Wikia


Hoi, welkom op de pagina van mijn 3e fanfiction!!! Om het spannend te houden zal ik nog niet vertellen waar dit over zal gaan! ;)

Ik heb wel al een cover gemaakt!!!

Avondpoot_


Gouden zon cover



















ProloogEdit

Ze waren met z'n zessen. Allemaal hadden ze hun kap over hun hoofd. Midden in de nacht slenterden ze over straat zonder reden, gezichten verborgen in de schaduwen. Niemand wist wat ze deden en wanneer ze weer langskwamen. Niemand. Niemand wist van waar ze kwamen. Niemand wist hoe oud ze waren. Niemand wist of ze nog op school zaten. Niemand wist zelfs of ze wel familie hadden. Eén van hen ben ik. En ik hoorde er niet bij. Dit verhaal gaat erover hoe ik net als hen werd. Hoe ik ook midden in de nacht over straat slenterde zonder identiteit of naam. Op een dag werd alles anders. Mijn leven werd anders, ook mijn toekomst waar ik niet meer van wist hoe hij zal gaan. Dat wist ik vroeger wel. Ik had alles gepland. Ik had mijn leven gepland. En zij hebben alles veranderd. Alles.

Hoofdstuk 1Edit

Het begon allemaal op een reis. Ik was onderweg naar Ohio, waar mijn  ouders woonden. Ik zat vroeger op internaat in de middelbare school, 4e jaar. Maar mijn ouders konden het niet meer aan om zo ver van hun enige dochter, hun enige kind, verwijderd te zijn en stelden voor dat ik naar hun stad zou verhuizen, waar ik naar een nieuwe middelbare school in het 5e jaar ging gaan. Mijn moeder was kort, met donkerbruin haar en fletsblauwe ogen. Ze zag er erg kinderlijk uit voor iemand van 34. Mijn vader's ogen waren groen, zijn haar vuilblond. Ik leek op een mengeling van de twee, fletsgroene ogen, donkerblond haar met bruinige strepen in. Ik werd bijna 15, maar een verjaardagfeestje verwachtte ik niet. Daar deden mijn ouders niet aan. En ik had het al lang geleden opgegeven. Regen tikte die dag op het raampje van de auto, het was een koude Januari-ochtend en sneeuw was die nacht in bakken uit de lucht gevallen. Aan onze rechterkant waren hoge sparren, aan de linkerkant een uitgestorven veld met hier en daar een boompje. Sneeuw maakte alles zuiver wit, als een verlaten wereld. De mist hing over het veld en slierde tussen de bomen door, terwijl de regen doorratelde op het dak van de wagen. Mijn ouders zaten zwijgend voorin, in hun eigen gedachtes verzonken net als ik. Na een tijdje hield de regen op, en in de verte kon ik Ohio opmerken. Het landschap was ruw, hier en daar waren aan de uithoeken bergen te zien. Sneeuw bedekte de toppen. Rode herfstbomen en sparren waren her en der verspreidt. De zonsondergang kleurde alles zuiver oranje met een vleug rood. De schemering viel in. Dat was het moment dat ik ze zag. Ze waren met z'n vijven. Ze liepen tussen de bomen door, verspreidt. Drie vrouwen en twee mannen. Elk met een capuchon... van waar kwamen ze? En waarom liepen ze doodkalm door een besneeuwd woud, als een bende zakkenrollers ofzo? Ik drukte mijn gezicht tegen het raampje in een poging een laatste glimp van hen op te vangen. Het ene moment stonden ze daar, een knip met mijn ogen en ze waren weg. 

