Wikia


Welkom bij dit verhaal! Het is niet bepaald een fanfiction, want alle personages en de wereld zijn uitgevonden door Avondpoot. Er worden eerst vijf hoofdstukken geschreven op word, die vervolgens hier geplaatst worden.


Gloeiende Sintels
Gloeiende sintels cover

Titel:

Gloeiende Sintels

Engelse Titel:

Glowing Cinders

Hoofdstukken:

16

Hoofdoogpunt:

Yukari

Bijoogpunten:

Ethan, Sire


















WAARSCHUWING! DIT VERHAAL BEVAT:

  • Bloed
  • Vloekwoorden
  • Vechten
  • Thriller
  • Dood
  • Moord
  • Zelfmoord
Ik heb zelf mijn fantasie gebruikt i.v.m. in welke plekken welke talen worden gebruikt en waar er bepaalde scholen staan. Alleen de namen van de echte plekken worden officiëel gebruikt.

De personages zijn gebaseerd op de fantasie van de schrijver. Iedere gelijkenis met al bestaande personages/personen rust op toeval.


Ik hoop dat je er van zal genieten, dus veel leesplezier!

Avondpoot (overleg) 7 jan 2017 23:21 (UTC)

Hoofdstuk 1Edit

"Hoe laat is het?" Ik keek op van het scherm van mijn laptop. Mijn kleinere zusje, Cindy, staarde me aan."Half één. Je zou onderhand al naar bed moeten geweest zijn, Cindy. Zo lang opzitten is niet gezond." Ze hief haar neus op."Ik kan wel tegen wat opblijven 's nachts!" piepte ze terwijl ze haar donkere krullen uit haar gezicht schudde."Bovendien doe jij het ook." Cindy was acht jaar oud en buitengewoon koppig. Zelf was ik natuurlijk veel ouder, en bleef ik 's nachts vaak op tot half drie."Ik ben zestien, Cindy." zei ik glimlachend."Ik heb minder slaap nodig dan jou. Mam gaat echt boos zijn. Ga nu maar slapen, en wees stil. Als je betrapt wordt vermoorden ze me." Cindy knikte en sloop met een glimlach op haar ronde gezichtje naar de deur. Ze keek nog even om met haar grote, hazelkleurige ogen."Ga jij ook slapen, Yuki?" vroeg ze."Tuurlijk. Paps zou het ook wel liever hebben dat ik niet alleen beneden zit." Ik klapte mijn laptop dicht en klemde hem onder mijn arm. Met Cindy's handje in de mijne geklemd liep ik de gang in en de trap op. Cindy was eigenlijk niet mijn zus, maar mijn halfzus. Mam was hertrouwd nadat mijn Japanse vader ons verlaten had. Ik hoopte hem op een dag ooit terug te zien. Ik noemde mijn stiefvader ook gewoon paps, maar vroeger wou ik geen haarspriet van hem zien. Ik mocht hem niet; want ik wou mijn eigen vader terug. Ik deelde één geheim met mijn biologische vader. Ik kon het al vanaf mijn elfde, maar hij had me les gegeven en me geleerd hoe ik mijn talent kon verwerken tot een sterkte. Cindy keek me aan met haar puppy-ogen."Yuki, is er iets?" vroeg ze."Nee hoor. Ga maar." Ik en Cindy sliepen in dezelfde kamer. Ik sliep natuurlijk wel aan het raam. Mams had dat liever. Naast het raam hingen mijn twee katana's. Mijn vader had ze lang, lang geleden voor me gekocht. Het was voor mijn verjaardag geweest, en mams had niet gewild dat ik toen al met die wapens rondliep. De ene was lang en zwart met een zwart met wit gevest en een lemmet dat korter was dan de schede. Vader had uitgelegd dat dat als afleiding werkte. Wanneer de vijand zag wat voor een lange schede je had, dan zou hij niet verwachten dat je je katana er zo snel uit zou trekken. Het andere zwaard was iets kleiner, maar ik had altijd al gedacht dat hij scherper was dan mijn eerste katana. Hij was groen. Woudgroen en smaragdgroen met wat zwart. Ik hield het meest van deze katana, maar met de andere kon ik beter overweg. Ik schudde me wakker uit mijn gepeins over katana's en richtte me op Cindy. Mijn zusje was onder de dekens gekropen en gluurde naar me."Slaap maar." zei ik. Cindy knikte en dook diep weg in haar dekentjes. Ik sloop naar de kast en deed hem open. Ik zag mijn vertrouwde hoop zwarte kleren liggen en zuchtte opgelucht. Mams had ze nog niet opgeruimd. Ik trok een nauwsluitende zwarte jeans aan en deed een donkergrijs shirt aan met lange mouwen en een rolkraag. Daarop deed ik een zwarte t-shirt. Ik trok mijn laarzen in dezelfde kleur aan en ritste ze dicht. Daarna liep ik naar de muur toe waar mijn katana's aan hingen. Ik nam de langste, waarmee ik zoals ik al gezegd had het best mee kon vechten, en hing hem aan mijn zij. Het vertrouwde gewicht tikte geruststellend tegen mijn been. Ik wierp nog één blik op Cindy voor ik de hendel van het raam omlaag duwde. Een ijzige wind blies in mijn gezicht. Ik voelde de koude niet; van kinds af aan had vader me getraind om lichaamswarmte te behouden in zelfs de koudste situaties. Daar was ik hem dankbaar voor. Ik proefde een verre motregen in de bries, die vanuit het westen kwam. Ik deed het raam op een kier en glipte naar buiten, het dak op. Vervolgens sloot ik het raam en staarde ik een tijdje naar de donkere bobbel onder de dekens van Cindy's bed. Ik stond dan op en liep over het dak, weg van de straatkant, op naar de tuinen achter ons huis. Die tuinen liepen over in het strand, dat weer overliep in de duinen. Dan had je de zee. De kille, zilveren zee die glansde als een spiegel in een donkere kamer. Ik zat graag op het dak. Dan was ik vrij. Dan was er geen kans dat ik bedolven werd onder een plafond; omdat de zoveelste windhoos weer eens bezig was. Dan voelde ik de wind op mijn huid en de zilte geur in mijn neus. Dan kon ik doen wat ik wilde. Ik sprong van het dak af en landde met een zachte plof op het zanderige gras van onze tuin. Ik maakte wat slalommetjes via de wegjes die door de tuinen liepen. Uiteindelijk hoorde ik het gekras van meeuwen en voelde ik het zout aan mijn huid kleven. Ik was aangekomen op het strand, dat uitgestorven in het zilveren maanlicht lag. Bijna uitgestorven, dan. Ik baande me een weg achter de zandheuvels en liep vastberaden op de lange, donkere vorm af wiens ruggengraat in een vreemde hoek gebogen was en wiens rode ogen al van ver te zien waren. Zijn kreet galmde over de duinen, en ik vervloekte hem. Als hij niet wilde dat er duizenden journalisten kwamen om hem het zoveelste wereldwonder te noemen, dan zou hij beter zijn klep houden. Ik had hem bijna bereikt. Het was geen mens. Het was net zomin een dier. Het was een levensecht monster, met zijn lange ledematen, magere gestalten en botten die overal te zien waren terwijl hij rondstommelde. Ik begon te rennen, en terwijl ik rende trok ik mijn katana. Net toen ik op het monster in wou hakken zag ik een figuur op de grond zitten. Het was een mens. Een jongen van ongeveer mijn leeftijd. Hij staarde met grote angstogen naar het monster terwijl hij achteruit deinsde. Ik schonk hem verder geen aandacht en liet mijn katana door de lucht suizen. Het gewicht trok me mee, en ik trok het gewicht mee, en even later voelde ik het lemmet in vlees zinken. Hij kwam tegen wat botten, en ik trok hem weer terug. Het monster krijstte van de pijn en ik ontweek zijn maaiende klauwen. Ik rolde over het zand, hield mijn vaart tegen door mijn voet in de grond te planten, en zette af. Ik sprong over het monster heen, en kwam achter hem neer. Voor hij zich om had kunnen draaiden had ik mijn katana al in zijn borst geboord. Het wezen slaakte een snerpende kreet toen het bloed uit zijn lijf stroomde en hij van mijn katana afgleed. Ik keek even met een walgende blik op de zwarte, kleverige smurrie op het lemmet voor ik een doekje pakte en het keurig afveegde. Vervolgens stopte ik hem weer in de schede. De jongen had zich nog niet verroerd, en ik besloot dat hij het zelf maar moest uitzoeken. Het wezen lag nog steeds te stuiptrekken, en staarde me met smeulende ogen aan. Ik plantte mijn voet in zijn buik en keek hem in de ogen. Ik wou zijn levensvuur zien doven."Sterf." siste ik. Het monster gromde en klauwde naar mijn keel. Ik sloeg zijn poot weg en drukte hem tegen de grond."Waag het niet." snauwde ik voor zijn ogen dof werden en hij helemaal verslapte. Ik trok mijn voet terug en deed een stap naar achteren. Ik richtte me tot de jongen."Wat doe jij hier nog? Zou je je niet beter uit de voeten maken, voor mijn katana zin heeft in meer bloed dan alleen dat van een walgelijke kwade geest?" De jongen deinsde achteruit, maar bleef koppig naar me kijken."Ik wil weten wat dit te betekenen heeft. Ik sta hier dus gewoon rustig op het strand wanneer er een of ander raar wezen op me af komt strompelen en me aanvalt. Vervolgens komt er een meisje met een katana die hem in stukken hakt en tegen hem praat alsof hij een duistere dienaar van de duivel is-" "Dat is hij ook!" snauwde ik. De jongen staarde me met open mond aan."Wil je me nu vertellen dat dit," hij gebaarde naar de resten van de geest,"Dat dit een kwade geest is?!" Ik rolde met mijn ogen."Hou je er gewoon buiten, oké? Ik heb je niet nodig. Ik zit hier mijn tijd te verdoen. Ik kan beter nog wat van zijn soort doden in plaats van te luisteren naar een zeurende jongen die niet snapt hoe ik met een katana een geest in twee kan hakken! Rot gewoon op." De jongen keek me boos aan."Ik ga nergens heen!" riep hij."Een van die dingen heeft mijn familie gedood, dat weet ik zeker." Ik trok een wenkbrauw op."Oh ja, jij bent dat joch van in de krant: 'Er kwam een rare schim mijn huis binnen, en even later hoorde ik mijn ouders roepen om hulp. Ik rende naar de telefoon en belde de politie, maar ze waren net niet op tijd om de dader te pakken.'" Hij keek me vuil aan."Kon je geen pistool pakken ofzo? Iedereen hier heeft toch wel iéts?" De jongen sloeg zijn armen over elkaar."Nou, wij niet. Nu zeker niet. Mag ik met jou mee?" Ik was totaal overdonder."Wat?! Ben je nou helemaal getikt?! Met MIJ? Ik heb mijn eigen zaken, jongetje, en ik heb geen zin om te babysitten op een joch dat niet kan vechten, ontwapenen of spioneren! Bekijk het maar!" Ik draaide me om en wandelde weg. De jongen spurtte achter me aan."Wacht! Hoe heet je?" vroeg hij."Yuki." zei ik bot."Oké, ik ben Ethan." Hij bleef me volgen."Waar ga je heen?" vroeg hij. Ik haalde geïrriteerd mijn schouders op."Ik ga ergens heen, waar dan ook, waar er maar kwade geesten zijn. Dan kan ik ze uitmoorden." Ethan ging naast me lopen."Leg dat kwade-geestengedoe eens uit." Ik wierp hem een scherpe blik toe."Wel, de mensheid leeft al zo lang dat er wat mutanten zijn ontstaan." legde ik uit."Dat werden twee soorten mutanten. De Kwade Geesten zoals wij ze noemen, en de Geestendoders." Ethan knikte."Oké. En?" Ik keek naar de zilveren maan."Mijn vader was een mutant. Een Geestendoder. Mams was een gewoon mens, dus ik ben halfbloed. Ik ben niet zo sterk als de meeste mutanten, dus vader trainde me. Ik leerde vechten en ontwapenen. Ik leerde ook hoe je met een katana moet omgaan. Vader maakte van mij ook een Geestendoder, en samen met hem roeide ik Kwade Geesten uit." Ethan knikte."Dankje." Er viel een stilte toen we zwijgend verderliepen."Mag ik echt niet bij je blijven?" vroeg Ethan. Ik zuchtte."Je ziet me ooit nog wel. Houd je gewoon bezig met je eigen zaken, goed? Ooit zie je me weer en dan kun je het me nog eens vragen." Hij hield halt en ik liep door."Nou, dag. Yuki. En bedankt om me van dat beest te verlossen." Ik grijnsde en verdween de nacht in.

