Wikia


Vink Voltooid!

Dit verhaal is op 16 april 2016 voltooid.

Het verhaal loopt niet helemaal goed en heeft een paar foutjes, maar dit wordt in de toekomst niet aangepast.


Heer van het duister 2
Dit verhaal heb ik geschreven in 2011 en is mijn eerste verhaal wat ik ooit voltooid heb. Spelfouten en rare complottheorieën heb ik laten staan. Dit is wat ik vroeger schreef. Ik weet ook nog welke muziek ik toen luisterde om de sfeer te voelen. Mocht je het leuk vinden, hier is de link van een van de nummers:Feet of Flames - High priests

Een kort verhaal over een jongen die terugblikt op zijn eerdere leven. Het gelukkige leven wat hij eerst had, wordt abrupt beëindigd door een duistere tovenaar. De jongen wordt vervloekt en moet de tovenaar jarenlang dienen, tegen zijn wil in. De jongen probeert te ontkomen aan zijn meester en zich weer te herenigen in het stadse leven, maar daarvoor moet hij eerst een groot offer brengen.






Het licht van de volle maan viel op de straten van het dorpje langs het woud. Mensen zaten rond een kampvuur. Aiden stond aan de rand van het bos. Zijn gedachte was verzonken tussen de bomen. Na al die jaren wist hij nog steeds niet wat hij van het woud moest denken. Was hij in de toekomst gelukkiger dan in zijn verleden? Hij wist het nog steeds niet. Iemand kwam langs hem staan. “Met welke vraag zit je deze keer, Aiden?” vroeg een jonge vrouw. “Met de vraag die ik me altijd stel als ik voor de rand van het woud sta” zei hij terwijl hij zich omdraaide. “Mensen vragen zich af waarom je die keuze niet kan maken. Ik denk dat het goed is al ze weten waarmee je zit” adviseerde Selena. “Kom, ga bij het kampvuur zitten. We wachten nog op een verhaal” zei ze kalm terwijl ze samen naar het kampvuur liepen.

“Fijn dat je een keer rond het kampvuur komt zitten, Aiden. We wachten nog op een verhaal” zei de vader van Selena. “Goed, ik vertel het wel” zei Aiden geïrriteerd.

“Het was volle maan. Meer dan 20 jaar geleden. Een dodelijke ziekte teisterde de dorpen. Vele stierven en mensen waren wanhopig. Mensen zochten naar een oplossing maar vonden die niet. Theodore vond in die tijd een boek. Het was een boek van een tovenaar die zich had gewijd aan de zwarte kunsten. In dat boek stonden vreemde ziektes vermeld en de genezing daarvan. Ook stonden er angstaanjagende verhalen over raven in. Raven met bloedrode ogen die mensen het woud in lokten die daarna nooit meer terug kwamen. De Kamatian werden ze genoemd. De dienaren van de dood. Nadat de dorpelingen ontdekten dat de tovenaar de zwarte kunsten beheerste, verdween hij in het niets en was hij van de aardbol verdwenen.

Vele dachten dat hij in het woud leefde in de toren, samen met de Kamatian. Maar dat was meer dan honderd jaar geleden en de tovenaar was nu alleen maar een verhaal. Toch waagden de dorpelingen zich nog steeds niet in het woud. Als de nacht viel kwamen de raven en hun meester. Een wezen wat mensen net zoals zijn dienaren levend verslond zonder medelijden of schuld gevoel. De mensen vreesden hem. Hij werd de duivel genoemd, de Lucifer op aarde, dacht men. Theodore vond de ziekte in het boek en kon alleen bestreden worden door een kruid diep in het woud. Maar Theodore kende de verhalen over het woud ook. Hij moest de Kamatian en zijn meester een stap voor zijn. Na lang zoeken vond hij een oplossing.

De langste dag van het jaar. Theodore had dan meer tijd om te zoeken en de zon zou hem beschermen tegen de wezen in het woud. De dag brak aan en Theodore nam afscheid van zijn vrouw en vertrok bij dagraad naar het woud. De zon scheen door het bladerdak en maakte van het duistere woud een hemelse plek. Het was een prachtig woud met rust en vrede. Theodore mocht niet dralen, hij moest zo snel mogelijk het kruid zien te vinden. Hij had het boek van de tovenaar meegenomen. Volgens het boek groeide het kruid in de buurt van water. Theodore wist waar hij water kon vinden. Een meer, dicht in de buurt van de toren was een perfecte plek voor het kruid. Iets hield Theodore tegen. De toren. De toren waarin de tovenaar leefde volgens de verhalen. De toren waaruit de raven hun slachtoffer zochten. De toren die van ouderdom bijna uit elkaar viel” de dorpelingen rond het kampvuur lachte. “Goed” zei Aiden. “Ik ga weer verder, waar was ik”

“Oh ja. Theodore zette zijn angst opzij en liep in de richting van de toren. Het duurde lang. Uren verstreken doordat het woud dicht begroeid was en je er makkelijk kon verdwalen. Theodore raakte al snel verdwaald en zocht lang naar de toren. De tijd verstreek en de zon had een rode gloed toen Theodore eindelijk de toren bereikte. Theodore keek naar de zon die bijna niet meer te zien was. Hij schrok. Hij zou de rand van het woud nooit meer kunnen bereiken voordat de zon onder ging. Theodore was verloren. De zon ging onder. Het gekras van raven weerklonk boven hem. Uit het torenraam vlogen vele raven. Ze omcirkelden hem. Veren vlogen in het rond. Rode ogen vulde de nacht.

Theodore liep naar achter en struikelde over een tak. Opeens waren de raven stil, net alsof ze nooit een geluid hadden gemaakt. De raven daalden neer op takken van oude dode bomen. Ze wachtte op iemand. Theodore dacht het te weten. Plots vloog er nog een raaf uit het raam. Hij daalde neer in het duister. Boven de grond. De raaf trad in het licht van de maan. Het bevreesde wezen keek Theodore met zijn bloedrode ogen aan. Hij droeg de raaf op zijn arm en liep in de richting van Theodore. Een zwarte cape sleepte het wezen met zich mee. Theodore deinsde achteruit maar de toren hield hem tegen. Het wezen stopte en de wind waaide.

“Waarom betreed je deze aardse hel?” vroeg het wezen. Zijn stem was krachtig en bracht Theodore de rillingen. “Er heest een dodelijke ziekte. Er groeit hier een kruid wat de mensen kan genezen” sprak Theodore zacht. “In dit woud groeit niets dan alleen maar ellende en pijn. Kijk om je heen. Hier huist de duivel, hier kan je niks goeds vinden” sprak het wezen zonder enig medelijden. “Maar… Het stond in dit boek… De oude tovenaar beschreef het” zei Theodore vol angst. “Dwaas!” siste het wezen terwijl hij het boek uit Theodore’s handen greep. “Kijk om je heen. Het duister heerst hier. Mensen worden door mijn raven het woud in gelokt. Heb je niet gezien wat er met hun koude lichamen is gebeurd? Dit is een plek waar er geen goed bestaat” hij smeet het boek weg, liep naar Theodore en pakte hem bij zijn shirt.

