde."Katten gaan nu eenmaal dood, Smaragd." er twinkelde iets in zijn ogen toen hij die naam uitsprak."Misschien ben jij wel die kat. Misschien ben jij wel Smaragd en is ze teruggekeerd naar ons." Smaragd's ogen werden groot."Kan dat dan?" "Ja!" Vuur glimlachte."En je kan het alleen maar bewijzen door te worden zoals zij was. Door even aardig te zijn. Door even dapper en spontaan en vrolijk te zijn zoals zij was. Je wilt toch worden zoals je zusje was?" "Zusje?!" Smaragd's ogen werden groot."Was zij mijn zusje?!!" Vuur lachte."Ja, natuurlijk!! Heeft je moeder dat dan niet verteld?!" "Nee!" Smaragd glimlachte."Ik ga haar nog meer vragen!" Ze sprong weg. Vuur keek hoe het kleine witte katje haar moeder ondervroeg. Wilg glimlachte, dat zag Vuur van ver."Dus je hebt ook de "reïncarnatie-theorie" bedacht?" Water kwam naast me staan. Ik knikte."Ze lijkt te sterk op Smaragd om een andere kat te kunnen zijn." miauwde hij."Misschien kreeg Smaragd een tweede kans. Misschien is ze teruggekeerd naar ons maar beseft ze het zelf niet."

EindeEdit

________________________________________________________________________________

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.