Hoofdstuk 2Edit

Het was dageraad toen ik terug door het raam van mijn slaapkamer naar binnen kroop. Cindy lag nog in haar bed. Ik trok mijn kleren uit en ging in bed liggen. Vandaag zou het weer school zijn. Ik had niet meer dan vijf uur slaap nodig, maar dit keer zou ik er misschien maar met één uurtje vanaf komen. Ik kneep mijn ogen dicht en meteen zakte ik weg in de duisternis. Ik schrok wakker toen de wekker afging. Cindy had zich al aangekleed in haar schooluniform. We zaten in dezelfde school, en dus moest ik haar voeren met mijn auto. Ik sprong mijn bed uit en trok mijn eigen uniform uit de kast. Vervolgens sjokte ik naar de badkamer; waar ik deo aandeed. Ik had niet bepaald een lichaamsgeur, en zweten deed ik nou ook niet erg veel, maar ik deed gewoon graag een geurtje aan. Vervolgens trok ik het donkerblauwe plooirokje van mijn uniform aan en daarop de witte blousse. Ik haatte die blousse. Als je ook maar een spatje inkt morstte en dat op je blousse terechtkwam, was het meteen al goed te zien. Onze school was oorspronkelijk in Japan ontstaan, maar had zich ook opgericht in andere delen van de wereld. Het uniform, in tegendeel, was ongeveer hetzelfde als in Japan. Ik had er geen problemen mee omdat ik als kind eens drie jaar in Japan had geleefd met mijn vader, waar hij me katana lessen gaf, maar de andere meisjes hielden helemaal niet van het uniform. De jongens hadden wat meer geluk, want zij hadden niet het traditionele Japanse uniform. Zij mochten gewoon lekker een broek en een shirt dragen. Donkerblauwe broek en wit shirt. Ik zuchtte en pakte mijn schooltas. Ik liep de trap af met Cindy achter me aan en pakte mijn broodtrommel, die nog op de tafel stond. Ik stopte hem in mijn tas en liep de voordeur uit. Op de oprit stond mijn auto. Ik had mijn rijbewijs al, net zoals de meeste kinderen uit mijn klas. Ook al waren we nog maar zestien, onze school stond bekend om een hoog IQ en volwassen gedrag. De president had besloten dat we vanaf ons zestiende al mochten autorijden. Ik deed de passagiersdeur open voor Cindy en ging daarna achter het stuur zitten. Ik draaide mijn sleutels in het slot en duwde de gaspedaal in, waarna we de straat uitreden."Yuki, gaan we op tijd zijn?" vroeg Cindy."Tuurlijk." zei ik. In de verte zag ik de achterkant van ons schoolgebouw al afsteken tegen de grijze ochtendhemel."Zijn we ooit al te laat geweest, dan?" Cindy giechelde."Nee, maar ik vroeg het gewoon.. wie weet zou dit de eerste keer zijn!" Ik glimlachtte en we reden de parking van onze school op. Ik parkeerde de auto en stopte de sleutels in mijn tas. Cindy volgde me tot de ingangen van de middelbare school."Ga jij maar." zei ik."Nog een paar jaar en dan kan je hier ook naar binnen." Ik knuffelde haar en keek even toe hoe ze wegliep naar het schoolgebouw voor de lagere klassen. Ik draaide me om en liep de school in. Het was een groot schoolgebouw, met ramen tot op de grond die altijd glansden en een witte vloer die piepte als je er op liep. Ieder lokaal had een keurige donkerblauwe deur met een raam in. De les was nog niet begonnen, dus overal liepen drukke groepjes kinderen rond. Ik ging de hele school door tot op het plein erachter. Daar zaten mijn twee vriendinnen; Sue en Lily. Ze hadden allebei ook Japanse wortels, zoals veel kinderen op mijn school. Ook zij konden vechten met een katana, en ook zij bestreden Kwade Geesten. Ze waren mijn collega's en mijn enige vrienden. Sue was ouder dan mij. Ze was al zeventien geworden en was als kleuter één jaar blijven zitten. Lily was het type meisje dat jongens "schattig" vinden. Ze kon heel kinderachtig zijn, maar achter het onschuldige portret hield zich een ware moordenaar schuil."Hey!" riep ik. Ik rende naar hen toe en plofte naast hen neer op het muurtje."Hallo Yuki!" zei Lily opgewekt. Sue glimlachtte."Heb je het al gehoord?" zei Lily."Wat?" vroeg ik."Er is een nieuwe leerling in de klas! Niemand weet wie hij of zij is!" Ik fronstte."Laten we hopen dat het geen vermomde Kwade Geest is!" ik hief mijn handen op en maakte een spookachtig geluid. Lily giechelde en viel van het muurtje. Sue rolde met haar ogen. De bel ging. Ik hees mijn tas over mijn schouder en liep samen met mijn vriendinnen het schoolgebouw binnen."Welke les hebben we eerst?" vroeg ik."Hè getver, we hebben Engels." klaagde Lily terwijl ze op haar rooster keek."Shit." vloekte ik."Meneer Dustel is echt afschuwelijk, vind je niet? En hij moet ons de nieuwe leerling voorstellen? Ik verwacht alsinds niet te veel." We liepen de trap op terwijl we kletsten over Meneer Dustel en zijn onverwachte toetsen."Ik hoop dat hij er niet wéér een geeft!" zei Lily."Ik houd het echt niet meer vol!" Ik grijnsde. Sue zei knipogend; "Maakt niet uit, je mag spieken bij mij." Lily's gezicht klaarde op."Dankie!" We hadden het lokaal bereikt. De halve klas verdrong zich voor het raampje om een glimp van de nieuwe leerling op te vangen. Meneer Dustel kwam aanlopen en wurmde zich tussen hen in."Rustig, rustig!" zei hij met een strenge blik op de giechelende meisjes. Hij opende de deur en ging zijn klas voor naar binnen. Ik ving vanuit mijn ooghoek de nieuwe leerling op, maar ik schonk hem geen aandacht en plofte neer op mijn stoel, naast Lily. Ik zag een puntig iets uitsteken in haar schooltas."Heb je nu wéér die mini-katana mee, Lily?" fluisterde ik. Ze knikte glimlachend."Handig, toch?" Meneer Dustel ging vooraan in het klaslokaal staan. Ik negeerde de nieuwe leerling nog steeds en veegde mijn lange, donkerbruine haar uit mijn gezicht. Ik ritste mijn schooltas open en legde mijn Engelse boeken op mijn schoolbank."Dit is jullie nieuwe klasgenoot." zei meneer Dustel. Ik richtte mijn blik eindelijk op de nieuwe leerling. Ik besefte met een schok dat ik hem kende. Ik had gisterenavond zelfs nog met hem gesproken. Het was Ethan."Shit, ik ken dat joch!" fluisterde ik in Lily's oor. Ik vertrouwde Ethan nog steeds niet, en keek hem achterdochtig aan. Hij had me nog niet opgemerkt. Opeens zag ik dat hij zijn blik over de klas liet glijden. Meneer Dustel zei nog wat persoonlijke informatie over Ethan."Zijn oude thuis is afgebrand en zijn ouders zijn gestorven." zei hij."Om opnieuw te beginnen met zijn leven is hij van school veranderd. Ik vertrouw erop dat jullie aardig tegen hem zullen zijn!" Ethan's blik viel op mij. Ik keek zo arrogant mogelijk terug en kruistte mijn armen. Zijn blik gleed naar mijn eigen schooltas. Ik had mijn pistool er in gestopt. Ik probeerde zo nonchalant mogelijk te kijken terwijl Ethan naar zijn eigen schoolbank toeliep en zijn boeken uithaalde. Toen hij geïnstalleerd was begon de les."Laten we beginnen met de nieuwe woordenschat." zei meneer Dustel."Jullie nemen allemaal een blad en schrijven de woorden op die aan het bord komen." Toen de les voorbij was gooide ik mijn boeken in mijn schooltas en sjokte ik de gang in met Lily. Sue was vreemd genoeg al verdwenen naar het plein, want nu was het ochtendpauze. Ethan volgde ons door de gang. Hij kwam naast ons lopen en vroeg; "Kunnen jullie me zowat inleiden in deze school? Het is Yuki, toch? Wie is je vriendin?" Ik knikte."Ze is mijn vriendin niet. Ze is mijn collega." ik zwaaide mijn tas over mijn schouder en liet mijn hand onopvallend naar binnen glijden. Ik voelde het koude metaal van het pistool over mijn handpalm strijken, en trok hem weer terug. Opeens ging er een hevige schok door de lucht. Ik wankelde geschrokken en Lily smakte op de grond. Alle andere leerlingen, iedereen om ons heen, verstijfden. Er was geen beweging meer te zien."Fuck!" vloekte ik."We worden aangevallen! Ze hebben een tijdslot geplaatst!" vreemd genoeg was Ethan niet verstijfd zoals de andere leerlingen en leraren om ons heen. Lily en ik natuurlijk ook, als Geestendoders, en Sue zou waarschijnlijk zo snel mogelijk naar ons toekomen. Even later zag ik haar al komen aanrennen. Ik trok mijn jasje uit mijn schooltas en trok hem aan. Dan pakte ik mijn pistool en schoof het onder de riem die ik vlug rond mijn middel deed. Lily had haar mini-katana gepakt en Sue trok twee dolken uit haar schooltas, die ze op de grond dropte. Ze keek Ethan vragend aan."Hij is blijkbaar immuum voor tijdsloten." informeerde ik haar."We moeten de Kwade Geest vinden en hem doden voor hij leerlingen of leraren aanvalt. Ga! Ethan, volg me." Ik trok Ethan een zijgang in met mijn pistool in mijn hand geklemd en mijn ogen waakzaam tot spleetjes geknepen. Opeens klonk er een geweerschot. Ik draaide me met een ruk om en dook opzij, Ethan met me meetrekkend. We smakten op de grond. Ik rolde om en vuurde mijn kogels af op het wezen dat vanachter een kluisje kwam. Zijn rode ogen fonkelden en zijn bleke huid spande strak om zijn puntige botten. Dan verschenen er nog meer monsters achter hem."Godverdomme!" ik vuurde al mijn kogels af op de beesten, die luid krijsten, maar hun wonden sloten zich weer en de kogels vielen sissend op de grond. Dan zetten ze de achtervolging in. Ik sleurde Ethan achter me aan. Opeens knalde hij tegen een deur, en ik verloor hem. Ik dook terug en hees hem overeind. Ik schrok me dood toen er een Kwade Geest vanachter een opslagkast vandaan sprong en op Ethan mikte. Ik vloog voor hem en wierp hem tegen de grond. Mijn blik gleed naar het nu lege pistool aan mijn zij. Ik voelde een stekende pijn toen het wezen zijn klauw in mijn zij boorde, maar ik ramde mijn vuist in zijn gezicht en sloeg hem tot moes. Toen hij stuiptrekkend op de grond lag trok ik Ethan recht en renden we richting de gang waarin Lily en Sue waren verdwenen. Opeens zag ik een bekende, slungelige figuur door een gebroken raam springen."Sire!" riep ik."Hey Yuki. Ik zie dat je me nodig hebt. Zal ik die klootzakken afleiden terwijl jij je vriendje weghelpt?" ik keek hem vuil aan."Hij is mijn vriendje niet eens!" ik sleurde Ethan door de gang en zag meteen het geheime vak openstaan. Het was een deur die de school uitleidde, en die eindigde in een speciale schuilkelder onder het plein. Ik ramde Ethan erdoor en gilde dat hij moest doorrennen terwijl ik mijn pistool weer volpropte met kogels en naar Sire toerende."Waar was je al die tijd, klootzak?!" snauwde ik hem toe terwijl ik een Kwade Geest neerschoot die luid grommend naar ons toestrompelde."Ik ben negentien, weet je nog? Ik ben afgestudeerd. Ik heb wel wat beters te doen dan jouw bodyguard spelen!" zei hij grijnzend terwijl hij mikte op een monster dat vol met bloederige sneeën zat. De luide knal van zijn wapen verdoofde mijn oren."Ga nu maar, Yu. Ik red me wel; zorg maar voor je vriendje." "Hij is mijn vriendje niet!" snauwde ik voor ik terug naar de geheime deur rende. Ik dook erdoor en gooide het deurtje dicht. Sire moest me maar achternakomen. Tot mijn woede zat Ethan nog steeds in het gangetje."Kom aan, lompe koe! We moeten naar Lily en Sue. Ik trok hem overeind en kromp gelijktijdig in elkaar. De snee in mijn zij was dieper dan ik gedacht had."Je bloed." Ethan wees op de donkere plek die zich verspreidde op mijn blousse."Boeit niet!" snauwde ik."Lily fixt het wel even." ik ging hem voor de gang door tot we in de schuilkelder aankwamen. Ik ging zitten en nam het verband aan van Lily. Ik drukte het tegen de wonde, en die sloot zich vanzelf na een kwartier. Ethan staarde me met open mond aan."Kan je jezelf gewoon in één-twee-drie genezen?!" Ik knikte."Als het wonden zijn die dieper zijn dan tien centimeter duurt het enkele uren. Als ze dieper zijn dan vijftien centimeter kan het maanden duren, even lang als een gewoon mens dus." Ethan knikte."Meisjes, ik heb een vraagje." We keken hem vragend aan."Ik wil ook Passiedoder worden. Een van die beesten heeft mijn ouders vermoord. Kunnen jullie me trainen?" Ik keek hem scherp aan en sloot nadenkend mijn ogen."Om op deze leeftijd nog te beginnen zal veel werk zijn. We moeten je natuurlijke kracht bestuderen en hem evalueren. Bovendien zijn we zelf nog steeds in training bij Sire." toen ik zijn naam zei kwam hij binnen. Hij glimlachtte naar me en richtte zich tot Ethan."Wat hoorde ik daar? Wil je getraind worden? Dat kan ik wel doen hoor. Yuki, Lily en Sue hebben het druk genoeg zonder les te hoeven geven. Je kan iedere woensdag en vrijdag bij mijn trainen samen met hen." Ethan knikte voorzichtig."Oke. Waar?" Sire gaf hem een briefje met het adres."Bedankt." Ik stond op en stopte mijn pistool terug in mijn schooltas. Ik trok mijn jasje over de bloedvlek op mijn blousse en knoopte hem dicht."Het tijdslot zou ongeveer moeten stoppen. Alle schade zal hersteld worden, hoop ik?" zei ik terwijl ik uit de deuropening van de gang keek."Ja." Sire ging naast me staan. Zijn ogen glansden vol genegenheid.