“Heb je je leven gewaagd voor iets wat er in een oud boek stond?” zei het wezen recht in het gezicht van de bange man. Theodore keek de duivel recht in de ogen. “Ja, ja ik heb mijn leven gewaagd om het kruid te zoeken dat mijn vrienden en familie kan redden” zei Theodore kalm. Het wezen keek in zijn ogen. Hij liet Theodore los en nam een stap achteruit. Theodore stond op en wachtte totdat hij op gruwelijke wijzen vermoordt zou worden. “Je hebt me overtuigd” besloot het wezen. Hij liet de raaf om zijn arm opstijgen en de raaf vloog naar de toren. “Wat? Je wilt me niet vermoorden?” stotterde Theodore. “Breng me niet in verleiding” antwoordde het wezen kil. Een gekras doorbrak de stilte en de raaf daalde weer neer op de arm van het wezen. Hij had iets in zijn bek. Een paar takjes met bijna lichtgevende rode bloemetjes. “Dit is het kruid wat je zoekt. Jij krijgt het op een voorwaarde”

Theodore had het kunnen weten. “Zeg maar duivel, ik wil niet langer blijven in deze hel!” zei Theodore boos terwijl hij naar het wezen toe liep. “Denk je dat je zo tegen mij kan praten. Je bent het woud nog niet uit, hoor” sprak het wezen nijdig. “Hoe zou ik je anders moeten noemen? Lucifer, of vind je moordenaar misschien beter?”

“Pas op! Ik heb hier nog steeds de macht” siste het wezen. “Nou, hoe mag ik je noemen?” ging Theodore verder. “Heer, zou fijn zijn, zwerver” zei het wezen nog steeds met woede in zijn stem. “Nou Heer, wat wilt U in ruil voor het kruid?”

“Niet wat maar wie” sprak het wezen sluw. De wind stak op. De bomen bogen voor de wind en maakte een angstaanjagend geluid. “Ik, heer van het woud doe hierbij een belofte. Een erewoord. Ik geef jou het kruid waarnaar je op zoek bent en laat je zonder kleerscheuren het bos verlaten. Je wordt niet aangevallen of vermoordt. Dat zweer ik bij dezen.

In ruil voor mijn bescherming wil ik je dochter over 19 jaar op de dag dat de zon de maan overwint” het wezen maakte met zijn scherpe nagels, bijna klauwen een snee in zijn arm.”Zweer jij dat? Theodore de dwaze?” sprak hij terwijl hij bloed uit zijn arm vloeide en op de grond viel. “Ik, Theodore, zweer hierbij dat ik mijn dochter over 19 jaar op de dag dat de zon de maan overwint” zei Theodore kort. Hij pakte een mes en maakte ook een snee in zijn arm. “Mocht je niet aan de afspraak houden, mijn raven zullen je vinden, waar je je ook bevindt in deze wereld. En als dat moment daar is dan houd ik mij niet aan mijn woord”

“Vertrek nu”. Daarmee eindigde het gesprek. Het wezen wees in de richting van het dorp. Theodore liep verbijsterend naar het pad en bleef de heer van het woud aankijken. Hij zette zijn capuchon weer op en keek naar Theodore. Een ding begreep hij niet. Het duivelse persoon lachte niet. Nee, hij stond daar maar, zonder reden. Hij leek op iets te wachten, een bevel misschien? Het wezen keek Theodore recht in de ogen. Er was maar een woord wat zijn blik kon beschrijven.

Theodore liep in de richting van het dorp. De dieren in het woud keken hem bloeddorstig aan, maar ze deden hem niks. Hij had het gevoel dat hij nu veilig was. Niemand wist precies hoe het woud eigenlijk eruit zag. Misschien kon Theodore wat rond kijken. Hij week van het pad en liep door het dichtbegroeide deel. In de verte zag hij een plek waar het minder dicht begroeid was. Boven de bomen kraste een raaf. Theodore schrok en keek naar boven. De raaf vloog in de richting van de plaats. Theodore liep verder en duwde wat takken weg. Na een paar minuten had hij zijn bestemming bereikt. Theodore keek verbaasd naar wat hij zag. Hij had nooit gedacht dat er een klein dorpje in het woud stond en dan nog zo dicht bij zijn eigen dorp. Theodore liep het dorpje in.

Het was een griezelige plek. Er hing een mysterieuze mist en de wind waaide zacht. Spinnenwebben bekleedden de huizen en er was geen levende of dode ziel te bekennen. Theodore liep verder het dorpje in en stopte bij een huis waarvan de deur open stond. Met veel moed liep hij naar binnen. De maan scheen door de gaten van het vervallen dak. Stappels stoffige boeken lagen verspreid door heel het huis. Theodore liep naar een tafel waar een opengesperd boek lag. Op de tafel was geen stof te bekennen. Langs het boek stond een inktpotje met één raven veer. Theodore kon de verleiding niet weerstaan en pakte de veer. Hij was verbaasd. De inkt was nog nat. Theodore ging verder met zijn onderzoek en deed het boek in zijn tas. Hij draaide zich om het huis te verlaten maar iemand versperde de deuropening. Theodore herkende de cape.

Het was dezelfde persoon waarmee hij net een afspraak had gemaakt.”Ik geef je een kans om in leven te blijven, maar jij, Theodore, kan het niet laten om het woud te onderzoeken en op verboden plekken te komen. Ga nu weg!” sprak het wezen vol haat en stapte uit de deur opening. Theodore liep verstrikt van angst door de deur opening. Hij stopte door het gekras van vogels. Voor hem, op de daken zaten 17 raven en keken hem verraderlijk aan. Verraders, dacht Theodore en rende naar het veilige pad. Pas toen de zon opkwam bereikte Theodore de rand van het woud. Nu kwam zijn tweede moeilijke opdracht, een geneesmiddel maken. Theodore was er dagen mee bezig, maar het lukte hem dankzij het boek van de tovenaar. Hij genas de ziekte en werd de held van het dorp. Er werd een feest gegeven maar Theodore had andere dingen aan zijn hoofd. Het boek wat hij vond in het dorpje vond hij nu veel belangrijker. Toen de avond viel pakte hij het boek uit zin tas en sloeg het open. Op de eerste pagina’s stonden schitterende tekeningen van bomen en bloemen.

Ook het dorpje was meerdere malen getekend met spelende kinderen en dieren. Theodore sloeg de bladzijde om en er verscheen een pagina met een titel. Er stond ‘Het hemelse paradijs’, maar het was doorgekrast en eronder stond geschreven ‘De eeuwige hel’. Theodore begreep er niets van en sloeg de bladzijde weer om. Hij begon te lezen. Na een paar uur lezen kon Theodore nog steeds het boek niet weg leggen. De schrijver vertelde hoe zijn leven was in het dorpje. Het zelfde dorpje waarin Theodore een paar dagen geleden had gestaan. De schrijver heette Aiden en hij had een gelukkig leven samen met zijn vrienden en familie, maar dat veranderde plotseling toen er een man het dorpje in kwam lopen. De man vertelde dat hij een reiziger was en dat hij opzoek was naar een slaapplek. De man had een aardig karakter en was erg vrijgevig. Na een tijdje vertrouwde heel het dorp de aardige man, op een iemand na. De schrijver, Aiden, zoon van het dorphoofd, vertrouwde de man helemaal niet. Hij vond de man te aardig en te vrijgevig.

Aiden probeerde het dorp te waarschuwen maar zij geloofde hem niet. Ze keerde zich tegen hem. Aiden was niet meer welkom in het dorp en maakte in de buurt van het dorp een hut. Maar naar een tijd kreeg Aiden gelijk, de man was niet te vertrouwen. De dorpelingen ontdekte dat de man een tovenaar was van de zwarte magie, maar hellaas ontdekte ze dat te laat. De man maakte ze tot slaven en hij liet hen een toren bouwen midden in het woud. Aiden kwam er achter en ging in verzet tegen de tovenaar. Een gevecht ontstond tussen Aiden en de tovenaar. De tovenaar gebruikte zijn magie om de jongen te verslaan maar hij was niet de enige met magie. Aiden had de gave ook en hij had zijn hele leven al getraind. De tovenaar zag geen overwinning in zijn ogen. Hij moest het spel anders spelen, met de kunst van de zwarte magie. Wat daarna gebeurde was vreselijk.

