Wikia


Hfst 2 GvK
De duistere geest waant zich nog steeds door de kerk, maar Gwilion is niet de enige die weet van zijn bestaan.

Hoofdstuk 2: Het daglichtEdit

Met de opkomst van de zon, de volgende morgen, verdween de duisternis uit de kathedraal. Even snel als ze waren gekomen, trokken de schaduwen zich terug.

Gwilion had besloten niet alleen de kerk te betreden. Niet uit angst, maar uit veiligheid. Nadat hij in de deuropening van de kathedraal stond, voelde hij al de aanwezigheid van de geest. Vreemd genoeg leken de twee monniken die hem begeleidden niets van de geest te merken. Gwilion had nog nagedacht over de boodschap van de geest. 'Vertrek of de dood zal je komen halen' herhaalde zich in Gwilions gedachten. Gwilion wilde nog helemaal niet het rijk der levenden verlaten. Zeker niet dankzij een duistere geest. Gwilion twijfelde. Was dit echt een kwaadwillend schepsel?

Samen met de twee monniken maakten Gwilion de kerk gereed voor de bezoekers. De deuren van de kathedraal werden geopend, maar er was nog geen levende ziel te bekennen. Gwilion vond dit niet vreemd, het was immers nog vroeg. Hij schonk even een blik aan het orgel, boven de ingang van de kathedraal. Ook a was er niets bijzonders te zien bij het orgel, Gwilion wist bijna zeker dat de geest zich daar verborg. Hij begreep echter niet waarom hij dit zo goed aanvoelde.

"Duivels onkruid" zei iemand op een luide geïrriteerde toon buiten de kathedraal. Gwilion wende zijn blik op het buitentafereel bij de rechter deur van de kathedraal. Hij zag iemand geprikkeld onkruid tussen de grafstenen uittrekken.

"Grafdelver, ik veronderstel dat wij elkaar nog niet hebben ontmoet" zei Gwilion terwijl hij naar de deuropening liep. De man keek op en gooide daarna de ongewilde plantjes op de grond. "Dat klopt" antwoordde de grafdelver kort. "Komt u toch binnen, dan kunnen wij elkaar de hand schudden" zei Gwilion. De man veegde de aarde van zijn handen aan zijn oude versleten broek en deed een paar stappen naar de kathedraal. Plots stopte de man. Hij keek verontrustend naar het gebouw voor hem. "Scheelt er iets?" vroeg Gwilion verbaasd. "Nee" antwoordde de man enigszins twijfelend, waarna hij aarzelend de kerk binnen liep. Gwilion schudde hem de hand en stelde zich voor. Beleefd deed de grafdelver dit ook, maar liet kort zijn blik door de kerk gaan. "Heeft u bezwaar als ik u vraag naar uw verleden en naar uw verbintenis met deze kathedraal?" vroeg Gwilion aan de man. "Natuurlijk niet" antwoordde de man en tuurde de kathedraal nogmaals door. "Ik breng al heel mijn leven door rond en in de kathedraal. Het beroep wat ik doe, is van vader op zoon gegaan. Ik was wellicht wat jong toen ik dit ging doen, maar beter weten doe ik niet" begon de man zijn verhaal. "Jong?" vroeg Gwilion verbaast. "Mijn vader werd vermoord en ik nam de taak van grafdelver over" zei de delver, lichtelijk op zijn hoede. "Wat spijtig om te horen. Wellicht een oneerbiedige vraag, maar kunt u meer vertellen over uw vaders dood?" vroeg Gwilion.

Onvoorzien voelde hij hoe iets zijn richting op kwam. Wellicht was het de geest? Gwilion hoorde geen voetstappen achter zich, maar hij kreeg wel een koude rilling, die heel zijn lichaam bedekte. "Dat mag ik u helaas niet vertellen" zei de man op een onrustige toon. Gwilion zag dat de delver zich niet op zijn gemak voelde. "Aparte woordkeuze. 'Niet mogen vertellen'. Van wie mag u het niet vertellen?" vroeg Gwilion door. Hij was pas een dag de nieuwe priester van de kathedraal, dus hij wilde weten wat voor hem allemaal gebeurd was. Wellicht kreeg hij een verklaring voor het duistere schepsel die in de kerk huisde. 

Het gezicht van de grafdelver betrok nadat Gwilion zijn vraag had gesteld. Het leek pure angst wat de man voelde. "De Aastor mag het van mij niet vertellen, Gwilion" zei een duistere stem, achter de rug van de priester. Gwilion draaide zich om en keek de duistere geest recht in zijn ogen aan. "Kijk aan. Jij durft je dus ook overdag te laten zien" zei Gwilion die geen angst voor het schepsel wilde hebben. "U kent hem?" vroeg de grafdelver stamelend. "Ik heb hem gisteren avond ontmoet" antwoordde Gwilion terwijl hij de geest bleef aankijken. De duistere mist spreidde zich langzaam en vloeiend uit richting de priester. Gwilion kreeg de kans om schim beter te bekijken. Maar het enige wat hij zag, was zwart. De dikke zwarte nevel belemmerde Gwilion het zicht achter de geest. De gloeiende rode ogen keken hem hatelijk aan. "Grafgraver, verdwijn nu uit mijn kathedraal" zei de schim die zijn woorden zelfzuchtig uitsprak. De man maakte schokkerig een kleine buiging en antwoordde met: "Ja, heer", waarna hij vluchtig de kerk verliet.