Hoofdstuk 3Edit

De volgende dag was weer een doodsaaie, met school; Meneer Dustel en zijn Engels, de Nederlandse lessen, De Franse les, de Japanse les, Wiskunde, Wetenschappen en ga zo maar door. Bij lichamelijke opvoeding haalden ik, Lily en Sue het hoogste aantal punten en daarna was school uit. Op het moment liep ik met Lily naar huis. Ze was mijn overbuur, en daarom was het handig dat we collega's waren. Vandaag was het woensdag, en daarom moesten we ons zodra we thuiskwamen klaarmaken voor de lessen met Sire. Toen ik in mijn kamer stond opende ik de kast en zwierde ik mijn schooltas er in. Ik trok een elastische, zwarte yogabroek aan en daarop een nauwsluitend zwart t-shirt. Ik deed geen schoenen of sokken aan, stopte een zwarte jeans en mijn gewoonlijke rolkraag en t-shirt in een sporttas en ging naar beneden met mijn katana in mijn rechterhand. Vervolgens liep ik de deur uit, ging ik mijn auto in en nam ik plaats achter het stuur. Ik draaide de sleutel in het contact en sloeg de deur dicht. Sire's trainingscentrum was maar één kilometer verwijderd van het mijne. Ik kwam na een kwartiertje rijden aan en deed mijn autodeuren op slot. Vervolgens klopte ik drie keer snel, vier keer kort en twee keer traag op de deur, die openvloog. Ik stapte naar binnen en zag meteen overal puinhoop."Hè wat the heck?!" vloekte ik. Ik ramde de deur dicht en trok mijn katana uit mijn sporttas."What the heck is er gebeurt?!" riep ik. Net toen ik de trainingszaal binnenkwam werd ik omvergeworpen door een kleine, slanke gestalte."Lily!!" brulde ik."Waarom lok je me steeds in de val wanneer ik later toekom dan jou?!" Lily giechelde en ging van me af."Sue en Ethan moeten nog komen." glimlachtte ze."Zullen we hen ook beetnemen?" Ik knikte en verstopte met samen met Lily achter de deur. Na een kwartier kwam Sue binnen, maar ze keek al achter onze deur en we waren betrapt. Na nog een kwartier, terwijl Sue, Lily en ik verstopt zaten achter wat kratten, kwam Ethan binnen. Hij droeg een gewoon wit t-shirt en een zwarte broek. Samen met Lily viel ik zijn benen aan, terwijl Sue haar handen om zijn nek sloeg. We trokken hem lachend naar beneden. Op dat moment kwam Sire binnen. Hij keek ons vernietigend aan. We zorgden vlug dat we allemaal keurig op een rij stonden. Sire ging zitten en nam zijn papier bij."Sue?" "Jep!" "Yuki?" "Ja." "Ethan?" "J..ja!" "Lily?" "JUPPERDUPPER!" Sire keek haar scherp aan voor hij zich tot mij wendde."Yuki, ik moet met je spreken. Volg me." ik liep achter Sire aan richting zijn kantoor."Wat is er, Sire?" vroeg ik beleefd."Enkelen van jouw familieleden worden verdacht van vervalsing. We denken dat of je moeder of je zus verwisseld is met een vermomde Kwade Geest die in je huis woont om je te kunnen bespioneren. Hetzelfde geldt voor Sue en Lily." Ik sperde mijn ogen wijd open."Nou, Cindy is het alsinds niet! Hoe kan een Kwade Geest zich in een kind vermommen?" Sire kneep zijn ogen halfdicht."Je moet die monsters niet onderschatten. Nu, trainen. Je kan je gezamenlijke training met Sue en Lily doen terwijl ik Ethan de basisregels onder de knie leer hebben." Ik knikte en liep Sire's kantoortje weer uit. Toen de training voorbij was sjokte ik met mijn sporttas over mijn schouder en mijn katana in mijn hand het grindpad af. Ik stapte in mijn auto en reed weg. Om half zes kwam ik thuis, waar ik ontdekte dat Lily nieuwe buren had. Al gauw kwam ze me opgewonden vertellen dat het Ethan was. Ik zei haar dat het goed uitkwam, zodat we met z'n allen naar de training konden. Ik merkte op dat Ethan vaak wazig uit het raam zat te staren. Hij ging ook vaak naar buiten om rond te lopen. Ik zag dat hij diep nadacht. Waarschijnlijk over zijn ouders en zijn nieuwe toekomst. Ik zat op de oprit van mijn huis te bladeren in een boek over vechtsport. Ik moest nog heel wat onder de knie krijgen; maar over drie maanden zou ik mijn training afronden en samen met Sue en Lily verhuizen naar een plek waar er veel Kwade Geesten gespot waren. Zes maanden daarna zou Ethan bij ons komen. Opeens zag ik Cindy over straat dartelen. Ik schrok me dood toen ik een auto zag komen aanrijden. Cindy was acht jaar oud en erg klein; en de bestuurder zou haar niet zien. Ik spurtte naar de straat toe en trok Cindy net op tijd weg voor de auto haar zou kunnen aanrijden."Cindy!" riep ik."Je moet oppassen!" mijn zusje keek me bang aan en begon te huilen. Ik omhelsde haar en voelde hoe koud ze was. Opeens zag ik Sire. Wat deed Sire in mijn straat? Was hij hier omdat er iets ergs gebeurt was? Hij stond aan de overkant, waar een klein bos was. Hij had mij en Cindy nog niet opgemerkt, maar ik zag dat hij op weg was naar mijn huis. Toen hij zijn gezicht oprichtte keek hij me even verstoord aan, en opeens voelde ik iets scherps in mijn maag. Cindy keek omhoog en ik staarde recht in haar rode ogen, terwijl haar lichaam uiteen viel en er een klein, en iewat menselijk monster uit oprees. Mijn blik gleed omlaag naar het gevest van de dolk die uit mijn buik stak, net boven mijn maag. Ik schokte en zakte door mijn knieën, verbluft starend naar de donkere, rode vlek die zich verspreidde over mijn shirt. Ik hief mijn bevende hand op en probeerde de dolk vast te grijpen met mijn gevoelloze vingers. Uiteindelijk kreeg ik grip, en ik trok het wapen uit mijn borst. Meteen toen hij volledig was verschenen, liet ik het bebloedde mes vallen op de grond. Hij was zeker vijfentwintig centimeter lang, en was volledig door mijn maagstreek gegaan. Mijn zicht werd wazig en begon te verdonkeren. Ik hoorde Sire mijn naam roepen en zag hem zijn eigen katana trekken. Hij hakte de kop van de Kwade Geest in één slag van zijn nek, en het monster klapte dood op de grond. Ik schoot nu ook door mijn knieën en probeerde helder te blijven denken. Mijn blik gleed naar het bloed dat nu over mijn benen op de grond druppelde."S..Sire.." mijn stem haperde toen ik in zijn armen viel. Ik voelde me zo schriel als een veer zonder pluis, en toen werd alles volledig zwart en leek het alsof ik in een diep meer verdween.

Hoofdstuk 4Edit

"Yuki." Ik opende mijn ogen en wachtte tot mijn wazige beeld weer scherp was. Ik kreunde toen ik de stekende pijn in mijn buik voelde. Ethan en Lily zaten naast mijn bed."Wat is er gebeurt?" vroeg ik."Cindy heeft je neergestoken." zei Ethan."Ik zag het gebeuren. Je verloor kei veel bloed, meid! Hoe heb je dat overleefd?" Ik schudde met mijn hoofd en drukte mijn hand tegen mijn maag. Ik ging wat beter overeind zitten en omhelsde Lily. Ze klopte me onhandig op de rug."Da's voor het eerst." mompelde ik."Huh? Dat ik je knuffel?" "Nee!" snauwde ik."Dat ik neergestoken ben. En nog wel door Cindy! Nou ja, door een Kwade Geest!" Lily glimlachtte en veegde haar korte, donkerblonde haar uit haar gezicht."Het komt wel goed! Zodra je beter bent gaan we Cindy redden van de Kwade Geesten. Sire weet waar hun basis is. Hij zal blij zijn wanneer hij hoort dat je weer wakker bent!" Ik knikte en gooide de dekens van me af. Ik droeg mijn kleren nog steeds, maar daaronder voelde ik vochtig verband. Zo te zien had ik erdoor gebloed. Ik sprong overeind en zakte bijna weer door mijn benen."IK MOET POMPEN!" gilde ik."Lily, kom mee. Dan pompen we samen. Ik moet die kapotte buikspieren herstellen." Ik hupte naar een van de matten op de vloer."Zijn we in Sire's trainingzaal?" vroeg ik verbaasd. Zelf had ik ook op een van de matjes gelegen, met een dun deken over me heen."Kom op Lily! Gaan we voor een 100 keer?" Ik ging in pomphouding staan en begon. Mijn spieren leken wel de sterven van de pijn, maar ik ging door. Na 20 minuten had ik mijn 100 bereikt. Toen ik klaar was ging ik op de grond zitten en strekte ik mijn armen uit. Op dat moment kwam Sire de zaal binnen. Hij leek niet verrast te zijn toen hij zag dat ik wakker was."Sire, we moeten Cindy gaan redden!" zei ik terwijl ik overeind krabbelde."Ja, ja, zo vlug mogelijk." zei hij terwijl hij een stapel papier in het schuif van zijn bureau propte."Laten we eerst maar eens afrekenen met de laatste lading Kwade Geesten die zijn binnengeraakt in de stad. Ik heb gehoord dat hun kamp zich in een oud pakhuis aan de zee bevind." Ik boog teleurgesteld mijn hoofd. Sire legde zijn handen op mijn schouders. Er ging een rilling door me heen."Wanneer gaan we?" vroeg ik."Wat dacht je van morgen, bij dageraad?" Ik knikte en liep richting de uitgang van Sire's trainingzaal. Ethan en Lily gingen me voor. Toen ze verdwenen waren draaide ik me nog één keer om naar Sire. Zijn grijze ogen staarden me vragend aan. Ik bloosde beschaamd en draaide me om. Dan liep ik naar buiten.