De tovenaar sprak een vloek uit over de dorpelingen. Hij veranderde ze in raven. Raven met bloedrode ogen die zijn dienaren waren tot zijn dood. Aiden kon nog net ontsnappen aan de vloek door zijn magie te gebruiken maar daarvoor werd hij gestraft. Hij werd veranderd in een duivels wezen wat bloed zocht voor zijn meester. Een slaaf. Maar voordat gebeurden gebruikte Aiden zijn laatste krachten voor een tegen vloek. Aiden kende ook de kunst van de zwarte magie, maar hij had het nog nooit gebruikt. Aiden deed iets wat hij gezworen had om niet te doen. Hij vervloekte de tovenaar met zwarte magie. De tovenaar zou nooit meer de toren kunnen verlaten wat hij er ook tegen probeerde te doen. De tovenaar maakte daarna van het woud een duistere plek. Aiden moest samen met de Kamatian mensen het woud in lokken en daarna op gruwelijke wijze vermoorde. Na meer dan honderd jaar werd het woud meer dan gevreesd. Het werd een hel op aarde.

“Dus dat was zijn naam” dacht Theodore. De deur ging open. Theodore’s vrouw stond in de deuropening. “Ik ben zwanger” zei de blij.

De jaren verstreken en Theodore kreeg een kind. Een dochter, zoals hij had beloofd. Ze noemden haar Selena naar de maan. Ze had een lieflijk karakter maar was ook dapper. Haar leven was zorgeloos en ze dacht dat ze haar lot kende. Daarin had ze ongelijk, wat zij dacht was totaal anders dan wat er zou gebeuren. Die dag brak aan, een week voor haar 19de verjaardag.

Selena keek naar de rijke versiering van de stad. Muziek weerklonk in vele straten. Selena sleepte haar vader van het ene optreden naar het andere.

Ze had hierop al het hele jaar gewacht. Het zomerfestival. Selena genoot zo van het festival, dat ze haar vader uit het oog verloor. Ze was hem aan het zoeken, maar dat viel niet mee in de drukte. Selena besloot om een zijstaatje in te gaan waar het wat rustiger was. Het werd erg stil. De muziek was verdwenen en zelfs de wind sprak niet. Plots stond er een grote man met een mes op haar gericht. “Je geld, liefje” zei de man met een zware stem. Selena stond aan de grond genageld. Haar hard ging tekeer en ze kon niks meer zeggen. “Je geld!” dreigde de man.

“Laat haar gaan, dikzak!” schreeuwde een jongen die op de dief afrende. De dief draaide zich verbaasd om een richtte zijn mes op de jongen. Maar de dief was niet de enige met een mes. De jongen trok zijn dolk en sprong recht op de man. De man bezweek door deze actie en viel op de grond. Maar de man was niet zwak en gooide de jongen van zich af. De jongen raakte de muur en viel roeloos op de grond.

“Waar waren we?” zei de dief terwijl hij op stond en dreigend naar Selena toe liep.

“Bij jou einde!” de dief keek verschrikt op. De jongen, waarvan hij dacht dat hij gewonnen had, stond hijgend met zijn dolk in de richting van de dief. De man viel op de grond. De dolk was recht in zijn hart terecht gekomen. De jongen liep strompelend naar het lichaam. “Je hebt me gered” stotterde Selena. “Geen dank” antwoordde de jongen kort en trok zijn dolk uit het koude lichaam. “Mijn naam is Aiden. Heeft die dikzak je iets aangedaan?” vroeg hij terwijl hij in de zakken van de man keek. “Ik ben Selena. Op de schrik na heb ik niks, dank je”

“Fijn” antwoordde de jongen met een glimlach. Aiden voelde hoe de pijn de macht over hem nam. Selena zag hoe hij op de grond viel. Nu pas zag Selena waar het mes van de dief gebleven was. Aiden trok het er met veel moeite en pijn uit en probeerde op te staan. “Wacht, ik help je. We moeten naar mijn vader toe, hij is een arts” zei Selena in paniek. De wond was groot en Aiden had al veel bloed verloren. “Oké” zei Aiden zwak. “Kan je nog rennen? Het is niet zo ver en ik heb helaas geen paard” vroeg Selena. Ze dacht het antwoord al te weten. “Ik denk het wel” antwoordde Aiden. Selena keek hem verbaasd aan. “Zullen we?” drong Aiden aan. “Natuurlijk” en Selena en Aiden begonnen te rennen.

Selena’s huis was niet zo ver. Maar een paar straten verderop. Nu was het of er geen einde aankwam. Aiden rende zo hard als hij kan en dat was best snel. Selena keek bezorgt naar Aiden. Is dit het einde, dacht ze. Eindelijk zagen ze het huis van Selena. Selena stormde naar binnen en liep de trap op. “Wacht hier” zei ze en rende verder de trap op en riep haar vaders naam. Aiden steunde hijgend aan de tafel. Hij kreunde en zijn pijn was onbeschrijfelijk. Hij hoopte dat Selena er niet te lang over deed. Anders was het niet meer geloofswaardig.

Selena stormde de werkkamer van haar vader binnen. Theodore keek verbaasd naar haar en hij stond op om zijn dochter te kalmeren. “Vader… Aiden is gewond, je moet hem helpen” snakte Selena naar adem. Theodore schrok. Niemand in de wijde omgeving heette Aiden, op een iemand na. De duivel in het woud. “Nee, ik help hem niet” besloot Theodore. “Wat! Waarom niet?” Op dat moment hoorde ze beneden een vaas breken. Selena sleurde haar vader met zich mee. Selena schrok. Aiden lag op de grond in een plas bloed. Bewusteloos of misschien al dood. Theodore kon zijn plicht niet ontwijken en voelde Aidens pols. “Hij leeft nog” verklaarde hij. Selena keek haar vader smekend aan.

Theodore kon niet weigeren, hij moest de duivel helpen. “Ik heb schoon water, doeken en naald en draad nodig” zei Theodore terwijl hij Aiden van de grond haalde. Selena deed meteen wat haar vader haar opgaf. Theodore liep naar de behandel kamer en legde Aiden op een tafel die in het midden stond. Hij bekeek de wond, hij wist niet of Aiden het zou redden, maar hij zou er alles aan doen om de jongen te genezen om wie Selena zoveel om gaf.

De zon kwam op, de dag begon en de zonnestralen bereikte de patiëntenkamer van Theodore doormiddel van het raam. Na een tijdje bereikte het licht het bed waarin Aiden lag te slapen. De zon scheen fel op zijn gezicht en Aiden werd chagrijnig wakker. Hij wreef de slaap uit zijn ogen en keek de kamer rond. Alles was nog wazig en zijn ogen deden pijn door het felle licht. Aiden sloot zijn ogen weer en zuchtte. Waarom is de zon zo fel, dacht hij. Aiden hoorde het geluid van een krakende deur en Selena verscheen in de kamer. “Hé, slaapkop. Je bent laat” zei ze vrolijk. “Eigenlijk te vroeg” antwoordde Aiden met een flauwe glimlach.