Hoofdstuk 2Edit

"Ik breng je wel naar je kamer, Emma," mijn moeder ging me voor de oude, beukenhouten trap op. Hier en daar zaten er kleine putjes in, maar ik merkte het niet erg goed op. Een mollige, donker crémekleurige kat streek langs mijn been in het voorbijgaan, een verlegen manier van een kopje."Ik wist niet dat Noedel nog leefde!" riep ik verrast uit."Hij is nog maar 3 jaar, hoor," lachtte mijn moeder. Dan waren we boven. De vloer van de overloop was bedekt met een dik, donkerblauw tapijt met roosjes op. Er waren 7 deuren, een aan het einde van de gang, twee aan het andere, bredere, einde, en vier in het midden, aan de grootste muur."De twee deuren aan dat einde zijn twee badkamers, een voor je vader en een voor ons, de vrouwen." mijn moeder glimlachte even. De vier aan deze muur zijn, van links naar rechts: de kamer van mij en je vader, jouw kamer, een zitkamer en een kleine kamer uit glas vol met planten." Ik zweeg, wachtend op haar commentaar over de kamer aan het andere uiteinde van de gang. Maar mijn moeder opende de deur naar mijn kamer, en maakte een vaag handgebaar ten teken dat ik erin kon gaan en kon uitpakken. Ik zweeg, verwonderd waarom ze niks had verteld over de zevende kamer, en liep dan mijn nieuwe kamer binnen. Het raam was groot en licht, eronder stond een kleine sofa en aan de andere muur was een klein, lang raam tot op de grond. Daartegen stond mijn bed, het was redelijk breed, overtrokken met een lichtgrijs deken en een bleekgrijs kussen. Er stond een nachtkastje aan de rechterkant, met een rechte, digitale wekker in het donkergrijs en een glas voor water. Er in stonden boeken die ik een paar jaar geleden hier had achtergelaten, toen ik nog hier woonde. Ik opende de schuiven van een kleine, lage kast naast de sofa en stopte er mijn kleren in. De zon was nu volledig achter de bomen verdwenen, en de schemering was donker. Ik keek naar het sparrenbos. Het was hetzelfde bos van waar ik die vreemde pubers had gezien. Ze waren ongeveer even oud geweest als ik, dat was me wel opgevallen. Dan zag ik een schim rennen. Het was een van de jongeren die ik had gezien. En hij zat achter iets aan. Het duurde even voor ik zag dat het een klein hert was, dat vol met doodsangst door het woud rende. Dan struikelde het en de vrouw, het was duidelijk een van de vrouwen, sprong op hem. Ik keek vol afschuw toe hoe ze in de nek an het kleine dier beet en bloed de sneeuw rood kleurde. Dan veegde de vrouw haar bebloede mond af en keek me recht aan met gifgroene ogen met een gouden rand. Ik deinsde achteruit, bleef hijgend tegen de andere wand van de kamer staan. Toen ik een paar minuten later weer voor het raam ging staan en naar beneden keek waren zowel de vrouw als het jonge hert verdwenen.