Er was een flinterdun lijntje rood te zien aan de hemel. Ik opende mijn ogen en viel uit bed. Ik kreunde toen ik op mijn gewonde buik terechtkwam. Terwijl ik mijn lange, zwarte katana op het bed legde schoof ik mijn shirt omhoog om naar de wonde te kijken. Hij was niet heel diep meer, maar hij had wel weer door het verband gebloed. Ik trok mijn shirt uit en begon me aan te kleden. Omdat ik wist dat ik ging vechten, deed ik nauwsluitende kleding aan. Ik begon met een smalle, vaalzwarte jeans die zich perfect om mijn benen vormde, en een witte blousse. Daarop deed ik een zwarte stoffen jas. Terwijl ik mijn schede met mijn katana- die aan een riem hing - aan mijn heup bevestigde keek ik uit het raam. Nu kon ik wat beter het kleine sprietje rood zien aan de horizon, en ik trok mijn zwarte laarzen gauw aan. Vervolgens opende ik het raam en klom ik op het dak. Ik zat een tijdje voor me uit te staren, richting de zee. De zilte bries streelde mijn gezicht en speelde met mijn haar. Ik had al een tijdje last van het lange haar bij het vechten, en al even wou ik het afknippen tot net boven schouderhoogte. Ik nam een besluit en pakte een dolk die ik in mijn riem had gestopt. Ik greep mijn haar vast, en sneed het in één haal af. Het liet los, en ik hield het vast in mijn hand terwijl ik keek hoe de lokken tuimelden in de wind. Ik opende mijn hand, en ieder sprietje ging een eigen leven leiden. Ze vlogen weg op de bries, richting zee, weg van zee, en sommigen vielen doodgewoon op de grond. Mijn haar was nu kort, maar ook niet meer zo sluik en glad als vroeger. Het plukte alle kanten uit. Ik greep het gevest van mijn katana en sprong op de grond. Mijn voeten kwamen met een vertrouwde plof neer op de zandgrond, en ik begon te wandelen. Toen ik op straat stond zag ik Ethan naar me toe komen rennen."Ik mag niet mee!" jammerde hij."Wil jij me alsjeblieft meenemen, Yuki? Alsjeblieft?!" Ik bekeek hem. Hij was gespierder geworden nu hij iedere ochtend, middag en avond trainde met Sire. Hij zou het wel aankunnen."Oké." zei ik."Volg me." We liepen langs de dijk, met de wind in ons haar en de zoute aroma's in onze neus."Hé! Je hebt je haar afgesneden!" riep Ethan uit. Ik grinnikte."Jep. Ik dacht dat dat wat beter zou staan bij mijn ogen." Mijn oogkleur was een raar geval. Ik had amberkleurige ogen; even geel als de zon vlak voor hij ondergaat. De kern was grijs. Ethan glimlachte en boog zich voorover. Ik voelde mijn hart tekeergaan in mijn keel toen ik wist wat hij me in stilte vroeg. Ik slaakte een gil en sloeg met mijn vlakke hand in zijn gezicht. Zijn ogen vlogen verbaasd open toen hij viel en van de dijk rolde, het strand op. Mijn huid brandde van de schock. Ik zette het op en rennen, maar mijn borst stak en ik schoot door mijn knieën. Toen Ethan achter me kwam staan draaide ik me om, en in het proces trok ik mijn katana uit haar schede. Ik richtte de punt op Ethan's keel."Wat dacht jij wel niet?!" gilde ik. Mijn knokkels werden wit omdat ik mijn hand zo stevig om het gevest knelde. Ethan hief zijn handen op."Oké, sorry sorry! Ik wist niet wat me ineens bezielde! Het spijt me." Ik wierp hem een vuile blik toe en schoof mijn katana weer in mijn schede. Vervolgens draaide ik me met een ruk om en zette ik koers richting het grote, vierkante pakhuis dat in de verte opdoemde. Daar aangekomen stonden Lily, Sue en Sire tegen de muur gedrukt. Ze wenkten ons. Ze leken helemaal niet verbaasd dat Ethan mee was, en Sire zei; "Ik moet eventjes met je praten." Ik volgde hem tot achter een vuilniscontainer."Weet je zeker dat je kan vechten?" vroeg hij. Ik knikte vastberaden."En anders heb ik jou toch om voor me te zorgen?" zei ik al grijnzend."Dat kan allemaal wel zijn, maar de Kwade Geesten daarbinnen zijn... anders dan hun soortgenoten." Ik trok een wenkbrauw op."Hoezo dan? Dragen ze een roze slipje en kunnen ze paaldansen? Of hebben ze misschien blauwe ogen dit keer?" Sire grinnikte."Je ziet wel. Nu is het tijd voor onze invasie." Ik knikte en volgde hem richting de poort van het pakhuis. Sue trok haar dolken en stopte haar twee handpistolen in haar riem. Lily's katana gleed soepel uit zijn schede. Sire greep zijn geweer en stak een hand achter zich uit. Ethan nam een pistool in zijn hand en haalde de trekker alvast over. Ik pakte de schede van mijn katana en klemde hem zo stevig in m'n hand dat mijn knokkels wit werden. Sire schopte een gat in de deur en dook naar binnen. Ik glipte achter hem aan, en Lily en Sue volgden. Als laatste kwam Ethan achter ons aan. Meteen klonk er een salvo van geweerschoten. Ik slaakte een kreet en gooide mezelf tegen de grond. Lily en Ethan volgden mijn voorbeeld, terwijl Sue en Sire zich verschuilden achter een stapel kratten. Ik zag meteen het eerste groepje monsters. Ze waren even groot als tien kratten op elkaar gestapeld, en sommigen droegen gekromde zwaarden en knuppels. Ik suisde naar voren, en vlak voor een van de wezens mijn hersens zou kunnen inslaan zette ik af tegen de grond. Ik voelde mezelf even lichtjes omhoog gaan, voor ik mijn gewicht tegen mijn katana gooide. Ik suisde door de lucht en maakt een boog, waarin ik de kop van een van de monsters afhakte. Vervolgens dook ik onder een andere aan die een arm miste, en stak ik mijn wapen in de buik van zijn vriend. Ik hakte de arm af van een kleiner wezen en daarna gooiden Sue en Lily zich in het gevecht. Sire en Ethan vochten met twee kleinere exemplaren terwijl ik nog een Kwade Geest in twee hakte. Opeens zag ik Cindy. Mijn zusje werd omhooggehouden door een grote, opvallend lelijke Kwade Geest."Cindy!" gilde ik. Mijn katana viel rinkelend op de grond toen ik de achtervolging inzette. Het monster dat mijn zusje gevangen had liep zo ver mogelijk weg van Ethan, Sire, Sue en Lily. Ik rende achter hem aan, Cindy's naam roepend. Uiteindelijk kwamen we uit in een apparte kamer. Het wezen gooide Cindy neer op de grond. Ze begon te huilen en snikte mijn naam."Je bent zo veilig!" riep ik haar toe voor ik me tot het monster richtte."Klootzak! Als je haar nu niet laat gaan, hak ik je lelijke kop er af!" de Kwade Geest lachtte alleen maar rommelend en hief zijn zwaard op. Ik gilde geschokt toen ik zag wat hij van plan was."Nee!!!!!! Cindy, ren! Ren zo vlug als je kan!" mijn zusje krabbelde overeind en strompelde luid gillend richting de deur. Net toen ze naar buiten ging, klonken er geweerschoten. Cindy maakte een piepgeluidje en smakte neer op de grond."Cindy!!" gilde ik. Sue verscheen in de deuropening, haar ogen hard en kil als staal."S-Sue?!" stamelde ik. Ze trok een mondhoek op in een vals glimlachje."Ik." Ze kwam langzaam, rondcirkelend dichterbij, als een leeuw die haar prooi besluipt. Ondertussen herlaadde ze haar pistool zonder op de kijken. Ik besefte met een schok dat ik mijn katana was verloren in mijn haast Cindy te redden. Sue glimlachtte voor ze haar pistool op mij richtte."Nu is het jouw beurt om te sterven. Jij bent namelijk Sire's oudste leerling. Jij gaat voor." Op dat moment viel Ethan haar van achteren aan. Hij ramde een dolk in haar buik, maar Sue gaf hem een stomp in zijn maag. Hij viel kreunend op de grond."Niet zo ongeduldig." siste ze."Jij komt later." De bloedvlek die zich op haar shirt verspreidde negerend, richtte ze haar pistool weer op mij. Opeens hoorde ik een woedende kreet achter me. Sire keek Sue razend aan. In het korte moment dat ik afgeleidt was schoot ze haar volledige patroon los in mijn buik. Ik siste en wankelde even. Op dat moment zag ik hoe Sire mijn katana naar me toegooide. Ik greep hem vast, zwierde rond en hakte in op Sue's zij. Ze gilde, wankelde, draaide zich om en sprong door het glas van het raam achter haar. Even later verdween ze in de nacht. Ik krabbelde naar Ethan toe."Ben je oké?" vroeg ik."Ja." mompelde hij."En jij?" Ik trok een nadenkend gezicht en wendde me tot Sire."Hoeveel kogels zaten er in het patroon van Sue's pistool?" vroeg ik hem."Zestien denk ik..." zei hij. Ik draaide me weer om naar Ethan."Oké, dan ben ik juist doorzeefd door zestien kogels. Ik ben oké!" Ik grinnikte en probeerde op te staan, maar mijn benen leken wel van lood."Waarom ben je dan nog niet dood?" vroeg Ethan."Ze heeft fout gemikt." zei ik."Ik ben niet eens in organen geraakt. Ik haal het wel tot thuis." Hij knikte."Alleen kan ik niet bepaald rechtstaan." zei ik terwijl ik worstelde om overeind te komen. Sire deed een stap naar voren en hief me met gemak op. Hij hield me in zijn armen terwijl ik verrast piepte."Hoeveel woog je nou?" vroeg hij."Negenendertig kilogram!" snauwde ik."SHIT! CINDY!" ik piepte weer en smakte op de grond in mijn haast bij m'n zusje te komen. Ze lag doodstil op de grond."W-wat?" fluisterde ik toen ik het staal zag waarvan ze gemaakt was."Een robot?" Sire kwam naast me staan."Dit is nog niet voorbij. Sue heeft ons verraden." zei hij met een grimmige blik op het versplinterde raam."Oké! Op naar huis. We moeten Lily nog overeind helpen. Ze heeft een lelijke wond in haar been. En jij ziet er ook niet erg gezond uit, Yuki." ik wierp hem een vuile blik toe voor ik begon te lopen. Halfverwege moest ik steunen tegen de muur. Sire hief me weer op zoals net terwijl ik een verontwaardigd kreetje slaakte."Ethan, normaalgezien zou je Lily moeten kunnen helpen, als ze op jou mag steunen. Onze dames zijn lichtgewicht." Ik keek hem nog eens giftig aan voor ik mijn armen kruistte.

Hoofdstuk 5Edit

Ik sloeg mijn slaapkamerdeur dicht. Ik had mijn ouders zojuist overtuigd dat Cindy op een onverwachte schoolreis was en dat ze over een paar weekjes terug zou zijn. Daarna hadden mijn ouders nog eens een lang verslag gedaan over het feit dat ze naar Chili op vakantie gingen en dat ik dus alleen thuis zou zijn voor een maand. Het was een lang, doorgezaagd en vermoeiend gesprek geweest, en ik was blij dat ik eindelijk in mijn kamer was en wat privacy kreeg. Ik moest mijn kogelwonden verzorgen. Ik had de indruk dat er hoogstens twee kogels waren blijven zitten, en die moest ik er nog uit zien te krijgen ook. Ik ging op het bed zitten en tastte met mijn hand mijn buik af. Ik voelde iets heets, kleverigs op mijn vingers en trok geschrokken mijn hand terug. Ik had gedacht dat het bloeden al gestopt was. Ik deed mijn jas uit en zag dat mijn halve shirt doorweekt was van het donkere bloed, dat bijna zwart leek op de stof. Ik kreunde en zakte op mijn knieën op de grond toen ik echt pijn begon te voelen. Beneden hoorde ik mijn ouders vertrekken naar het vliegveld. Ik wankelde naar het raam en zag hoe hun auto verdween in de mistige verte. Ik had even frisse lucht nodig. Ik strompelde het dak op, en liet me zakken in onze tuin. Hij was erg goed afgesloten, en achterburen hadden we niet. Onze zijburen waren ook allemaal op vakantie. Mijn knieën begaven het en ik moest even gaan liggen in het gras. Op mijn rug. Ik wou rechtkomen, maar ik had gewoon zo'n zin om te slapen. Mijn oogleden waren zwaar en ik was moe. Wat maakten die kogels uit? Ik kreeg ze er wel eens uit. Ooit. Het boeide niet of ik naar de training van morgen zou komen of niet. Ik voelde het hete bloed nog eventjes over mijn buik sijpelen voor ik me verdoofd begon te voelen. Ik deed een laatste poging om het bloeden te stoppen en legde mijn hand op de wonden. Ik voelde een bron van bloed ontspringen onder mijn vingers, het zocht zich een weg over mijn handpalm en sijpelde nu ook via mijn hand op de grond. Shit. Ik had de kogel tegen mijn buikslagader geduwt. En die was dus een "beetje" gescheurd. Mijn oogleden werden nog zwaarder. Wat maakte het uit. Ik kon wel tegen een stootje. Het was maar mijn buikslagader. Het bloeden zou wel stoppen, toch? Ik had ergens gelezen... ergens...

Ethan keek om zich heen. De training was al een goed kwartier bezig, en Yuki was nog steeds niet komen opdagen. Ook al liet hij het niet merken, Ethan wist dat Sire zich ook druk maakte. Het was niets voor Yuki om te laat te komen, laat staan helemaal niet komen. Ze had was ook niet naar school gekomen en in haar huis was geen enkele beweging te zien geweest in de ochtend, toen Ethan uit het raam had gekeken. Toen de training voorbij was liep hij samen met Lily naar Sire toe."Waar zou Yuki zijn?" vroeg hij."Zullen we naar haar huis gaan?" Sire knikte."Lily, kun jij de rest hier opruimen? Dan gaan wij Yuki zoeken." Lily knikte en liep richting Sire's kantoortje. Ethan volgde zijn mentor het trainingscentrum uit en de straat op. Even later stopten ze bij Yuki's huis."Jij doorzoekt de kamers, ik kijk op het dak. Ik heb haar wel eens horen zeggen dat ze daar vaak zit." Ethan knikte en stapte het donkere huis binnen. Er was geen spoor van leven te vinden in de eerste verdieping, dus ging hij de trap op. Hij ging de eerste deur binnen, en zag een badkamer. Opeens zag hij bloedspatjes. Overal op de vloer. Hij rende naar de volgende deur en rukte hem open. Hij zag een donkere vlek op het tapijt dat de grond bedekt."Shit... shit shit shiiiit..." mompelde hij. Hij rende naar beneden, klaar om Sire te roepen. Tot zijn schok kwam zijn mentor al binnen met Yuki's lichaam in zijn armen."Ethan, wacht buiten!" beval hij."Ik handel het hier wel af. Ik zeg het als je terug kan komen." Ethan knikte beverig en ging de woonkamer uit.


Ik voelde me als een steen die omhuld werd door een zware, dikke mist. Opeens veranderde de steen in een blad, en de mist trok op. Op hetzelfde moment voelde ik me veel lichter, en ik opende mijn ogen. Een donkere figuur zat over me heengebogen, en het duurde even voor ik hem herkende."Sire!" riep ik uit. Mijn mentor glimlachtte opgelucht."Wat bezielt je?" zei hij, terwijl hij streng probeerde te kijken."Je wordt neergeschoten en doet alsof er niets gebeurt is, en laat je bijna volledig leegbloeden in de tuin? Je wordt vreemder met de dag, Yu." Ik wist een klein glimlachje op mijn gezicht te toveren en ging voorzichtig overeind zitten. Ik keek Sire opgelaten aan."Sorry. Ik was te moe om er aanacht aan te besteden." Opeens trok hij me tegen zich aan en drukte hij zijn lippen tegen de mijne. Mijn hart vloog zowat uit mijn borst, en opeens leek het alsof ik te veel bloed had. Ik sloeg mijn armen om zijn nek en zoende hem terug. Het boeide niet dat hij 19 was en ik 16. Het boeide niet dat hij mijn mentor was en dat ik hem niet als een vriend hoorde te beschouwen. Het enige wat uitmaakte, was hijzelf, en ik, wij tweeën. Toen leunde hij achterover om mijn reactie te peilen. Hij grijnsde bij het zien van mijn verbouwereerde gezicht."Gaat 'ie weer?" vroeg hij. Ik knikte beduusd en keek hem vaag aan toen hij opstond en naar de deur liep."Hé Ethan, het is oke. Kom maar." Ethan kwam binnen en glimlachtte opgelucht toen hij zag dat ik veilig en wel op de grond zat, weliswaar met een vreemde uitdrukking. Hij keek even van mij naar Sire en weer terug."Sire, waarom kijkt ze alsof ze zojuist een driekoppige Kwade Geest heeft gezien?" Sire haalde zijn schouders op."Weet ik niet." Ik wierp hem een verbouwereerde blik toe."Je hebt me net gekust!" flapte ik er uit."Is dat je dagelijkse werk of ben ik de eerste?" Hij grijnsde en leek totaal niet verlegen toen Ethan hem met open mond aanstaarde."Je bent de eerste. Ik heb gewoon veel romantische films gekeken." Ik krabbelde overeind en volgde hem het huis uit.