“En, gaat het al weer wat beter? Je hebt drie dagen geslapen” ging Selena verder terwijl ze op Aidens bed kwam zitten. “Wat! Drie dagen?” Aiden veerde op. “Ja, hoezo?” vroeg Selena verbaast. “Shit!” vloekte Aiden en hij stapte uit bed en pakte zijn tas. “Waar gaat dat heen, Aiden?” vroeg Theodore streng. “Theodore, hier heb ik geen tijd voor. Ga aan de kant” beval Aiden maar Theodore verzette geen stap. Hij liet Aiden nog voor geen goud gaan, hij moest weten waarom Aiden hier was. “Aiden, wat is er? Je bent nog te zwak om te lopen” zei Selena bezorgd. “Mijn vader is vast ongerust en als hij erachter komt dat ik hier ben, vermoord hij me persoonlijk” verzon Aiden snel, maar eigenlijk sprak hij de waarheid.

“Wat is er nou zo erg aan dat je in ons huis bent?” vroeg Selena onbegrijpelijk. “Ja Aiden, hoe zit dat?” vroeg Theodore die wist dat Aiden loog. Probeer daar maar een uit te redden, dacht hij. “Theodore kent mijn vader” en Aiden keek sluw naar de man. “Of ben je dat vergeten?”

“Volgens mij ken ik je vader niet en ik ken jou ook niet” bracht Theodore ertegen in.

“Weet je nog dat er een man je huis binnen rende en vertelde dat zijn vrouw zou doodgaan tijdens haar bevalling? Dat waren mijn vader en moeder en jij wilde mijn vader niet helpen omdat je wist dat ze hoe dan ook zou sterven. Je bleef waar je was en mijn vader was kwaad. Hij rende toen terug naar zijn huis en vond zijn vrouw daar dood aan. Het is jouw schuld, Theodore dat mijn vader zo’n slecht man is geworden en mijn afbeult omdat hij vind dat het allemaal mijn schuld is. Maar jou is hij ook niet vergeten, hoor.

Toen ik een jaar of tien was beval mijn vader om jou te doden. Het mislukte, maar wat wil je bij een jongetje van tien jaar oud. Ik voel de zweep nog steeds op mijn rug branden” vertelde Aiden en keek Theodore dreigend aan. “En elke dag” ging Aiden verder om te zorgen dat Theodore mee zou gaan met zijn verhaal, “beveelt mijn vader om jou te doden. Op elk moment van de dag kan jouw leven stoppen en als ik je niet vermoord dan doet mijn vader dat wel”

Theodore keek geschokt naar de duivel terwijl een sluwe glimlach verscheen zonder dat Selena dat merkte. “Jij, jij monster ...” spuwde Theodore vol vuur maar hij kon zijn vervloeking niet afmaken. “Dus je weigert elke dag om mijn vader te doden?” vroeg Selena rustig. “Ja, en elke dag moet ik daar voor boeten” zei Aiden wat rustiger. “Kan je nog even blijven? Je bent nog zwak” vroeg Selena, maar niet alleen om die reden.

Ze wilde Aiden niet nog een marteling toewensen. “Misschien. Een paar dagen zou wel fijn zijn” antwoordde Aiden terwijl hij op een stoel ging zitten. Hij zuchtte. Het was hem gelukt om een geloofwaardig verhaal te vertellen. Theodore was woedend weggelopen en stak zijn hoofd in de waterbak van de paarden. Hij liefst had hij tegen de duivel geschreeuwd en hem geslagen maar toen hij het gezicht zag van zijn dochter, kon hij het niet aan en liep weg. Hoe krijgt hij het toch voor elkaar, dacht Theodore terwijl hij zijn hoofd uit de bak haalde.

De dagen daarna vlogen voorbij. Aiden kreeg een hele goede band met Selena. Ze leken wel broer en zus. Theodore was daar niet blij mee en zat dus vaak bij de paarden. Aiden ging elke avond weg. Terug naar het woud. Hij wilde niet dat zijn meester wist waar hij was. Normaal was hij ook nooit bij de toren dus hij zou het niet merken. Alleen er was een probleem. Zijn meester had de Kamatian aan Aiden gegeven, maar Aiden had een vermoeiden dat de raven niet helemaal van hem waren en dus konden zijn familie en vrienden hem verraden. Aiden verscheen in de toren. Hij knielde neer voor een oude troon waarin zijn meester zat.

“Heer” zei Aiden respectvol. “Je bent laat, Aiden” antwoordde de tovenaar. “Ik zocht onderweg naar verdwaalde reizigers” zei Aiden en bleef geknield voor de troon zitten. “De Kamatian heeft naar je gezocht” Aidens hart begon sneller te kloppen, “Ze konden je niet vinden”

“Ik ben in een ander gebied geweest. De Kamatian komt niet zo ver” verklaarde Aiden. De tovenaar stond op en liep naar Aiden toe. “Aiden wat is er aan de hand? Je doet de laatste tijd anders. Mijn vloek is toch hopelijk niet aan het verzwakken?” zei hij en beval Aiden om op te staan. “Nee heer, na meer dan honderd jaar heeft de vloek nog steeds zijn kracht behouden” antwoordde Aiden en keek naar buiten. De maan daalde en Aidens tijd raakte op. “Je hebt me nog niet verteld waarom je je anders gedraagt” zei de tovenaar listig en kwam achter Aiden staan en keek ook naar de maan. “Heeft het te maken met dat meisje, Selena? Ik dacht dat ik je had bevolen om ook vrouwen te vermoorden, of niet soms?”

“Nee heer, dat meisje betekent niets voor me. U heeft me inderdaad bevolen om iedereen die het woud betreed te vermoorden, ook al zijn het vrouwen of kinderen” Aiden zuchtte.

“En wat is er dan wel wat je dan zo anders maakt?” de tovenaar kneep in Aidens schouders. Zijn geduld raakte op. Aiden voelde de lange scherpe nagels en spande zich aan. “Nou, wat is er? Ik beveel dat je het zegt” terwijl de tovenaar harder kneep. Aiden zuchtte weer. “Er is niets. Ik ben alleen erg moe” Aiden voelde de druk op zijn schouders afnemen.

“Nou was dat zo moeilijk?” de tovenaar liet Aiden los en liep naar het scherm toe. “Rust uit en als er volgende keer mis is dan vertel je dat meteen, begrepen?” zei hij vanachter het scherm. “Ja heer” antwoordde Aiden en hij zag de eerste lichtstralen. “Vertrek!” beval de tovenaar en Aiden verdween in de zwarte rook. Aiden rende zo hard als hij kon naar de rand van het woud. Schaduwen van zwarte vogels tekenden zich op de aarde.

Aiden stopte direct met rennen en keek naar boven. De Kamatian had en gevolgd en cirkelde boven hem in de lucht. Ook dat nog, vloekte Aiden in zichzelf. Hij maakte met zijn handen een cirkel en richtte die op de raven. De raven bleven in de cirkel, Aiden sloot zijn ogen. Een oude taal vloeide uit zijn mond en Aiden opende zijn ogen. De Kamatian gehoorzaamde het bevel en vlogen weg van hun meester. Aiden begon weer te rennen. Bomen raasde langs hem en hij voelde de takken in zijn gezicht. Aiden keek achterom.

Hij zag de toren tussen de bomen en struiken en daarachter de zon die met haar licht het duister verjoeg. Een lage dikke mist verscheen en maakte het woud nog enger. Aiden bleef rennen. Hij zag de rand van het woud.