Hoofdstuk 3Edit

Ik slenterde met mijn rugzak over mijn schouder de brede weg af, opweg naar het dorp niet zo ver van mijn huis vandaan. De sparren stonden statig aan mijn rechterkant, aan mijn andere zijde was het veld met de paar boompjes en struikjes. De wind blies door mijn jas heen, en was zo hevig dat ik hard moet stappen om rechtdoor te kunnen blijven gaan. Opeens klonk er een kreet die door de mist heen sneed, en ik voelde mijn bloed in ijs veranderen. Die jongeren. De vrouw. Het hert. Ik was het die nacht helemaal vergeten! Zou ik wel veilig zijn op de weg? Of zou ik het volgende slachtoffer zijn van die monsters?! Mijn hart bonsde in mijn keel. Dan klonk er weer zo'n kreet, hij klonk opgewonden en was dichterbij. Kreet. Kreet. Kreet. Het werd ijskoud om me heen, en dat kwam niet doordat ik bang was. Een pluk gras dicht naast me begon te bevriezen, rijp vormde zich rond de uithoeken en werd dikker en sterker tot het gras ombrak en slap op de grond bleef liggen, die ook al helemaal bedekt was met glad ijs. De adrenaline begon in mijn bloed te komen toen ik weer een kreet hoorde, vlakbij de bosrand, vijf meter bij me vandaan. Ik slikte, wierp mijn rugzak weg en sprong naar achteren, maar onverwachts slipte ik weg op het ijs en viel een niveau lager. Zonder aarzelen sprong ik overeind en begon te rennen, uitglijdend over de rijp die zich verder en verder versprijdde. Sneeuw begon neer te vallen en de mist strekte zich verder uit dan ooit. Ik hoorde het gehijg van een beest achter me, maar geen vier paar poten. Ik hoorde voetstappen. Ik begon harder en harder te rennen. En het beest achter me snuifde opgewonden toen hij me begon in te halen. Dan vloog er iets met een klap tegen me aan, en scherpe tanden boorden zich in mijn been. Ze drongden door tot vlees, spieren, pezen, en dan door bot. Het leek alsof er een gigantische ijspegel in werd geboord, en ik slaakte een gil die door het duistere woud doorgalmde. Naar adem snakkend viel ik neer op de grond, terwijl ik mijn gewond been vastgreep. Bloed droop razendsnel en warm over de bosgrond, en voor het eerst kon ik het monster voor me zien. Het leek op een wolf. Maar het liep op zijn achterpoten, had veel scherpere tanden en grauwde woest terwijl het het bloed rond zijn bek aflikte. Mijn bloed. Tranen vulden mijn ogen toen ik zag hoe het rond me begon te cirkelen, net als een roofdier deed met zijn hulpeloze prooi. Mijn been schreeuwde het uit van de pijn, en het was nu helemaal doorweekt van het donkerrode bloed. Mijn zicht werd wazig, ik kon amper zien. Hopelijk zou ik eerder sterven door bloedverlies dan dat DAT monster mij aan flarden rukte! Mijn been klopte erger dan ooit, zou dat beest giftanden hebben ofzo? Ik kneep mijn ogen stijf dicht, wachtend tot ik die scherpe tanden weer zou voelen, ditmaal in mijn buik, en dan alleen maar rood zou zien dat zou overgaan in zwart. Maar er ritselde een struik, en het volgende moment brulde het beest het uit van pijn en woede. Ik voelde heet bloed op me spatten toen iets het monster doorboorde, en het volgende moment viel hij met een harde, trillende klap op de grond. Er viel even een stilte, dan klonken er voetstappen en knielde iemand bij het beest neer."Hij heeft een geurspoor gevolgd." klonk een vrouwenstem."We zijn hier niet veilig meer voor hen, bel Barry op en zeg dat we gaan verhuizen." de manier waarop ze "hen" uitsprak, deed me de rillingen over de rug lopen. Ik opende mijn ogen weer, te hard in shok doorwat ik gezien had door te letten op de personen die me gered hadden."En wat doen we me haar?" de man keek naar mij."Dat beest heeft haar gebeten, over een paar uur wordt ze een van hen." zei de vrouw."Maar we hebben tegengif, wie weet kan ze ons van pas komen. Iedereen weet dat als je gebeten bent door een van hen je zintuigen buitengewoon verscherpen. Ze kan ons helpen hen te bestrijen." dat zei de man weer."Nou, in die toestand zou ze denk ik niet kunnen lopen." de vrouw bukte zich tot ze mij in de ogen kon kijken."Denk je dat je kan lopen?" vroeg ze. Ze had zilverblond haar en haar ogen waren... rood? Nee, het was geel met een rode schijn! Ze deed me bijna denken aan een wolf, een witte wolf. Ik knikte zachtjes."Ik denk van wel." maar terwijl ik opstond, scheen mijn been door te breken."Oh, shit, hij heeft haar bot doorgebeten." vloekte de man zacht. Hij had roodbruin haar en groene ogen. De vrouw pakte mijn arm vast."Je kan half op mij leunen." Zei ze. Dan liepen we het woud door, nog dieper er in.