Het was enkele weken na het "ongeluk". Ik zat op het dak terwijl ik mijn katana poetste en me afvroeg waar Cindy nu was. Ik had zin om me halsoverkop van het dak te storten en de Kwade Geesten te vinden die mijn zusje hadden gestolen, maar daarmee zou ik niet veel kunnen. Opeens hoorde ik in de tuin iets ronscharrelen. Voorzichtig boog ik me over de rand van het dak, terwijl ik omlaag keek. Ik hoorde het schrapen van klauwen in aarde en het stommelen van reuzachtige benen. Er liep een Kwade Geest rond, en nog niet zo'n kleintje ook. Ik voelde de razernij tuimelen in mijn buik, en voor ik doorhad wat ik deed was ik al omlaag gesprongen, mijn katana hoog opgeheven boven mijn hoofd. Ik kwam hard neer op mijn voeten, en zwaaide mijn katana naar de torso van de Kwade Geest. Ik voelde de gelukzaligheid toen het lemmet van mijn wapen door zijn huid zonk als door boter, en er langs de ander kant mooi weer uitkwam. Hij maakte een snerpende kreet, voor hij in twee gleed en zijn benen op de grond vielen terwijl zijn bovenkant een eind verder wegvloog. Ik schudde het bloed van mijn katana en wankelde naar hem toe. Ik liet mijn wapen nog eens neerkomen, en zijn borst spleet open. Toen zag ik iets in zijn maag zitten. De geest was al lang dood, dus pakte ik een zwarte rubberen handschoen uit mijn zak en trok hem aan. Ik stak mijn hand in zijn maag en wroette rond tot ik hetgene vond waarnaar ik opzoek was. Ik trok het er uit. Mijn organen, mijn hart, mijn hersenen, kwamen met een schok tot stilstand toen ik het herkende. Ik had het zo vaak vastgehouden en er ferm in geknepen. Cindy's handje.

Hoofdstuk 6Edit

Ik gilde het uit en liet het kleine, zachtroze handje op de grond vallen. Ik slaakte opnieuw een kreet en kromp in elkaar op de grond. Ik sloeg mijn handen voor mijn mond en bleef gebogen zitten. Ik voelde mijn tranen over mijn vingers op de grond druppelen, en ik boorde mijn nagels in mijn wangen. Hoe kon ik dit laten gebeuren?! Ik had haar moeten beschermen! Ik kneep mijn ogen dicht, en ik zag haar kleine lijfje weer voor me. Haar grote, bruine oogjes en de jurkjes die ze altijd droeg. Haar krullende haar. Ik had dit kunnen voorkomen! Ik hoorde haar te beschermen, haar hier buiten te houden. Ik greep het handje weer vast, probeerde niet te walgen en het weer in het gras te laten glijden. Ik kneep er in en staarde vervolgens leeg naar de vingertjes. Ze waren half en half tot vuistjes gebald, maar de vingers lagen toch nog voor een stuk open. Ik zag iets wits uitpuilen tussen de vingertjes. Ik stak mijn bebloedde hand er in en peuterde het er langzaam uit. Toen het opgevouwen briefje in mijn andere hand lag wilde ik niets anders doen dan het weggooien en het in de aarde stampen, maar ik vouwde het met stijve vingers open en zag de zwarte letters er op staan. Ik veegde mijn ogen af en las de tekst die er op stond.

Ik moet je zeggen, Yuki, dat ik me behoorlijk vermaakt heb met je zusje. Ik heb het je niet vergeven dat je mijn kwade geesten hebt zitten uitmoorden, dus kon ik jou net zo goed iets afpakken. Haar gegil was erg vermakelijk.

Mijn hart bonsde in mijn keel en een rood waas van woede trok voor mijn ogen, maar ik dwong mezelf verder te lezen.

Zou je de rest van haar lichaam niet willen hebben? Je kan die kleine hand van haar er later mooi weer aan naaien. Je ouders zouden wel blij zijn om een fatsoenlijke begrafenis te kunnen geven, of niet soms? Misschien lig jij tegen dan wel naast je zusje. Waarom spreken we niet af bij middernacht in het centrale park? Dat is afgezet, en zo zal niemand ons horen. Of eerder, jouw gegil. Ik hoop dat je even mooi voor me zal gillen als je zusje.

Tot dan.

Ik slikte, liet de woede toe en verscheurde het briefje. Ik snikte even voor ik mijn katana pakte en hem in zijn schede stopte. Dan kwam ik wankel overeind terwijl ik terug liep naar mijn huis. Eenmaal in mijn kamer deed ik mijn gewoonlijke zwarte kleren aan, maar dit keer deed ik ook een korset op mijn shirt. Ik zou hem nodig hebben, want die dingen hielden zelfs redelijk harde steken mooi tegen. Ik pakte een pistool en schoof hem in de holster die aan mijn riem hing. Daarna stak ik mijn katana in zijn gevest en hing ik hem op mijn rug. Toen ik klaar was ging ik naar beneden, waar ik de voordeur opende. Ik stuitte recht op Sire, die me scherp aankeek."Waar ga je heen?" vroeg hij."Aan de kant!" snauwde ik terwijl ik hem opzij duwde. Hij greep mijn pols en trok me terug. Ik piepte boos en sloeg hem in zijn maag. Hij gaf geen krimp."Laat me los." zei ik dreigend."Nee." zei hij simpel."Laat me los!" gilde ik. Ik trok mijn katana uit mijn schede en haalde naar hem uit. Hij ontweek me gemakkelijk, en liet daarbij mijn pols los. Ik draaide me met een ruk om en draafde weg, de straat uit, terwijl ik mijn katana weer in zijn schede liet glijden. Ik voelde me schuldig omdat ik Sire had gedumpt, maar dit moest ik doen, en nog snel ook. Ik moest Cindy terugbrengen naar mijn ouders. Ik rende de hoek om, en zette richting naar het park in het centrum van de stad. Ondertussen dacht ik na over het zogenaamde netwerk van kwade geesten. Wie was hun meester? En had hij echt de macht over hen? Ik kon een rilling niet onderdrukken toen het park in de verte in zicht kwam. Ik liet mijn hand op het gevest van mijn katana rusten toen ik mijn eerste stap op het grindpad zette. Ik waagde nog een stap terwijl ik behoedzaam om me heen keek. Toen ik geen aanwezigheid voelde begon ik wat kalmer door te lopen. De koude wind streek langs mijn wangen toen ik iets in het gras zag liggen. Ik slaakte een kreetje en rende er impulsief heen. Ik wist dat ik uit moest kijken, dat ik moest checken of er misschien een of andere duistere, machtige kwade-geestenmeester in de buurt was. Het kon me niet schelen, want ik wist dat hetgene dat in het gras lag Cindy's lichaam was. Ik gooide mezelf neer bij mijn zusje. Haar bleke gezichtje zat onder de sneeën, en haar wangen waren ingevallen. Haar ogen waren doods en leeg en staarden nietsziend omhoog naar de sterrenhemel. Ze was dood. Ik liet een gesmoord geluidje ontsnappen en begroef mijn gezicht in mijn handen, zodat ik niet langer naar haar bebloedde lijfje moest kijken."Het spijt me." mompelde ik."Wat schattig." klonk een sarcastische stem verderop. Ik keek geschrokken op. Enkele meters verder stond een lange, magere man met staalgrijze ogen en grote klauwen aan zijn handen, die er uitzagen als gigantische scheermessen. Ik siste geschrokken en in één haal hield ik mijn katana voor me uit."Waag het niet bij me in de buurt te komen!" grauwde ik."Waarom, kitten?" vroeg hij. Kitten. Hij noemde me een kitten. Dit charisma van macht dat hij uitstraalde... het gaf hem het recht om mij een kitten te noemen. Ik keek hem zo vuil mogelijk aan."Nou, nou, je moet niet zo gespannen zijn." zei de man, terwijl zijn klauwen fonkelden in het maanlicht."Waarom maken we niet gewoon een gezellig praatje? Daarna kan ik je gerust martelen als je wilt. Sire is je mentor, hm? Hij is net zo zwak als al de anderen." Ik verroerde me niet en bleef hem met halfdicht geknepen ogen aanstaren."Over Sire gesproken... hij is degene die je al mijn Geesten liet doden. Foei." Ik hief mijn kin uitdagend op."En wat dan nog? Jij bent degene die mijn zusje doodde!" De man haalde zijn schouders op."Dat kind had ik nodig om jou te lokken, en ondertussen had ik jou nodig om Sire te lokken. Hij zou er onderhand al moeten zijn." Ik slaakte een kreet, en in het moment dat mijn aandacht verslapte sloeg de man toe. Hij haalde uit; maar verwondde me niet. Ik vloog een eindje verder voor ik tegen de grond knalde. Kreunend vervloekte ik mezelf omdat ik niet had opgelet. Op hetzelfde moment plantte de man zijn voet in mijn rug. Ik gilde van de pijn en probeerde van hem weg te komen, maar het hielp niets. Het gewicht werd zwaarder toen hij naar voren leunde."Sire is er bijna. Ik voel hem. Wist je dat hij verliefd op je is?" Ik kookte van woede."Klootzak!" gilde ik."Als je me nu niet laat gaan schop ik in je kruis tot er niets meer over is dan moes!" Mijn vijand grinnikte even."Jij hebt pit. Dat zal je dood nog worden. Laat ik eens beginnen met me netjes voor te stellen. Ik ben Vector." Ik schoof onder zijn voet vandaan en speurde rond, op zoek naar mijn katana. Ik zag het gevest uitsteken in het dunne laagje poedersneeuw dat de grond bedekte. Vector volgde mijn blik en grinnikte weer."Nee, nee, kleine kitten." Hij pakte mijn katana en gooide hem een eind verder weg, ver buiten mijn bereik."Klootzak." mompelde ik terwijl ik overeind krabbelde en een eind van hem weg deinsde."Luister maar eens goed, Kitten van me." sprak Vector."Wanneer Sire hier aan komt rennen, rijt ik je mooie rugje open. Wat denk je daar van? Je bloed zou mooi zijn in die sneeuw, denk je ook niet?" Ik balde mijn handen tot vuisten."Je bent gewoon een psychopaat!" gilde ik."Nou, nee. Anders zou ik daar zitten." zei Vector, terwijl hij vaag wees in de richting van de psychiatrie aan de andere kant van het park."Ha ha ha, wat zijn we weer grappig!" zei ik, terwijl ik mijn armen kruistte."Sire kun je niet verrassen, en zeker niet met mij." Vector glimlachtte opgewekt."Nou, dan verras ik jou toch ook gewoon? Dubbel raak. Sire is er bijna, dus ben je klaar om te sterven?" Ik keek hem grimmig aan."Ik ben altijd klaar om te sterven. Maar ik laat mezelf niet sterven. Doe wat je wilt. Ik red me wel. Al rijt je mijn rug open. Al hak je mijn hoofd af. Ik zal je achtervolgen, al is het tot in de eeuwigheid." Op dat moment hoorde ik mijn naam roepen. Ik wist dat ik me niet had moeten omdraaien. Ik wist dat ik me op Vector had moeten richten, maar hoe zou dat gelukt zijn wanneer mijn mentor, mijn beste vriend eindelijk aan kwam rennen? Ik wist wel dat ik het niet had moeten doen toen ik Vector's klauwen over mijn rug voelde schieten, langs mijn schouder, door mijn zij. Het was wonderbaarlijk hoeveel bloed een mens wel niet kon verliezen. Het was overal, op de sneeuw, op Vector's klauwen en op mezelf, uiteraard. De korset had niet veel geholpen dit keer, maar met zulke klauwen is dat makkelijk te geloven. Ze waren in mijn torso gegaan, hadden in mijn zij gehakt en hadden tenslotte, zoals beloofd, mijn hele rug opengeklauwd. Ik hoorde Sire schreeuwen van woede voor hij zich op Vector gooide. Misschien had ik gewoon moeten gaan liggen om rustig dood te gaan, maar daar had ik dus geen zin in. In plaats daarvan pakte ik mijn pistool en schoot ik alle kogels af op Vector, maar zoals verwacht deerden ze hem niet. Hij keek me geïrriteerd aan."Moet ik je nog eens doorboren ook? Heus, kitten, Sire zal niet blij zijn. Maar misschien is het beter dat hij jou ziet lijden terwijl hij alleen maar kan toekijken, zoals vroeger ook gebeurt was met mìjn familie." Ik grinnikte ondanks het bloed dat zich heet in mijn maag vulde."Val hem dan maar aan, zodat ik voor hem kan springen. Dat is iets dramatischer, daar hou je vast wel van." Vector's mondhoeken krulden omhoog in een grijns."Wat een fijn idee. Maar niet vandaag, liever. Waar moet ik je eerst steken?" ik trok een vaag, nadenkend gezicht."Wat dacht je van mijn hart? Dan ben ik er meteen van af. Maar als ik jou moet inschatten, zou je voor mijn maag gaan. Mij maakt het niet meer uit. Ik verdrink toch al in mijn eigen bloed. Maar... hmm. Ik wil nog niet dood. Sorry." zei ik droogjes."Mag ik nu doodgaan? Mijn bloed ligt zo'n beetje overal, dus heb ik zin om even te slapen. Ik denk niet dat ik wakker ga worden. Ik ben volgens mij ook dronken aan het worden van dat bloedverlies. Als alles oke was zou ik zitten kreunen en zo, dus ja." Sire besteedde geen aandacht meer aan me en begon fors te vechten met Vector. Hij zwaaide zijn katana soepel heen en weer terwijl Vector alle slagen ontweek en zelf uithaalde. Sire wist makkelijk weg te duiken, en ik strompelde wankel weg, tot bij Cindy. Daar begaven mijn knieën het en liet ik mezelf tevreden op de grond zakken. Terwijl ik daar op mijn rug lag vielen er kleine sneeuwvlokjes uit de hemel omlaag. Ze dooiden in mijn wondes en mijn bloed, dat heet op de grond stroomde en mijn handen doorweekte. Ik was in nog geen twee maanden al drie keer gewond geraakt. Vier keer, eigenlijk. Misschien zou dit de laatste keer zijn. Misschien was dit echt wel het einde. De gedachte drong voor het eerst met een schok tot me door. Ik was aan het doodgaan. Ik was aan het doodgaan. Nou en. Ik liet een lange zucht ontsnappen. Iedere adem kon de laatste zijn, iedere druppel bloed die op de grond lekte kon het laatste beetje uit mijn lichaam geweest zijn. Op dat moment zag ik een witte gedaante in de verte. Een vos. Een sneeuwvos, een pluizig, wit dier. Hij staarde me intelligent aan voor hij naar me toetrippelde en wat bloed uit de wonde likte. Lekker. Alle aaseters komen al naar me toe voor ik zelfs nog dood ben. Sire, haast je een beetje. Ik wordt levend opgegeten. Maar tot mijn verbazing ging de vos weer weg, een ijzige kilte op de wond achterlatend. Ik moest even in slaap gevallen zijn, want toen ik weer wakker werd was het doodstil. Sire zat naast me op de grond. Hij keek me aan."Waar is Vector?" vroeg ik."Gevlucht." antwoordde hij."Ga ik dood?" ik keek weer omhoog naar de winterhemel."Dat weet ik niet." Sire nam mijn hoofd op zijn schoot. Samen staarden we omhoog."Ik voel geen pijn." fluisterde ik."Beloof je me dat je niet verdrietig gaat zijn?" Sire keek met een klein glimlachje omlaag."Dat kan ik niet. Yuki, je bent het enige meisje van zestien die ik ken, die zo geweldig kan vechten als jou. Dit keer had je gewoon tegenslag." Ik knikte langzaam. Zelfs ademen kostte me moeite, en mijn longen krompen ineen bij de minste beweging. De wonde was nu een doffe, kloppende pijn op de achtergrond. Sire pakte mijn hand vast."Yuki, ik wil dat je dit weet voor je.." voor het eerst wist hij niets te zeggen."Ik heet eigenlijk niet Sire. Mijn naam.. mijn echte naam is Jay." Ik knikte langzaam. Voelde mijn ogen dichtglijden."Slaapwel." fluisterde ik. Toen verween alles.