Hij sloot zijn ogen en rende recht in een wolk van zwarte rook. Aiden stopte met rennen en opende zijn ogen. Hij zag de weilanden en de huizen. Hij keek achter zich. De zon stond boven de bomen. Hij moest weer een smoes verzinnen. Aiden wreef met zijn handen in zijn gezicht. Hij trok zijn hand verschrikt terug toen hij iets nats voelde op zijn gezicht. Het was zwart, zo zwart als de raven. Zijn bloed. Aiden zuchtte en liet zijn magie de wonden genezen. “Aiden!” schreeuwde iemand. Aiden draaide zich verbaasd om en zag dat Selena naar hem toe rende. Ze omarmde hem , maar toen ze hoorde dat Aiden snakte naar adem, liet ze hem los en keek hem aan. “Waar was je? Ik was bezorgd”

Aiden greep naar zijn wond en leunde voorover. “Ik maakte een wandeling, dat is alles” zei hij pijnlijk.

“Kom dan gaan we terug naar mijn huis” zei Selena. In de verte zag je het huis al staan. Theodore stond buiten en keek naar iets. Aiden zag dat Theodore niet al te blij keek. Selena en Aiden bereikte het dorp. Aiden zag wat er aan de hand was en verstarde. In een oude dode boom zat een grote pikzwarte raaf. Zijn vader. Hij keek Aiden aan met zijn bloedrode ogen en doordrong zijn ziel. Selena liep naar haar vader toe. “Wat is er aan de hand?” vroeg Selena aan haar vader. “Wat er aan de hand is! Deze raven zijn de Kamatian en Aiden zal wel uitleggen waarom ze hier zijn!” schreeuwde Theodore en hij wees naar Aiden die nog steeds in schok verkeerde.

De Kamatian had zijn bevel genegeerd. Zijn meester wist dus nu waar hij was. Aiden keek naar de raaf. Hij wist wie de raaf was. Zijn vader. Aiden voelde hoe een vuist zijn buik raakte. Aiden kwam uit zijn gedachte en viel op de grond. Verbaasd keek hij naar de man die hem had geslagen. “Vader, moest dat nou?” zei Selena boos. Theodore luisterde niet naar haar en pakte Aiden bij zijn kraag en hees hem boven de grond. “Jij, duivel dat je bent, zorgt ervoor dat je die raaf laat verdwijnen of je zult de maan nooit meer zien” dreigde Theodore. “Straks” zei Aiden koel. Aiden beheerste zijn woede.

Hij was sterker dan Theodore maar hij kon hem nu niet vermoorden. Hij moest hier nog een paar dagen blijven. “Nee, niet straks! Hier en nu!” eiste Theodore en liet Aiden los. “Wat jij wilt. Maar je weet wel dat je leven op het spel staat” dreigde Aiden deze keer. Selena keek hem verbaasd aan. “Wat ga je doen?” vroeg ze. “Ik volg een bevel op” zei Aiden en hij liep naar de raaf toe. “Maar de Kamatian luistert alleen naar zijn meester”

“De Kamatian luistert naar degene die iets van hem heeft” antwoordde Aiden. Selena begreep er niks meer van. Aiden was iemand met veel geheimen en zij wilde die geheimen weten. Aiden kwam aan bij de boom waarin de raaf zat. Hij keek Aiden aan en kwam uit de boom en landde op Aidens arm. “Andor, alsjeblieft. Hier heb je niks te zoeken. Deze mensen wagen zich niet in het woud, dat weet je. De niets wetende reizigers komen uit het noorden. Ga daar naar toe” sprak Aiden terwijl hij het dier aaide.

“Verraad me niet” zei Aiden zacht zodat de dorpelingen het niet zouden horen. De vogel spreidde zijn vleugels en vloog richting het noorden. Aiden bleef kijken naar zijn vader. Hij hoopte dat er nog iets goeds in zijn vaders hart zat. “Duivel!” schreeuwde een dorpeling en de menigte trok hem naar achteren. Ze boeide hem, maar Aiden was sterker en slimmer.

Hij schopte een man zo hard tegen zijn schenen die daarna schreeuwend van de pijn op de grond viel. Aiden stond op toen de menigte verward was en ging bij de waterput staan. De dorpelingen keken hem kwaad aan. Aiden trok zijn boeien kapot en zuchtte. “Ik ben geen duivel, maar een slim man” zei hij luit terwijl het bloed van zijn polsen op de grond viel. “Je beheerst de Kamatian!” schreeuwde iemand. “Ja, maar door dit” Aiden deed zijn ketting af en hief hem in de lucht. De zwarte veer liet de menigte zwijgen.

“Deze veer heb ik gevonden in het woud toen ik erdoorheen reisde. Het is een veer van een raaf. Ik dacht dat het een gewone veer was en nam hem mee. Die nacht hoorde ik vogels krassen. Het was Kamatian. Ik vluchtte maar de Kamatian was sneller. Vermoeid stopte ik met rennen en de Kamatian daalde neer. Ik beval ze om weg te gaan. Eerst deden ze het niet, maar toen ik de veer tevoorschijn haalde, verdwenen ze. Ik ben niet degen die de Kamatian beheerst. Ik ben een reiziger die toevallig deze veer vond”

De menigte bleef stil. Aiden deed de ketting weer om zijn nek en keek naar Selena. “Ik had het je moeten vertellen, sorry. Je vader wist het wel. Daarom zei hij dat. Er zijn meer dingen die je niet van me weet en die je vader niet goed keurt, maar ik beloof je dat ik ze een keer vertel” Aiden glimlachte flauw en wachtte totdat de mensen iets zouden zeggen.

“Moet ik dit geloven? Deze act. Denk je nou echt dat je deze mensen in jouw stomme verhalen kan laten geloven. Denk je nou echt dat je erbij hoort ondanks je verleden? Wie denk je dat je bent om mijn dochter zomaar mee te nemen. Ik …” schreeuwde Theodore van woede maar hij kon zijn zin niet afmaken. “ Ik ben iemand die in het verleden geen geluk heeft gehad, en ik hoopte dat ik hier misschien mijn verleden achter me kon laten en opnieuw beginnen met een gelukkig leven samen met vrienden. Het spijt me als ik je boos heb gemaakt omdat ik met Selena omging” zei Aiden oprecht.

“Als je wilt dat ik wegga” ging Aiden verder,”dan vertrek ik en zoek een ander dorp waar ik wel geaccepteerd wordt” besloot Aiden en hij liep weg. “Wacht!” riep Selena en liep naar Aiden toe. “Ik beoordeel mensen anders dan mijn vader en bepaal zelf met wie ik om wil gaan. Jouw woorden net raakte mij recht in mijn hart. Ik vertrouw je en ik vind dat mensen eerst iemand de kans moeten geven om te spreken voordat ze een oordeel vellen. Wie je ook bent, Aiden, waar je vandaan komt en wie je ouders waren, dat maakt voor mij niets uit” Aiden omarmde haar. “Dank je” zei Aiden zacht.

Die avond zaten Aiden en Selena in het weiland. Ze keken naar de sterren. “Selena” begon Aiden. Selena keek Aiden aan. “Als je wist wat het verleden was van het wezen in het woud, zou hem dan begrijpen?”

“Ja, ik zou hem begrijpen en ik zou hem willen helpen” zei Selena kalm. “Dan wil ik dat je iets weet over mij” zei Aiden en hij keek naar de maan.