Hoofdstuk 4Edit

Uiteindelijk kwamen we bij de plek uit die ik het minst had verwacht. Het was een villa. Een groot, wit gebouw met hier en daar een terras en rechte ramen die tot op de vloer kwamen. Onderweg naar hier had ik nog meer bloed verloren, maar niemand had het gemerkt. Ik had het ook niet verteld. Er liep een trap langs de achterkant van de villa, en daar klommen we op. Ik moest hard op mijn tanden bijten om het niet uit te gillen van de pijn toen ik erop liep met mijn gewonde been. Toen we boven waren, deed de jongen de deur keurig op slot. Het viel me op dat hij best jong was, net als de vrouw. Rond de achttien jaar ofzo... Er stond nog een man bij het raam, hij was zwartharig met bruine ogen."Dus, jij vind dat we moeten verhuizen, Liam?" vroeg hij koeltjes. De jongen die mij gered had knikte zacht."We zijn niet veilig meer voor hen. We moeten hier weg." de man begon te ijsberen, maar dan kalm."Waarvoor trainen wij als we toch altijd vluchten? Waarom leren we vechten terwijl we het nooit doen? Ik ben je leider, Liam, en ik zeg dat we blijven en die monsters bestrijden." bloed drupte op de grond onder mij. Mijn been was nog niet gestopt met bloeden, en ik voelde de pijn nu erger dan ooit."Barry, ik zeg niet dat we niet hoeven vechten. Ik zeg dat we het beter niet doen als het niet hoeft." ik vond dat Liam ergens wel een punt had. Barry dacht even na."Nee, we kunnen ze beter uitroeien. Dan zijn we voorgoed van hen af. Dan volgen de anderen." Mijn been trilde zo hard dat ik nauwelijks kon rechtstaan. Ik keek naar mijn handen en zag dat ze bebloed waren, omdat ik mijn been had vastgegrepen toen het beest me weggesmeten had nadat hij er in gebeten had."En waarom heb je een meisje bij je? Had ik niet gezegd dat we dit geheim moesten houden voor mensen?" Barry's stem klonk ijzig, en trilde van woede."Een van die mormels zat achter haar aan, wij waren hem net aan het volgen. Toen raakten we hem opeens kwijt en toen we hem weer vonden stond hij op het punt haar aan flarden te scheuren. Ten eerste heeft ze te veel gezien, en ten tweede heeft hij haar gebeten. Wij hebben tegengif en omdat haar zintuigen nu scherper zullen worden dan ooit zou ze handig zijn voor de jacht op die beesten. We kunnen haar trainen. Dat hebben we ook gedaan met Liv." hij gebaarde naar het meisje met het zilverblonde haar en gele ogen. Barry zweeg even. Het duurde te lang naar mijn zin, en ik gleed langzaam omlaag via de muur. Dan raakte ik de grond, waar ik ineengedoken bleef zitten, ik hield mijn doorboorde been vast met beide handen. Een vreemd soort gloeiend heet vuur stroomde door mijn lichaam, vanuit de plek waar ik gebeten was. Alsjeblieft, laat het ophouden, dacht ik. Laat me sterven! Mijn ogen waren wijd opengesperd door het gevoel dat ik in ijs veranderde. Alles brandde. Alles was ijskoud. Alles deed pijn. De stem van Liam kwam van ver, en voor het eerst merkte ik dat mijn omgeving zwart werd en ik neerlag, inelkaargedoken."We hebben niet veel tijd meer, haar ogen zijn aan het rood worden!" klonk het zacht, en van ver, alsof ik onder water zat. Dan was alles verdwenen.

Hoofdstuk 5Edit

"Oké, haar been is verbonden en gespalkt. Kunnen we nu gaan?" het was de stem van Liam, dacht ik. Er klonk wat gemurmel en dan werd het stil, iedereen was weg, vast naar de kamer hiernaast. Hoe lang had ik nu geslapen? Het leek wel een eeuwigheid, maar ook een tel. Ik opende mijn ogen. Ik lag op een zetel* die in de hoek van de kamer stond, bij het raam. Er was een verband rond het been waar dat beest me gebeten had, en ik voelde geen pijn meer. Het gevoel van vuur was ook verdwenen. Er lag een eindje verder een spiegel, en ik bedacht dat ik mijn gezicht wou zien. Ik greep hem vast en hield hem voor mijn gezicht. Mijn ogen vlogen open van ontzetting. Ik was lijkbleek, mijn groene ogen hadden een rode schijn, net als bij Liv's gele, en mijn haar zag er donkerder uit."What the fuck..." mompelde ik. Ik hoorde alles wat zich afspeelde in het huis. Ik zag alle bewegingen, zelfs die van buiten mijn ooghoeken. Ik voelde me sterker dan ooit. Ik wou vechten. Ik wou die verschrikkelijke monsters vermoorden. Want één van hen heeft me in deze situatie gebracht. Eén van hen. Ik legde de spiegel terug, ging op het uiteinde van de zetel zitten en dacht diep na. Ik zou me laten trainen door Barry, Liam en Liv. Het zou moeten. Ik zou een van hen worden en hen verdedigen, zij zouden mij verdedigen en samen zouden we een hecht team worden. We zouden al die vreselijke beesten vermoorden en uitroeien!

  • zetel = bank voor de Nederlanders

Hoofdstuk 6Edit

Meisje spoorloos verdwenen in woud

Gisteren verdween Emma Lohay (17) in de buurt van het plaatselijke woud, op weg naar school. Onderzoekers staan voor een raadsel, er waren geen sporen van een worsteling of ook maar enig teken dat Emma ontsnapt is. De politie blijft volhouden tot ze ook maar enig spoor hebben gevonden, dat bevestigde het hoofd van de plaatselijke politie. De school zelf had bevestigd dat Emma die dag niet was gearriveerd, wat bewijst dat ze onderweg verdwenen moet zijn. Als u ook maar enig idee hebt met wat er met Emma Lohay gebeurt is, gelieve u dan te melden bij ons politiebureau