Hoofdstuk 7Edit

"Nee!" piepte Jay toen Yuki nog één woord zei voor ze haar ogen sloot en haar adem verstijfde."Nee! Wacht, wacht wacht!!" Ze was ijskoud. "Alsjeblieft!" Ethan en Lily kwam aanrennen van tussen de bomen."Fuck!" Ethan bleef verstijfd staan, niet in staat om dichterbij te komen bij de rotzooi van bloed en sneeuw. Lily knielde naast Yuki en legde haar hoofd op haar knieën, rouwend in stilte. Jay aarzelde even, maar tilde dan zijn leerling op en knikte naar Ethan."We moeten naar huis." Hij probeerde mijn stem niet te laten trillen. Hij mocht niet laten zien dat hij verliefd was op haar. Dat hij in haar meer had gezien dan een leerling. Hij was achttien, en zij zestien, dus erg zou het helemaal niet zijn, maar hij was haar mentor. Meer niet. De hele terugweg richting zijn trainingscentrum was de ergste in zijn hele leven, met het dode gewicht van dit impulsieve, koppige meisje waar hij om had gegeven in zijn armen. Toen we eindelijk in de trainzaal aankwamen legde hij haar neer op één van de matten."We laten haar hier voor een dag of twee." zei hij."Daarna..." Hij kruistte mijn armen en draaide zich om."Jullie twee blijven hier beter ook slapen, hm?" Lily knikte stilletjes en verdween in haar vertrekken. Ethan ging ook naar zijn kamer, en zelf ging hij naar mijn kantoortje om zichzelf te haten. Het was zijn schuld dat Yuki dood was.

De stilte was zwaar. Zo zwaar. Ik voelde iets opvlammen in mijn binnenste, het borrelde en kookte en wou zo graag vlam vatten dat ik bijna wakker werd. Het volgende moment voelde ik me groeien. Ja, ik groeide. Hier en daar. Het was pijnlijk, en mijn huid leek wel open te barsten, en toen kwam alle kracht naar buiten. Hij cirkuleerde in me, drong door in iedere porie van mijn huid. Toen opende ik mijn ogen. Het was pikdonker, maar na even geknipperd te hebben zag ik alles mooi helder, al zij het een beetje groenig. Nachtzicht. Sinds wanneer had ik...? En... Ow shit. Ik was dood. Ik was dood en ik had Jay alleen achtergelaten. En Lily en Ethan. Dus nu was ik opeens weer levend, hm? Ik voelde iets zachts tegen mijn been en stak mijn hand uit om te zien wat het was. Het was harig, zacht, en pluizig. Het was zelfs zwart ook! Ik trok er aan, en er schoot een doordringende pijn door mijn ruggengraat. De wonden die ik had opgelopen waren desondanks weg, en ik besefte opeens wat het pluizige ding was. Ik had een staart. Mijn hart bonsde in mijn keel, en ik herinnerde me de vos weer. De vos die in mijn wond had gelikt en zo een deel van zichzelf aan mij had gegeven. Door hem leefde ik nog. Door hem had ik een staart. En Nachtzicht. Ik stak mijn handen uit en voelde aan de zijkanten van mijn hoofd. Dacht ik het niet. Oren. Ik was half vos. Handig, misschien, maar hoe zou ik uberhaupt naar school moeten wanneer ik oren en een staart had? Dat zou wel erg vreemd zijn. Waarom dacht ik zelf aan school? Ik moest denken aan mijn werk! En aan mijn vrienden en mijn mentor. Opeens drong alles tot me door. Ik was zojuist dood geweest, een vos had me oren en een staart gegeven, en ik lag doodleuk in het traingscentrum terwijl ik "dood" was. Ik begon te gillen. Ik bedoel, wat zou jij doen? Er kwam niet meteen reactie. Ik zag iets zilvers glimmen in het maanlicht. Mijn katana. Ik greep hem vast en schoof hem in mijn schede. Mijn tijd hier was voorbij. Ik voelde het. Sorry, Jay. Ik maakte een luchtsprong, en vloog door het raam. Ik lette niet op het glas dat kletterend om me heen uit elkaar spatte, en ik landde met een doffe plof op het gras. Mijn staart zwaaide automatisch heen en weer en ik wiebelde met mijn oren om de verre geluiden op te vangen. Mijn tijd was echt voorbij. Ik sprong over het dak van een container en zag in de verte de zee glimmen als een spiegel. Opeens hoorde ik kreten achter me, vanuit Jay's trainginscentrum."Ze is weg!" Ik draaide me om. Mijn tijd hier was voorbij. Het was tijd dat ik zelfstandig werd. Dat ik volwassen werd. Ik begon te rennen, sprong de dijk af en het strand op. Ik zag de boot van mijn ouders verderop liggen, en ik draafde er gauw heen. Terwijl ik twee van mijn sporttassen die ik nog vlug had meegegrist in de boot gooide, hoorde ik weer ontzet geroep vanuit de richting van het trainingscentrum. Ik kon het hier niet meer uithouden. Ik moest Vector en zijn bende volgen; uitvinden waar ze steeds weer verder heen trokken. Ik sprong nu ook zelf de boot in, en ik zette hem op automatische piloot richting het noorden. Ik zou naar Syberië gaan, omdat er een grote kans was dat Vector daar volgende keer ging toeslaan. Terwijl ik de papieren en mijn laptop uit de ene sporttas haalde en ze op het tafeltje zette, deed ik mijn katana samen met mijn kleren, pistolen, kogels, dolken en verband in de andere sporttas. Ik had er maar één nodig. Ik klapte mijn laptop open op het tafeltje en scrolde door mijn bestanden. Uiteindelijk vond ik een krantenartikel.


Vijftien jaar geleden, in Syberië, vonden er merkwaardige aanslagen plaats. De burgers werden spontaan en op vreemde manieren vermoord. Zo werden twee kinderen neergestoken en vastgebonden aan schommels, die dan weer in een boom werden gehangen. Een vrouw werd neergeslagen met haar eigen hakken, maar die had ze aan toen ze gevonden werd. Een jongen van zestien sneed zogezegd zijn polsen open, maar hoe kon hij dat als hij het met één van de twee handen moest doen? De politie en detectives hebben nooit een oorzaak van de moorden gevonden, en tien jaar geleden werd het onderzoek gestaakt.


Dat klonk interessant. Ik besloot dat ik de volgende dag verder onderzoek zou doen, en besloot in mijn geheime dossieren te zoeken naar mensen die half dier en half mens waren. Na wat bladeren vond ik heel wat informatie.


Halfdieren: Ontstaan en basiskennis

Zoals u, als Geestendoder, vast al weet, Zijn er 3 algemene rassen. Mensen, Geestendoders en Kwade Geesten - ook wel Geesten genoemd. Desondanks zijn er al mutanten ontstaan. Deze mutanten zijn dieren. De dieren die werden vermoord door Kwade Geesten, kregen een deel van de kwade geest zelf in hen. Ze werden hierdoor rebels, wilder en sterker dan enig ander in hun soort. Wanneer deze dieren in contact kwamen met mens of geestendoder, zou deze persoon half dier en half mens of geestendoder worden. Het effect is sterker wanneer het slachtoffer op sterven na dood of al dood is. De persoon in kwestie krijgt dingen zoals staart, oren, ogen en de kracht van het dier. Hieronder is een lijst te vinden van alle Halfdieren - zoals ze genoemd werden. Deze halfdieren konden hun oren, staart, etc. ook verbergen voor mensen of geesten(doders) en als een normaal mens verschijnen. Dit is eenvoudig te doen door de bijgekomen ledematen te voelen en hen in te trekken, bijna zoals een oog sluiten.

Lijst van tot nu toe geregistreerde Halfdieren

-Christiana Palver: Half wolf

-Cristo Herts: Half panter

-Siry Simby: Half kat

-Sonny Kristan: Half beer

Meer Halfdieren zijn nog niet ontdekt, maar Halfdierenzoekers zijn zoals hun titel al zegt op zoek naar Halfdieren om ze te laten registreren.


Geweldig. Ik zou weer eens opgejaagd worden. Ik besloot dus om wat te oefenen met het verbergen van mijn dierlijke kenmerken. Ik kneep mijn ogen ferm dicht en verzamelde het verspreidde gevoel in mijn lichaam naar mijn staart, oren en ogen. Ik voelde een siddering diep binnenin, en toen ik mijn ogen weer opende was het nachtzicht weg. Ik knipte mijn lamp aan en besloot nog eens verder te lezen.


Wanneer het Halfdier zich in een noodsituatie of shocktoestand bevind, zullen de kenmerken terugkeren. Ook als het Halfdier gewond is zullen zijn dierlijke trekken weer zichtbaar zijn. Als hij vecht zal een dierlijke razernij naar boven komen en is het Halfdier dikwijls wild, wat afhangt van welk dier hij bezit. Halfdieren voelen zich ook aangetrokken door hun dier, en zullen daarom vaak een als huisdier hebben. Dit dier is intelligent en kan communiceren met het halfdier. Hij vecht ook aan zijn of haar zijde. Halfdieren kunnen net zo goed Geestendoders zijn, maar als het om half mens en half dier gaat, zal hij of zij in de problemen raken en moet hij zo snel mogelijk op de hoogte gebracht worden.


Ik geeuwde, rekte me uit en klapte de laptop dicht. Ik liep vermoeid naar mijn bed en plofte neer. Terwijl ik me nestelde in de dekens, dacht ik aan alles dat ik had achtergelaten.

Hoofdstuk 8Edit

Ik werd wakker toen de boot tegen de oever stootte. Door de bonk viel ik uit mijn bed. De lamp knetterde, en begaf het. Ik krabbelde overeind en greep mijn sporttas. Mijn kleren en schoenen had ik nog aan. Ik stopte mijn laptop onderaan de tas en hees hem over mijn schouder. De kleren die ik meehad waren mijn gewoonlijke zwarte shirts en broeken, en een stuk of drie schooluniformen. Wie weet zou school de perfecte plek zijn om meer te weten te komen over de ongelukken. In dit deel van Syberië werd Engels gesproken, dus zou het een makkie worden om hier naar school te gaan. Ik stapte de boot uit. Mijn voeten zonken weg in een modderige oever. Dikke mistslierten kringelden tussen de dennen. Ik was ergens bij Olkhon Island, een mooie streek bij de zee. Hier sneeuwde het niet erg vaak, maar toch vond ik het koud genoeg. Ik trok een lange, zwarte jas aan en deed mijn katana op mijn rug. Ik sloot mijn ogen en concentreerde me, en een paar tellen later waren mijn oren en staart - die toen ik wakker werd terug verschenen waren - verdwenen. Ik tuurde door de dikke mist heen. Volgens de geruchten die ik had gelezen zat Syberië stampensvol Halfdierenzoekers. Ik hoopte dat er geen in mijn toekomstige klas zouden zitten. Terwijl ik in de verte het kleine dorp zag opdoemen, merkte ik ook de school op. Het was een moderne, sneeuwwite school met veel glas. Hij zat half verwerkt in een van de vele rotsen die hier oprezen uit de grond als verbrokkelde tanden in een mond. Hier en daar lagen er plekken sneeuw, en de grond, rotsen en enkele bladeren die nog koppig vasthielden aan hun takken waren bedekt met een fijn laagje glinsterend ijs. Ik zette koers richting de school. Het was bijna het tweede semester, dus zou ik me opnieuw kunnen laten inschrijven. Terwijl ik de tekst las op het plakaat voor de school, waarin stond waar ik me kon laten inschrijven, kwamen er twee studenten aanlopen. Het waren twee jongens. Eén was gespierd, de andere erg lang. Ze deden overduidelijk niet aan atletiek, en het leken me nu ook geen bodybuilders. Dat kon maar één ding betekenen. Het waren Geestendoders of Halfdierzoekers. Ik slikte en probeerde zo min mogelijk op te vallen toen ik een bekende, hoekige vorm onder het shirt van een van hen zag. Shit. Een pistool. Jammer genoeg werd ik opgemerkt, en ze liepen nonchalant naar me toe."Hoi. Ben je nieuw hier?" vroeg de lange."Ja." zei ik."Ik ben hier verhuist." De gespierde trok zij wenkbrauwen op."Waar woon je dan?" Ik keek hem niet aan."Ik woon alleen. Mijn boot is aangemeerd in die kleine haven." Ze keken me raar aan."Je bent hoogstens zeventien, meid. Vertel me nu niet dat je alleen woont. Waar zijn je ouders?" ik keek hem vuil aan."Die zijn dood. Ik zorg wel voor mezelf, daarvoor heb ik jouw nieuwsgierigheid niet nodig." Zijn blik gleed naar het gevest van mijn katana dat uitstak boven mijn schouders."Oh man." mompelde hij."Je bent..." Ik haalde uit en gaf hem een vuistslag in zijn gezicht. Hij slaakte een verbaasde kreet en vloog een stuk verder. Zijn vriend trok zijn pistool en richtte het op me, net wanneer ik mijn katana uit zijn schede wou trekken."Eén beweging, en je gaat er aan." snauwde hij. Ik grijnsde."We zijn geen vijanden, collega. Laat me maar gaan. Je schiet geen Geestendoder neer, nu er maar zo weinig over zijn." Hij glimlachtte terug."Dat is waar." hij liet zijn pistool zakken."Maar als je mijn vriend ook maar met een vinger aanraakt in je schooltijd... dan zal er weer een Geestendoder minder zijn." Ik liet mijn hand zakken."O jee, wat ben ik bang. Wat zijn jullie eigenlijk? Softy's of Geestendoders?" De lange haalde zijn schouders op, de belediging negerend."Geen van beide. We zijn Halfdierzoekers." Ik draaide me om."Wel...tot op school."