Aiden stond bij de stal. Zijn bijl doorkliefde de stammen van de bomen en vielen daarna levenloos op de grond. De winter naderde en Aiden hielp Selena graag. Selena was het huis aan het schoonmaken en Theodore was naar de stad voor een paar kruiden. Na een paar uur had Aiden genoeg hout gekapt en opgeborgen. Aiden liep het huis binnen. Hij hoorde Selena vegen in de kamer van Theodore. Aiden liep vrolijk naar boven en liep de kamer binnen. “Nu al klaar?” vroeg Selena met een glimlach. “Ik ben nog jong en sterk. Ik ben met dat soort dingen snel klaar”

“Wat je jong noemt” grapte Selena en hield op met vegen. “Hoe laat kwam je vader thuis” vroeg Aiden die eigenlijk voor het eerst in Theodore’s kamer stond. “Waarschijnlijk vanavond” antwoordde Selena zette nog een paar boeken in de boekenkast. “Ik wist niet dat Theodore zoveel medische boeken had” zei Aiden die voor de boekenkast stond. “Dit zijn boeken met legendes en mythes. Mijn vader is daar gek op” antwoordde Selena en duwde Aiden aan de kant zodat ze de boeken weg kon leggen. Aiden glimlachte. “Ik ben hier klaar. Ik ga even langs een patiënt. Red jij jezelf?” zei Selena en gaf Aiden een vluchtige kus. “Ik red me wel” antwoordde Aiden en Selena liep naar beneden.

Aiden zwaaide nog even naar haar toen ze de voordeur dichtdeed. Het werd doodstil in de kamer. Alleen Aidens ademhaling doorbrak de doodse stilte. Hij staarde naar de kast. Stond daar hetgeen wat eigenlijk van hem was? Aiden keek naar de ruggen. Hij stopte bij een donker rode rug. Aidens hart ging sneller kloppen en Aiden doorbrak de spanning door het boek uit de kast te trekken. Hij draaide het boek om. Zijn hand ging over de gegraveerde letters heen. Aiden sloot zijn ogen en zuchtte. Het was zijn boek. Het boek dat Theodore uit zijn huis had gestolen. Aiden ging op een stoel zitten en legde het boek in zijn schoot.

Snel deed hij het boek open en bladerde door de hoofdstukken heen. Er was geen enkele pagina weg en er was niks in bij geschreven. Aiden kwam bij de laatste pagina. Hij schrok. Er miste iets. Het belangrijkste van het boek was verdwenen. Een boekenlegger wat hem deed herinneren aan de tijd toen zijn dorp nog een kleurrijk tafereel was. Aiden stond op en doorzocht de kamer. Niets, dacht hij en liep naar beneden. Aiden gooide alles overhoop en na een tijd verloor hij zijn geduld. Hij gooide stoelen aan de kant en keek in Theodore’s kruiden rek. Hij liet alles op de grond vallen. Aiden stormde weer naar boven en wilde Theodore’s kamer nog eens doorzoeken. Hij smeet de boeken uit de kast en keek ook achter de kast.

Theodore liep met een fakkel door de straten van zijn dorp. Hij had Selena nog gesproken en hij was nu op weg naar huis. Selena zou wat later thuis komen omdat ze nog een paar mensen moest helpen. Dat vond Theodore geen probleem. Theodore liep de hoek om en zag zijn huis al staan. De deur stond wagenwijd open. Theodore rende naar de deur. Hij kon zijn ogen niet geloven. Stoelen, tafels en kasten lagen op de vloer. Servies lag kapot op de grond en zijn van zijn flesjes met medicijnen was niks meer van over.

Theodore hoorde iets boven. Het kwam uit zijn kamer. Hij rende naar boven richting zijn kamer waar de deur ook wagenwijd openstond. “Waar is het” schreeuwde iemand die in Theodore’s kamer stond. Theodore herkende de stem. Hij liep woedend naar de deuropening. Daar zag hij weer een vernieling en Aiden, die door boeken heen bladerde en ze daarna weer op de grond gooide. Aiden had Theodore opgemerkt en liep woedend naar hem toe. “Waar is het!” schreeuwde hij. “Waar is wat!” schreeuwde Theodore weer op zijn beurt. “De boekenlegger die in mijn boek zat” Aiden liet het boek aan Theodore zien. “Dief!” schold Aiden.

“Duivel!” schold Theodore terug. Theodore keek de kamer rond. Nu had hij echt genoeg van Aiden. Nu moest hij er wat aan doen. “En nu ben ik het zat!” schreeuwde hij en rende recht op Aiden af. Aiden was afgeleid door zijn woede en ontving een rake klap recht in zijn gezicht. Het bloed liep uit zijn neus en zijn zicht werd wazig. Aiden strompelde achteruit en probeerde weg te komen maar de klap was te hard aangekomen en Aiden viel van de trap. Theodore rende van de trap af naar Aiden die op de grond lag.

Hij pakte hem bij zijn kraag en smeet hem naar buiten. “Duivel! Verdwijn, vlucht naar je meester” schreeuwde Theodore terwijl hij Aiden bleef schoppen. Mensen kwamen naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Ook Selena wilde weten wat er aan de hand was, maar toen ze hoorde dat haar vader iemand in elkaar sloeg rende ze naar huis. “Hoe kon je Selena zo mislijden. Je wilt haar al het woud in sleuren maar nu bedrieg je haar doet alsof je haar leuk vind. Je bent te ver gegaan!” ging Theodore verder.

Aiden was weer bij zinnen en haalde Theodore onderuit. Aiden stond op en keek Theodore vol haat aan. “Nu zijn de rollen omgekeerd” zei Aiden vol vuur. “Ik misleid Selena niet en ik ben niet gestuurd om haar te verlijden!” Aiden stond op het punt om Theodore met veel pijn te vermoorden. Een kind begon te huilen. Aiden keek naar de richting van het kind. Mensen stonden in stilte om hen heen.

Aiden zag Selena tussen de menigte staan. Ze huilde. Theodore greep zijn kans en pakte zijn mes en stak hem in Aiden, op de plek van zijn hart. Aiden liet Theodore los en snakte naar adem. “Speel geen spelletjes! Dat doe je je al vanaf het begin dat je hier kwam” schreeuwde Theodore terwijl hij het mes nog steeds op Aiden richtte. “Ik speel geen spelletjes. Ik was hier omdat ik iets wilde weten” zei Aiden kalm. “Ik speel alleen met mijn eigen leven”

De wind begon te waaien. De raven verschenen en de donkere wolken lieten de maan door. Een zwarte omringde Aiden. De mensen keken angstig naar Aiden en stapte achteruit. “Als jij denkt dat je me zomaar kan doden, Theodore, dan heb je het goed mis”

Aiden zetten zijn plots verschenen capuchon op. Zijn bloed wat uit zijn wonden liep werd zwart en zijn bloedrode ogen lichtte op in het donker. Aiden ontblootte zijn tanden. Zijn scherpe gifstanden deed iedereen angst aanjagen. “Met alleen maar een simpel mes, kan ik niet gedood worden” sprak Aiden. Langzaam verdween zijn zwelling rond zijn oog. Het bloed verdween en de wond bij zijn hart werd kleiner.

De raven krasten en sommige vlogen terug naar de toren. Nu kon Aiden de raven niet meer stoppen, zijn meester zou weten van zijn verraad. De zwarte rook werd dikker en Aiden voelde de woede van de tovenaar. “Ik moet gaan, Selena. Mijn meester wil me spreken. Ik zal er alles aan doen om te zorgen dat de tovenaar je niet krijgt. Ik zie je waarschijnlijk niet meer in dit leven, maar ik wil nog een ding zeggen. Bedankt” met die laatste woorden verdween Aiden in de rook. Selena rende naar de plek waar Aiden had gestaan.