​Ik vouwde de krant op en gooide hem terug neer op de zetel. Vervolgens rekte ik me uit en opende het raam een stukje. Het was nu 2 waken nadat ik was aangevallen door de Rughe (het wolfachtige monster) en mijn been was vrijwel genezen. Ik had aan Barry gevraagd of ik echt kon meehelpen die monsters uit te roeien, en hij had "ja" gezegd. Liam sliep twee kamers verder van mij, en Liv naast me. Volgens onze geruchten sliep Barry vrijwel niet, want hij was half vampier. Ik had nooit gedacht dat er vampiers zouden bestaan, maar als er Rughes bestaan zou er zelfs leven op mars te vinden zijn. Er waren zelfs meermensen (maar niet van die lieve zeemeerminnetjes die je in sprookjes zag). Zij hadden altijd zwart haar met witte strepen in (behalve de baby's, hun haren waren volledig wit), en allemaal hadden ze een groene vissenstaart. Vuil groen, smerige kleur vond ik. En er waren wat rare vrouwen die rondzweefden in de lucht, maar die waren zo hoog dat je ze amper kon zien. Ik opende het raam dat naar het terras liep en ging naar buiten. Donkere wolken pakten zich samen en begonnen dreigend te rommelen. Ik zuchtte toen een paar regendruppels op de houten vloer vielen. Ik greep de balustrade vast en sprong omlaag het gazon in. Het gras was hier hoog, alsof het al jaren niet meer gemaaid was. Ik liep de tuin door tot bij de omheining en kroop er dan over. Onder de bomen van het woud was het beschutter, en ik pakte de boog die ik sinds ik genezen was altijd bij me had. De pijlkoker hing op mijn rug. Als er weer zo'n klotebeest als een Rughe aankwam zou ik hem in de pan hakken. Zo'n kop zou wel mooi hangen in de woonkamer. Met een kerstmuts op zou er best wel doorkunnen... Ik grijnsde en liep door tot ik bij een eik kwam die bovendien een goede klimboom leek. Ik pakte een hoge tak vast en hees me dan op. Nu zat ik al 1,5 meter hoger dan een halve seconde geleden. Met een glimlach hees ik me nog hoger op. 3 meter. Toen ik op 5 meter hoogte zat hoorde ik onder me iets rondlopen. Geen beest. Een mens. (Of iets menselijks). Tenzij... ik hoorde toch meer dan 2 voeten (nou ja, poten dus). En er klonk een sissend geluid. Ik kon moeilijk tussen de takken door naar beneden gluren, dus zakte ik wat meer omlaag tot op 2,5 meter hoog. Ik zag rode en blauwe schubben glanzen. En wat zilver. Ik hoorde een schrapend geluid, en mijn ogen gingen wijd open toen ik de krassen van klauwsporen zag op de stam van een boom naast de eik waarin ik zat. Het waren 3 sporen naast elkaar. Dan kwam er iets met een klap tegen de boom aan. Even wankelde ik en het volgende moment moest ik springen; de boom was aan het omvallen. Zo snel als ik kon rende ik via een brede, lange tak naar omlaag, en waagde een sprong van meer dan 2 en een halve meter. Gelukkig kwam ik goed terecht, maar daarna smolt al mijn hoop als sneeuw voor de zon weg. Het ding dat de ravage had aangericht was groter dan ik verwacht had, maar dit was vast een klein exemplaar. Het had grote poten met zilveren klauwen, een staart met pinnen op in hetzelfde zilver en die pinnen liepen door tot over haar rug tot het eindigde in de horens op haar kop. Ze had ook een dunne bek met scherpe, al even zilveren tanden en een hanger met een wit kristal hing om haar nek. haar rood met blauw geschubde vleugels waren tegen haar lichaam aangevouwen (dat dezelfde kleur schubben had) en hadden ook zilveren pinnen op de uiteinden, die er messcherp uitzagen. Ik zag dat het een vrouwtje was door de vorm van haar kop en de horens die erop zaten waren fijn en glanzend. Mannetjes hadden grotere horens om goed te kunnen vechten. Jammer genoeg waren de vrouwtjes woester. Want hetgene wat ik voor me zag was een jonge vrouwtjesdraak. 

Hoofdstuk 7Edit

"O mijn god, wat ben jij mooi..." fluisterde ik. Het vrouwtje snoof en schraapte met haar klauwen over de grond. Ik stak mijn hand uit. Ze rook even en stond dan toe dat ik haar neus aanraakte. Haar ogen waren zilver-achtig blauw. binnenkort! XDDD

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.