Ik werd de volgende dag wakker met de bleke ochtendzon in mijn gezicht en mijn wekker die luid rinkelde. Ik kreunde en rolde uit bed, waarna ik hard op de grond viel."Fuck..." Ik krabbelde overeind en pakte mijn schooluniform. Het was een zwart plooirokje met een zwart stoffen jasje, waaronder we een witte blouse droegen. We hadden ook lange zwarte sokken aan die tot boven onze knieën kwamen en zwarte laarsjes. De jongens droegen zwarte jeans en een wit hemd. Terwijl ik me omkleedde hield ik de klok in de gaten. Ik mocht niet te laat komen. Dan pas viel me het bloed op. Het zat overal. Op mijn benen, mijn armen en handen, en de bron was mijn rug. Het bloed was opgedroogd, en de diepe sneeën op mijn rug waren niet meer dan littekens. Dank je, vos. Wie je ook mocht zijn. Ik knoopte mijn jasje dicht en hees mijn schooltas over mijn schouder. Er zaten wat reservekleren in zoals mijn lange zwarte jas, maar mijn schoolboeken en een pistool waren er ook veilig in opgeborgen. Terwijl ik er nog wat kogels bijdeed bereikte ik het tijdstip waarop ik moest vertrekken. Ik stapte de boot uit, en deed de deur op slot. Vervolgens stopte ik de sleutels in mijn schooltas, terwijl ik het mistige pad volgde richting school. Enkele eenzame sneeuwvlokken dwarrelden omlaag. De zee ruistte achter me, de schuimende golven uit elkaar klappend tegen de stijle kliffen. Het grind kraakte onder mijn voeten en ik voelde het ijs in de lucht hangen. Ik veegde een plukje van mijn korte haar uit mijn ogen, en kort daarna zag ik de school opdoemen uit de mist. Zodra ik de ingang zag, draafde ik er heen. Het was luidruchtig binnen in de school. Leerlingen gilden, krijstten, gooiden met wc-papier en schoenen en sloegen de deuren van hun lockers met veel lawaai dicht, waarbij er soms boeken tussen zaten die dan scheurend uit elkaar vielen. Daarna kwam er een groepje van steeds dezelfde meisjes die de boeken verder versnipperden, pesterig grijnzend. De kinderen hier leken wel kleuters, maar zij zaten in de eerste graad en waren dertien, veertien en vijftien jaar. Twee meisjes dansten gemeen grijnzend rond terwijl ze de schooltas van een kleine van dertien omhoog hielden boven zijn bereik. Ik zuchtte, en verbeet de drang om meteen weer naar buiten te stappen. Terwijl ik door het rumoer heenstapte werd ik geraakt door een propje. Ik was zelf geschokt door de razernij die ik daardoor voelde. Hoe waagden ze het om me zelf maar aan te raken?! Ik gromde en moest mijn uiterste best doen niet mijn pistool tevoorschijn te trekken en iedereen neer te knallen, zodat ik eindelijk wat rust had. Toen ik eindelijk aan de andere kant van de gang was geraakt, zag ik de twee Halfdierzoekers aan weerszijden van de poort staan."Welkom in de tweede graad." zei de lange dramatisch."Weg van het eeuwige- Ooo jij bent die van gisteren!" Ik keek hem zo vuil mogelijk aan en liep hen voorbij. Ze volgden me als twee puppy's, aan weerszijden van me lopend."Mag ik vragen hoe je heet?" vroeg een van hen."Yuki." zei ik."Gewoon Yuki." Ze knikten."Halfbloed zeker? Ik merk wat Japanse trekjes op." Ik rolde met mijn ogen."Moet ik je weer slaan, misschien? En ik zou het netjes vinden moesten jullie jullie namen ook vertellen." De gespierde knikte."Ik ben Aldan. Dat is Amedeo." Hij knipoogde."Samen zijn we een A-A batterij!" Ik lachtte sarcastisch en liep wat sneller."Hoe lang ben je al Geestendoder?" vroeg Aldan."Tien jaar." zei ik."Jullie? Hoe lang zijn jullie al Halfdierzoekers?" "Elf jaar." zei Amedeo."Hoe oud zijn jullie eigenlijk?? Ik ben zestien, maar dat wisten jullie vast al." Aldan haalde zijn schouders op."Zeventien en een half. Volgens mij zitten we in dezelfde klas, volgens het klassenrooster." Ik haalde mijn schouders op."Oke. Wat is de eerste les?" ik versnelde mijn pas."Nu? Nu is het pauze. Ja, ochtendpauze. We kunnen een les volgen als we willen, die lessen worden gegeven door een leraar wie het niet boeit wie er nou wel of niet komt. Je kiest zelf maar. Er hangen overal plattegronden." ik knikte en hees mijn schooltas nog steviger over mijn schouder. Even later gingen Amedeo en Aldan weg om wiskunde te volgen. Ik besloot dat ik muziek ging doen, toen ik zag dat het vrijetijds-les was. Ik kon piano en viool spelen, en een klein beetje cello. Toen ik het lokaal binnenkwam was er maar één iemand anders. Een jongen van ongeveer mijn leeftijd. De piano was gelukkig nog vrij, want de jongen prutste wat aan een gitaar. Ik nam zwijgzaam plaats achter de piano. De jongen schonk me nog geen aandacht, maar ik voelde een sterke aanwezigheid. Hij was net als ik op de hoogte van de Geesten en de Halfdieren, net zoals Aldan en Amedeo. Ik legde mijn handen op de toetsen van de piano. Het was kalmerend om de gladde perfectie onder mijn vingers te voelen, de kracht van het instrument. Toen begon ik te spelen. Het was een stille, rustige melodie, die me deed denken aan mijn thuis, met het zachte duingras die golvend als goud heen en weer danste in de wind, het zand dat in vlaagjes opstoof en het strand telkens een ander uiterlijk gaf. Na een kwartier spelen liet ik mijn vingers rusten op de toetsen, mijn ogen halfdicht. Ik had deze tijden gemist, wanneer ik muziek speelde op school."Dat was mooi." zei de jongen, niet opkijkend van zijn gitaar."Bedankt. Het is lang geleden." ik liet mijn hand onopvallend in mijn schooltas glijden, en sloot mijn vingers om het pistool."Jij bent een Geestendoder, hm?" vroeg hij. Ik zweeg en staarde hem ijzig aan."Je moet niet bang zijn. Ik ben een Halfdierzoeker." Geweldig. Wordt ik lekker opgescheept met drie halfdierzoekers die me maar al te graag zouden laten registreren. Nee, dankje. 

Ik trok een donkergrijze kousenbroek en een zwart shortje aan, met daarop een rolkraag en korset. Terwijl ik mijn katana in de foedraal op mijn rug deed, hoorde ik voetstappen buiten de boot. Ik gromde en verschuilde me naast de deur. Even later klonk er gerinkel en ging hij open, waarna er iemand binnenstapte in mijn kamer. Ik trok mijn katana stilletjes uit zijn foedraal en gluurde naar de inbreker vanachter de deur. Het was een jongen van mijn leeftijd, kon ik zien. Hij hield een machette in zijn hand geklemd en speurde in het rond. Zijn blik gleed zonder aarzelen over me heen. Hij had me nog niet gezien. Terwijl hij zich omdraaide om naar de andere kant te kijken, sloop ik vanachter mijn deur en prikte ik met mijn katana in zijn rug."Wat doe je in mijn huis, hm?" vroeg ik. Hij draaide zich met een ruk om en haalde uit mijn zijn machette. Ik siste en ontweek zijn slag, terwijl ik mezelf op de grond gooide en onder het bed rolde. Ik rommelde onder een stapel kleren en haalde mijn pistool tevoorschijn. Ik laadde het en richtte het op de voeten van de inbreker, die rondstommelde om te zien waar ik opeens zo vliegensvlug richting verdwenen was. Ik schoot op zijn voeten, rode vanonder het bed vandaan en gaf hem een schop tegen zijn kuit. Hij sloeg mijn hand weg, pakte mijn pols en brak hem. Ik slaakte een gil, waarna mijn katana rinkelend op de grond viel. Ik sloeg mijn knie in zijn maag, maar hij ontweek me en ramde me tegen de muur. Ik voelde bloed langs mijn rug omlaagglijden, maar mijn pols genas vlug door mijn halfdierbloed, evenals de schrammen op mijn rug. Ik kneep mijn ogen dicht om niet ter plekke in een vos te veranderen en de jongen voor me aan stukken te scheuren, toen ik hem in de ogen keek. Het waren helblauwe ogen. Ogen van een wolf. Ik zag de verticale pupil, de witte uiteinden, de zilveren glans. De jongen voor me was net zo goed een halfdier. Ik krulde mijn lippen omhoog, en even daarna plopten mijn oren uit mijn haar. Ik maakte een duik naar voren en sloeg de jongen tegen de grond. Vervolgens greep ik mijn katana en haalde ik naar hem uit. Hij sprong over mijn lage slag heen, ontweek een tweede haal en gooide een dolk in mijn richting. Ik dook opzij en zette me af tegen de muur, waarna ik hem omvergooide. We volgen allebei tegen de tegenoverliggende muur, terwijl hij probeerde zijn machette te grijpen die net buiten zijn bereik lag. Hij sloeg me weg en ik vloog tegen de muur, waarna ik met veel bloedgespetter op de grond terechtkwam. Mijn tegenstander ging voor me staan en richtte een pistool. Ik gromde, greep naar mijn katana en hakte zijn onderbeen er af. De jongen krijstte het uit en smakte op de grond, de stomp van zijn knie vasthoudend. Ik kwam overeind, maar toen klonk er een schot en flitste er een scherpe pijn door mijn zij. Ik siste toen er een kogel op de grond viel, besmeurd met mijn bloed. Ik leunde tegen de muur, wachtend tot de wonde dicht zou gaan. Het duurde niet lang of de bloedvlek verspreidde zich niet meer over mijn shirt. De jongen was ook al gestopt met bloeden, en zijn been groeide langzaam aan weer aan. Hij keek me even dreigend aan voor hij opstond en zijn handen opstak."Jij bent een taaie." gaf hij toe."Laat me dit even uitleggen." Ik keek hem wantrouwig aan en klemde mijn hand zo stevig om het gevest van mijn katana, dat mijn knokkels wit werden."Jij en ik, wij zijn halfdieren." knikte de jongen."We lopen gevaar. Ik heb iets ontdekt over Halfdierzoekers." Ik stond op en stopte mijn katana in zijn schede."Wat dan?" vroeg ik. De jongen haalde een stapeltje papieren tevoorschijn en bladerde er door."Eergisterenavond heb ik ingebroken in de hoofdkluis van de Halfdierzoekers in Australië. Ik heb deze papieren gestolen en nu weet ik wat hun echte beroep is." Ik keek hem nieuwsgierig aan."De Halfdierzoekers zoeken geen Halfdieren. Ze sporen ze op, ja. Maar ze registreren ze helemaal niet. Dat doen ze later wel, nadat ze de Halfdieren vermoord hebben." 