“Hoe kon je” zei ze tegen haar vader. Tranen liepen over haar wangen en ze keek haar vader woedend aan. Een angstaanjagend geschreeuw galmde over het woud heen. Selena draaide zich om en keek naar de toren die boven de bomen uitstak. Haar besluit stond vast. “Nee Selena, doe het niet. Ik smeek je het” zei Theodore die zich nu pas realiseerde wat hij had gedaan. “Ik ga. Hij had me gister verteld wie hij werkelijk was. Hij vertelde dat hij bang was voor zijn meester als hij erachter kwam. Nu is de tovenaar er achter gekomen en ik ga hem nu helpen” Selena rende het woud in. Theodore wilde haar tegen houden, maar de angst voor het woud hield hem tegen.

Selena rende zo hard als ze kon. Raven vlogen naar haar toe. Ze probeerde ze af te schudden. Selena rende door de door het dichtbegroeide deel. Ze wist wat er zou komen. Ze wist waar ze naar toe moest. Selena rende door het dorpje. Ze wist wat het dorpje voor Aiden betekende. De raven vlogen kransend achter haar aan. Selena stopte niet. Pas toen ze de toren bereikte, hielden de raven haar tegen. De Kamatian had de opdracht gekregen om haar te doden, ook al was ze buiten het woud. De raven cirkelde om haar heen.

De grootste raaf daalde neer op de grond en keek Selena aan met zijn bloedrode ogen. Selena herkende de raaf. De raaf wilde aanvallen, maar Selena was hem voor. Uit haar zak haalde ze een ketting. Een ketting met een zwarte veer. Ze hief hem in de lucht zodat elke raaf het kon zien. De raven werden kalm. “Ik beveel jullie om weg te gaan!” eiste ze. “Jullie hebben Aiden verraden. Weten jullie nog wie hij was? Jullie vriend of familie. Hij heeft geprobeerd om jullie te waarschuwen, maar jullie luisterde niet en verbande hem van het dorp. Daarna heeft hij gevochten voor jullie vrijheid, en toch verraden jullie hem? Aiden gelooft nog steeds dat jullie een goed hart hebben. Zelfs na honderd jaar gaf hij de hoop niet op. Laat zien dat jullie nog steeds zijn vrienden zijn door mij te helpen”

De raven bleven stil. “De macht van de tovenaar is zwak. Jullie kunnen dat samen verbreken, zelfs Aiden is het gelukt, ook al rust de vloek meer dan honderd jaar op hem” riep Selena. “Niet alleen Aiden gelooft in jullie maar ook ik voel jullie pijn en verdriet en wil daar een einde aanmaken. Als Aiden de tovenaar weet te verslaan, dan kunnen jullie vrij zijn”

De grote raaf, de vader van Aiden, kwam naar Selena toe. Hij klapte zijn vleugels uit en steeg op. De rest volgde hem en vloog ook de lucht in. Ze landde op het dak van de toren en bleven daar rustig zitten. Selena rende om de toren heen. Ze zocht de geheime ingang. Aidens teken stond op de deur. Selena zag de kleine robijntjes schitteren in het licht van de maan. Selena duwde de begroeiing weg en maakte de oude deur open. Een lange ronde trap reikte naar boven. Selena rende de trap op. Ze had geen tijd te verliezen. Pas op de helft van de trap merkte ze hoe vermoeiend het was. Uitgeput zakte ze door haar knieën. “Verrader!” hoorde ze iemand zeggen boven haar. Selena kon nu niet stoppen. Ze stond op en rende de trap verder op.

Aiden keek recht in de ogen van de tovenaar. Hij zat vast aan magische kettingen en kreeg ze niet kapot. Het bloed liep over zijn gezicht en voelde de hevige pijn in zijn benen. Zijn meester stond voor hem. Hij had zijn staf in zijn hand. Aiden herkende de staf maar al te goed. Het was de staf die hem vervloekte. “Je hebt al die tijd je verzet tegen mij?” vroeg de tovenaar woedend. “Ja” Aiden sprak de waarheid. “Je magie was te zwak voor mij” ging Aiden door. Aiden ontving een stok in zijn maag. Hij snakte naar adem maar bleef de tovenaar aankijken. “En waarom nu opeens dat verzet? Je had me veel eerder kunnen vermoorden” de tovenaar liep naar een tafeltje met daarop een flesje.

“Ik wilde nog een ding weten. Waarom moest ik Selena voor je halen?” vroeg Aiden die doorhad wat zijn meester wilde doen. Tegen de krachten van het woud was hij niet bestand. “Haar overgroot moeder was de liefde van mijn leven maar toen ze ontdekte dat ik voor de zwarte magie koos, ging ze bij me weg. Ik kon geen wraak nemen omdat ze was gevlucht, maar nu kan ik dat wel” de tovenaar deed een paar druppels van het flesje in een beker. “Drink” zei hij toen hij de adem van Aiden kon voelen.

“Nooit” antwoordde Aiden. Met een klap ging de deur open. Aiden en de tovenaar keken verschrikt om en zagen een uitgeputte vrouw in de deur opening staan. “Selena!” riep Aiden en probeerde de kettingen te doorbreken. De tovenaar sloeg hem en Aiden hielt op. De tovenaar zette de beker op het tafeltje en liep naar Selena toe. Selena pakte snel een zwaard van de muur en ging in een vechtpositie staan. “Daar is eindelijk de mooie Selena” zei de tovenaar vriendelijk. “Laat Aiden gaan!” schreeuwde recht in het gezicht van de tovenaar.

Hij verdween in het niets en verscheen weer achter haar. Selena was te traag en de tovenaar bond haar vast aan een stoel. “En jij dacht mij aan te kunnen?” vroeg hij aan Selena. Selena voelde de angst in haar. “Jammer van dat mooie gezicht” zei de tovenaar vals en raapte het zwaard op. “Jij eerst. Ik wacht hier al honderd jaar op” de tovenaar hief het zwaard en richtte het op Selena. Aiden mocht dit niet laten gebeuren. Hij trok zo hard als hij kon aan de kettingen, maar ze braken niet.

Aiden was zwak, maar hij had nog een beetje energie over. Aiden stond op. Zijn magie vloeide door heel zijn lichaam. Hij trok de kettingen kapot en rende op de tovenaar af. Op dat moment wilde zijn meester een eind aan Selena’s leven maken. Aiden beschermde haar. Selena schreeuwde, maar Aiden bleef roerloos op de grond liggen. Een plas bloed verscheen en Selena vreesde het ergste. “Eindelijk ben ik van hem af” lachte de tovenaar en hij keek naar het dode lichaam. “Nu jij nog” sprak hij duivels. Selena keek angstig naar de tovenaar. Zou hij haar echt vermoorden? Was Aiden echt dood? Ze kon het niet over haar hart verkrijgen. Een zwarte rook verscheen achter de tovenaar. Hij draaide zich om en keek verschrikt naar het persoon wat achter hem stond. “Nu is het genoeg” sprak degene en voordat de tovenaar iets kon doen, zat er een dolk recht in zijn hart.

De tovenaar viel verstijfd achterover. Selena schrok toen ze het lichaam recht voor haar voeten viel. Aiden strompelde langzaam naar Selena toe. Hij sneed het touw door en viel daarna op de grond. “Aiden, gaat het?” vroeg Selena in paniek. Aiden kon geen antwoord geven. De toren stortte in. Na al die jaren kon de toren het niet meer aan. Grote stenen blokken vielen naar beneden en vernielde meubels. “We moeten hier weg” zei Aiden zwak en probeerde te gaan staan. Selena hielp hem en ze liep naar de trap. Een grote steen viel naar beneden. Aiden kon het blok met zijn laatste beetje magie nog verpulveren.