"Dus ik ben niet de enige die weet van jouw bestaan" zei Gwilion die zich weer richtte op de geest. "Meerdere mensen hebben mij gekend" bevestigde de geest. "Meeste kunnen het niet navertellen, daarentegen" voegde de geest er cynisch aan toe. "Jij ook niet, als je zo blijft doorgaan" zei het duistere schepsel hatelijk. Hij wendde zijn blik naar de andere deur van de kathedraal. Iemand betrad de kerk. Ook Gwilion had zijn blik naar het persoon gericht. Toen hij weer het gesprek met de geest wilde oppakken, bleek de geest verdwenen te zijn. Gwilion begreep dat de geest niet door iedereen gezien wilde worden. "Dan spreek ik je vanavond nog wel, mijn beste geest" zei Gwilion tegen zichzelf en vervolgde zijn dagelijkse bezigheden. 

De zon stond hoog aan de hemel, toen Gwilion besloot om van de buitenlucht te genieten. Hij liet zijn verantwoordelijkheid van de kathedraal bij de monniken en liep naar buiten. Nu had hij eindelijk de tijd om de natuur rondom de kathedraal te bewonderen. Maar een ding zat hem nog dwars. De grafdelver. De geest had hem die ochtend goed bang gekregen. Gwilion besloot langs het kleine huisje van de man te gaan. Het was niet ver van de kerk verwijderd. Integendeel, het oude huisje was gevestigd op het kerkhof.

De grafdelver was niet moeilijk te vinden. Hij was nog steeds bezig met het uittrekken van het onkruid rond de grafstenen. Toen Gwilion hem naderde, keek de man op. Met een bezorgelijke blik keek de man naar Gwilion. "Hij komt wellicht niet meer buiten, maar de kathedraal heeft nog steeds ramen" zei de man, die zijn blik langs Gwilion had gericht. Gwilion wilde zich omdraaien om te kijken wat achter hem te zien was, maar dat leek hem toch geen goed idee. "De geest?" vroeg Gwilion aan de grafdelver. De man knikte. "Ik weet dat u opzoek bent naar antwoorden, maar die kan ik u nu niet geven" zei de grafdelver terwijl hij bukte om een paardenbloem uit de grond te trekken. "Hier, neem dit aan" zei de man daarna en probeerde zo onopvallend mogelijk een klein briefje te overhandigen aan de priester. Gwilion nam het aan en stopte het weg tussen zijn kleding. Daarna draaide hij zich om. Gwilion zag de geest achter een raam van de kathedraal staan. Zijn ogen keken de priester indringend aan. Gwilion betwijfelde of de geest iets van het gesprek had gehoord, maar zeker wist hij het niet.

Gwilion besloot buiten de kathedraal het briefje van de grafdelver te lezen, aangezien de macht van de duistere geest binnen de kerk was. Gwilion nam plaats op een marmeren bankje, waar je geen zicht had op de kathedraal. Het bladerdak van de bomen verborg de priester goed voor de ogen van de duistere geest. Gwilion haalde het briefje tevoorschijn en vouwde het open.

Ontmoet me over drie dagen bij het standbeeld van de engel. Vlak voor zonsondergang.

Gwilion begreep dat hij hiermee de antwoorden kreeg waar hij naar opzoek was. De man zuchtte en stond op. Nadenkend liep hij terug naar de kathedraal. Hij was in een vreemde situatie beland en wist niet wat hij ermee moest doen. "Welkom terug" zei een monnik tegen Gwilion, toen hij de kathedraal betrad. "Dank u" zei Gwilion beleefd en liep naar een brandende kaars. Daarna haalde hij het papiertje van de grafdelver tevoorschijn en hield het boven de vlam van de kaars. Het vuur reikte hoger, waarna het papiertje vlam vatte.

"Jij dacht dat je geheimen voor mij verborgen kon houden" zei een stem in Gwilions hoofd. "Of zie ik dat verkeerd, Gwilion?" echode de stem in de gedachten van de priester. De geest, dacht Gwilion, maar hij zag hem nergens. "Onthoud goed: dit is mijn kathedraal. Niets blijft voor mij verborgen!" siste de geest boos. "En ik zal erachter komen wat jij hier doet" dacht Gwilion in zichzelf. "Zwakkeling" siste de geest, als teken dat hij Gwilion had gehoord. "Ons gesprek zal voortgezet worden, vanavond" zei Gwilion als laatste tegen de geest. Daarna probeerde hij zijn taak als priester van de kathedraal weer op te pakken. "Ik zal er zijn" zei de geest in de gedachten van Gwilion, maar hij liet zich ook zien in de schaduwen van de kerk. Gwilion zag de geest leunen tegen het grote orgel, boven de hoofdingang met een minachtende houding. Dit was zijn kathedraal, zijn terrein.


Bullet blue 1
Voorafgaand
Hoofdstuk 2 Opvolgend
Bullet blue 1

De kaars

Het daglicht

De geest

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.