“Geef niet op” zei Selena wanhopig toen ze beneden probeerde te komen. De rotsblokken vielen langs hen en vernielde delen van de trap. Na een lange tijd bereikte ze de deur. Een paar stenen waren voor de deur gevallen. Selena probeerde ze weg te krijgen. Aiden leunde tegen een rotsblok aan. Het bloed liep van de steen af. “Laat mij helpen” zei hij zwak en probeerde een steen weg te duwen. Selena hield hem tegen. “Ik doe dit wel. Zorg jij maar dat jij je energie terug krijgt” en Selena verschoof weer en rotsblok. Eindelijk was de deur vrij en konden ze naar buiten. Aiden ging eerst door de opening en daarna Selena. Aiden viel neer op de koude aarde. De raven vlogen naar beneden. Selena dacht dat ze Aiden wilde aanvallen. “Het is goed” zei hij en hij aaide een raaf. “Je hebt ze voor een deel bevrijd”

“Aiden, kan je jezelf nog genezen?” vroeg Selena die zich ook op de grond liet vallen. “Ik zal het proberen” antwoordde Aiden. Hij sloot zijn ogen en voelde hoe zijn magie de wond probeerde te dichten. Het meeste bloed verdween en de wond stopte met bloeden. Aiden opende zijn ogen en snakte naar adem. “Meer kan ik niet doen” zei hij terwijl hij zocht naar lucht. Selena hielp hem overeind en probeerde zo snel mogelijk naar de rand van het woud te komen. De raven vlogen vooruit en Selena hoopte dat alles goed zou komen. Aiden kon bijna niet meer lopen, zijn benen waren te veel beschadigd. Na een uur wat eeuwig leek te duren zagen ze in de verte de rand van het woud. Aiden zuchtte. Misschien zou hij het toch redden. Selena hoorde stemmen en zag hoe vele lichten naar hun toe kwamen. Aiden verloor bijna zijn bewustzijn en merkte de lichten niet. “Aiden!” schreeuwde Selena toen hij in elkaar zakte. Al snel kwamen de dorpelingen het woud in rennen. Theodore was het eerst bij Selena en Aiden.

Theodore haalde Aiden van de grond en liep zo hard als hij kon naar zijn huis. Andere dorpelingen hielpen Selena, maar ze wilde hoe dan ook zo snel mogelijk naar haar huis. Aiden zicht was wazig en hij zag het gezicht van Theodore. Boven hem zag hij de heldere maan. Waarna de omgeving zwart werd.

Aiden droomde. Hij zag zichzelf als kind, speeldend met zijn vrienden in het dorpje. Maar het beeld veranderde al snel in het gezicht van de tovenaar en Aiden voelde in helse pijn in zijn borst. Aiden schreeuwde en Selena probeerde hem te kalmeren. “Nog heel even” fluisterde ze in zijn oor. Elke keer kwam het fijne beeld voor Aidens ogen weer terug. En elke keer zag hij weer het gezicht van de tovenaar. Lachend. Elke keer voelde Aiden weer de pijn totdat hij wegzonk en niks meer voelde.

Aiden hoorde vage stemmen. Een vrouwe stem wat leek op de stem van zijn moeder. Aiden schrok wakker. De zon scheen helder en kwam recht in zijn ogen. Pijnlijk sloot hij zijn ogen en ging weer liggen. “Aiden, gaat het? Hoe voel je je?” vroeg Selena blij. “Mijn geheugen is een zeef. Ik weet even niet wat er aan de hand is of wie je bent” antwoordde Aiden terwijl hij zijn ogen weer probeerde open te doen. Knipperend zag hij een meisje staan en een man. “Waarschijnlijk heeft hij een hersenschudding” verklaarde de man. “Het trek na een paar dagen wel weer bij, Selena”

Selena. Dat kwam Aiden vaag bekent voor. Zijn zicht werd scherper en hij keek het meisje aan. Haar gezicht keek hem blij en bezorgd aan. Aiden herinnerde zich iets. “Ik had je toch gered van die dikzak?” vroeg Aiden zwak. “Ha, hij weet weer iets” zei Selena vrolijk. “En” ging Aiden verder en wees naar Theodore, “dan was jij de man die zijn hoofd in de drinkbak van de paarden deed. Theodore toch?”

“Meerdere keren” voegde Aiden nog toe. Theodore moest lachen. Selena kwam op Aidens bed zitten. Aiden keek haar verbaasd aan. “Je begrijpt het misschien nu niet, maar je hebt mijn leven gered. De dag nadat jij de tovenaar versloeg, was een speciale dag. De langste dag van het jaar. Op die dag zou ik naar het bos gaan en daar vermoord worden. Dus bedankt dat je me een langer leven hebt gegeven”

“Volgens mij hebt jij ook mijn leven gered, is het niet?” zei Aiden met een glimlach.

Maanden verstreken. Aiden herinnerde zich al gauw weer wat er was gebeurt. Hij was meer dan drie weken bewusteloos geweest en had nog erg veel pijn. Selena verzachtte de pijn en Aiden was na een paar maanden weer helemaal oké. Hij ging terug naar de toren en riep de Kamatian. Hij hoopte dat hij de vloek kon verbreken en dat ze weer mensen werden maar wat Aiden ook deed zijn familie en vrienden bleven nog steeds raven. De vloek was te oud om het te verbreken.

Ook Aiden bleef zijn duivelse gedaante houden, maar het woud was weer een veilig hemelse plek. Vele mensen bezochten het woud vanwege zijn schoonheid. Aiden kon een nieuw leven beginnen. Maar hij wist niet of hij dat wel wilde. Het duistere woud trok hem elke nacht en hij voelde zich fijner met de Kamatian om zich heen. Aan de andere kant voelde hij zich thuis in het dorp. Hij kende al veel mensen en Theodore zag hem als zijn zoon en Selena als haar grote broer.

Hij kon eindelijk zichzelf zijn en mensen helpen waar hij om gaf. Hij beschermde het dorp tegen oorlogen en kwaadwillende. Hij had zijn zwarte magie geaccepteerd en de Kamatian vermoorde geen mensen meer.

Aiden was weer verder gegaan met zijn dagboek. Hij had zijn boekenlegger weer gevonden. Aiden dacht dat Theodore hem gestolen had, maar de boekenlegger was in Theodore’s tas blijven liggen. Aiden veranderde de titel van zijn boek weer. Voor hem was het geen eeuwige hel meer.

Alleen na meer dan een jaar zit ik nog steeds met de zelfde vraag” zuchtte Aiden. Zijn verhaal was ten einde. De mensen slaakte een zucht en lieten alle spanning van zich afglijden. “Aiden, de enige raad die ik je kan geven is dat je moet kijken naar de toekomst. Laat je verleden achter je en ook al ben je nog steeds vervloekt, leer er me leven. Er is niks ergs aan” zei Selena. “Ik hoe van je, hoe je er ook uit ziet of wat je ook doet”

“Wel als weer mensen in het woud gaat vermoorden” grapte Theodore. Aiden glimlachte. “Dank je Selena, en Theodore ik zou oppassen want ik kan je nog steeds in een pad veranderen”

De mensen rond het kampvuur lachten en Theodore hield zijn mond. Een grote zwarte raaf kraste en streek neer op Aidens arm. Aiden streelde het dier. “Eindelijk kan ik weer mezelf zijn na al die jaren” eindigde Aiden glimlachend.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.