Hoofdstuk 9Edit

Er viel een akelige stilte, die alleen doorbroken werd door het geluid van golfjes tegen de oever.  Terwijl ik de vreemde verbluft aanstaarde legde ik mijn handen op tafel en liet ik mijn oren en staart verdwijnen."Hoe kan ik je vertrouwen?!" snauwde ik daarna."Ik ken je niet. Volgens mij wou je me net geleden neerschieten." "Jij hakte mijn been er af!" protesteerde de vreemdeling."En jìj gooide me tegen de muur!" wierp ik tegen."Kun je al niet eens meer rustig aankloppen ofzo? Ik neem heus wel de tijd als iemand me iets te vertellen heeft!" De vreemde haalde zijn schouders op."Wel, ik laat het aan jou over, maar ik duik onder. Het stikt hier van de Halfdierzoekers en ooit wordt je betrapt. Neem dat maar van me aan." Net wanneer hij naar buiten wou stappen, vloog de deur open en kwam er een meisje binnen dat ouder was dan mij."Ha Srik, daar bleef je. Gaat 'ie nu? Heb je mijn lieve zussie ontmoet? Oh man, ze is nog steeds hetzelfde." ze keek me met een stralende glimlach aan. Ik verstijfde."Wat de-" mijn stem stierf weg. Toen herinnerde ik het me weer. De mistige wolkenslierten hoog in de lucht, scherp afstekend tegen een paarse hemel. De sakura's die hun bloessemblaadjes in het rond gooiden en hun takken heen en weer lieten wiegen in de wind. De kleine trainingszaal met haar gladde houten vloeren en haar stoffen yogamatten. Mijn zus. Mijn oudere zus, die samen met mij les kreeg van onze vader. Mijn biologische zus. Mijn zus die huurmoordenaar werd. Die me verliet. Die me achterliet bij mijn moeder, mijn stiefvader en een klein zusje."Nessi." fluisterde ik."Nessie. Fuck. Je leeft?!" Ik rende naar haar toe en bleef haar ademloos aanstaren. Zij leek net zo opgewonden."Yup. Ik heb gehoord dat je een Halfdier bent. Bevalt het je een beetje?" Ik grijnsde breed en knikte."Ja hoor. Mag ik met jou mee?" ging ik prompt verder. Vanessa haalde haar schouders op."Mij best. Srik en ik wonen in een dure villa op een rotsplateau dat onder de rotsrichels in het Noorden ligt. Niemand kan het zo zien, de helft is ingebouwd in de rots en hetgene wat wel te zien is is een gigantisch, peperduur venster. Ik kan je training verderzetten, als je wilt? Je moet me maar één iets beloven als je bij ons wilt wonen, maar dat hoor je vanavond nog."Kom op."

We liepen langs de kliffen, ik met mijn sporttas over mijn schouder gehesen en mijn katana's in mijn vrije hand. Ondertussen babbelde ik met mijn lang vergeten zus."Hoe oud ben je eigenlijk nu?" vroeg Nessi."Zestien. Jij was toch achttien, hè? En Silky? Weet je Silky nog?" vroeg ik haar."Yup, ik ben achttien. Silky.. tja. Arm schaapje." Vanessa glimlachtte triest. Ik bestudeerde haar eens goed. Ze had paars-zwart haar dat ze zo gekleurd had, met blekere toppen. Het was kort, maar niet zo kort als het mijne. Ze droeg een zwarte jeans en een zwart shirt, met daarover een lange zwarte jas. Hij leek wel een beetje op mijn jas, maar was net iets korter. Zo te zien hielden we beiden van zwart, lange jassen en gekleurd haar. Haar ogen hadden de oude, vertrouwde kleur violet. Ik was altijd trots geweest dat ik even goed was in de training als mijn zus, maar ze had me dan ook belooft om me verder en beter te trainen in de toekomst. We bereikten een groepje dorre struikjes, waarachter er een ronde, perfecte steen lag. Vanessa hief hem op en klikte op iets er onder. Even later schoof er een brede, rechthoekige gleuf open in de struiken. Er liep een stalen ladder in, die recht naar omlaag ging."Jij gaat voor." zei Vanessa. Ik haalde mijn schouders op en daalde af. Toen ik beneden was plofte ik neer in een grote witte hal. Vanessa volgde al gauw, en Srik ging associaal een kamer binnen en kwam niet meer tevoorschijn. Ik volgde mijn oudere zus de hal door, tot we aan het einde ervan kwamen na een hoek omgedraaid te hebben. Daar was een grote eetzaal met een lange, witmarmeren tafel. Eén wand bestond volledig uit glas en gaf uitkijk op de zee en de immense, rode zonsondergang. Vanessa gooide haar schoudertas op de tafel, en ik dumpte mijn sporttas op de grond. Bij het grote raam stonden twee hoekzetels. Vanessa wees me op een withouten trap die naar boven ging, waar een smalle gang de duisternis in liep."De tweede kamer rechts is de jouwe. Het is een logeerkamer. Ik kom zo even om je de huisregels te geven en te vertellen tegen welke voorwaarde je bij ons moet wonen. Ik geef je ook een plattegrond van het huis, goed?" Ik knikte en beklom de trap met mijn sporttas over mijn schouders, mijn katana's stevig in mijn rechterhand geklemd. Terwijl ik mijn spullen in de grote witte kast in mijn nieuwe kamer legde, kwam Nessi binnen."Hoi." mompelde ik zonder op te kijken. Mijn zus gaf me een papier.


Huisregels:

-Maaltijden worden geserveerd om 8 uur 's ochtends, 1 uur 's middags en 7 uur 's avonds.

-Trainingen vinden plaats om 10 uur 's ochtends, 3 uur 's middags en 8.30 's avonds.

-Open de deur niet voor vreemden.

-De Wapenkamer is alleen toegankelijk voor de leerlingen, hun leraren en de hacker.

-Momenteel bevinden er zich.... ''3 personen in dit huis: Vanessa Dew (Leraar), Srik Surey (Hacker) en Yuki Dew (Leerling).

-Het is verplicht om dagelijks twee uur in de bibliotheek of de computerzaal te besteden om research te doen naar vroegere moorden of onopgeloste verdwijningen.


Ik haalde mijn schouders op."Ziet er niet al te moeilijk uit." Mijn zus gaf me ook nog een plattegrond van het huis, waarna ze verdween.

Plattegrond Syberian villa















Ik voelde me uitgeputter dan ooit tevoren. Terwijl ik mijn oren en staart weer liet verschijnen, gooide ik mijn lakens open en kroop ik na al mijn kleding behalve mijn shirt uit te trekken onder de dekens. Het was maanden geleden sinds ik nog in een fatsoenlijk bed had geslapen, en ik keek uit naar de training van morgen. Toch was ik niet bepaald een snel-in-slaap-valler, dus las ik graag nog een beetje voor ik sliep. Ik pakte mijn laptop van mijn nachtkastje en opende het scherm. Nadat ik de eye-care-switcher had aangezet nam ik een kijkje op mijn mail. Vanessa. Mijn zus had me een mail gestuurd.


Hey Yukari,

Zoals je al weet moest ik je een voorwaarde geven waarop je bij ons komt wonen. Ik wil dat je samen met ons een huurmoordenaar wordt. Ik zal je trainen, dat beloof ik. Bovendien zijn we zelfstandig en kunnen we bepaalde moorden ook niet accepteren wanneer we er niet mee akkoord willen gaan. Srik is een brilliante hacker, één van de drie die in Syberië verspreid zitten - ze werken alledrie voor me en komen zo nu en dan langs. We zijn volkomen veilig en de politie weet niets van huurmoordenaars in deze streek. Ik heb hier een paar linkjes naar documenten waar je informatie kunt vinden over de waarheid: Halfdierzoekers doden Halfdieren. Stuur je me na het lezen ervan terug?


Ik slaakte een diepe zucht en klikte op het linkje. Er floepte een document open op mijn scherm, en langzaam aan scrolde ik al lezend omlaag.


Halfdierzoekers: Redder of Moordenaar?

(Afkomstig van de geheime documenten van de Halfdiervereniging Australie.)

Zoals onze jongste pupillen al van kinds af aan hebben aangeleerd, zijn Halfdierzoekers er om Halfdieren te elimineren. Ze registreren het Halfdier in kwestie pas nadat het vermoord is. De reden hiertoe is omdat Halfdieren levende doden zijn, die niet meer op deze aarde horen rond te lopen en een gevaar zijn voor de mensheid en de natuurlijke omstandigheden. Jaarlijks worden er 138 Halfdieren uitgeroeid door de organisatie V.H.D. (Verenigde HalfdierenDoders), waarvan er maar 50 procent kan worden geëdentificeerd en geregistreerd. Volgens regel 178 van de wetten van de Halfdierdoders is het verboden het doelwit zo hard te verminken dat het niet meer geëdentificeerd kan worden. Wanneer het Halfdier in kwestie tegenstribbelt en een levensbedreiging vormt voor de Halfdierdoders, is het legaal om hem met een zilveren kogel te schieten. Zoals al van jongs af aan wordt aangeleerd bij onze pupillen, kunnen Halfdieren niet tegen zilver en wanneer ze er mee in contact komen verzwakken ze. Direct contact met de huid kan brandplekken veroorzaken bij erg oude of jonge Halfdieren tussen de 0-10 en 100< jaar oud. Het doden van Halfdieren is verplicht bij ieder lid van de V.H.D. en je krijgt een levenslange celstraf wanneer je correspondeerd met Halfdieren, contact met ze hebt of met ze samenspande, en je ze niet binnen het limiet van een week doodde.


Ik slikte en opende mijn mail weer, terwijl ik een berichtje terugstuurde naar Nessi.


Vanessa,

Ik sluit me bij jullie aan als Huurmoordenaar. Ik heb niets te verliezen en ik wil bij je blijven. Ik heb die training hard nodig. Dankje, zusje. Ik ga nu naar bed, zodat ik morgen vroeg opkan voor de training en het ontbijt. Zie ik je in de eetzaal?


Het duurde maar enkele seconden voor ik antwoord kreeg. Blijkbaar was mijn zus net als ik een sneltyper.


Yukari, zusje,

Bedankt. Ik zie je morgen zeker bij het ontbijt. Slaapwel, een geen stoute dromen :-)


Ik glimlachtte en sloot het mailgesprek af, waarna ik mijn laptop dichtklapte en hem naast me op het nachtkastje legde. Dan trok ik de lakens over mijn schouders en viel ik direct in slaap.

Hoofdstuk 10Edit

De volgende ochtend werd ik wakker door het zonlicht dat door het grote raam aan mijn rechterkant naar binnen viel. Ik sliep in de richting van het grote glazen raam in de Eetzaal, dus daarom had ook ik een glazen wand. Ik liep naar de rechthoekige spiegel aan de wand en haalde een kam door mijn haar. Het was al iets langer, maar het kwam nauwelijks fatsoenlijk tot aan mijn nek, en het piekte alle richtingen uit. Ik zag de bordeauxrode streep er in, en hield mezelf voor dat ik hem nog eens moest kleuren. Vervolgens liep ik naar mijn kleerkast en trok ik lange, zwarte sokken aan die een heel stuk boven mijn knieën kwamen. Daarop deed ik een schooluniformrokje, een zwarte blousse en mijn zwarte jas die tot op kniehoogte hing. Terwijl ik mijn laarsjes aandeed besloot ik om de ochtendtraining te nemen en om 11 uur naar school te gaan. Die dag zou school om 12 uur 's middags beginnen, dus kon ik mooi ontbijten en één uur naar school gaan voor ik me bij het secretariaat zou melden en zeggen dat ik de komende weken een fulltime job had en niet naar school kon komen. Of ik kon ze mooi even bellen. Ik pakte mijn gsm en tikte het nummer van de school in."Goedemorgen! Met wie spreek ik?" vroeg een vrouw."Yukari Dew uit de derde graad." zei ik."Ik meld me afwezig voor de komende vijf weken, vanwege een fulltime job die ik niet kan afzeggen." De vrouw maakte een geluidje."Yukari Dew? Oké, dat is dan geregeld. Wanneer je terug komt naar school verwacht ik papieren!" Ik rolde met mijn ogen."M-hm." zei ik."Natuurlijk." daarna legde ik af. Ik liep mijn kamer uit, de gang in, waarna Ik de trappen afdaalde naar de Eetzaal. Het was nu 8 uur, dus was ik mooi op tijd."Hey Yuki." zei Vanessa. Ze zat een croissant te eten voor het grote raam, haar ene arm ondersteunde de andere."Heb je zin in wat training?" Ik knikte en nam een broodje uit de mand aan tafel. Srik kwam binnen en keek even verlekkerd naar het eten voor hij zich tot ons richtte."Vanessa, ik ben de site van V.H.D. binnengedrongen en heb nog war documenten weten te bemachtigen." Mijn zus knikte."Nog iets?" Srik schuifelde met zijn voeten en werd even rood."Het viel me op hoeveel jullie twee op elkaar lijken." zei hij. Ik trok wit weg en even was ik boos op mezelf omdat ik mijn katana niet bij had. In tegenstelling tot mij werd Nessi knalrood, maar ze lachtte toch."Nou, niet zo veel." zei ze verlegen. Ik veegde mijn haard uit mijn gezicht en ging op weg naar de trap, terug naar mijn kamer."Hee, waar ga je heen?!" riep Nessi uit."Ik ga mijn Katana halen!" gilde ik, proberend om mijn stem niet te laten trillen. Mijn zus kwam achter me aan."Ik weet best dat je liegt!" snauwde ze."Wat is er? Wat is er met je gebeurt? Ik dacht dat je altijd mijn optimistische zusje zou blijven! Het zusje dat ik kende, dat ik getraind heb toen we nog maar zes en acht jaar oud waren!" Ik hield halt en klemde mijn vingers om mijn andere hand."Het werd tijd dat ik volwassen werd." mompelde ik."Daar heb jij wel voor gezorgd." ik draaide me met een ruk om, mijn ogen glanzend."Waar was je al die tijd?!" fluisterde ik."Waar was je toen ik alleen mijn weg voortzette met een stiefvader en een zusje om voor te zorgen?! Je hebt me achtergelaten, Nessi!! Je hebt me achtergelaten om te moorden!!!" Mijn zus stapte naar me toe en sloeg haar armen om me heen."Ik weet dat het moeilijk is," gaf ze toe."Maar nu zijn we weer samen, of niet soms? Nu kunnen we samen moorden. Daarvoor zijn we gemaakt. Wij zijn doders, Yukari. We vechten om te overleven." Ik knikte en legde mijn voorhoofd tegen haar schouder."Ik ben blij dat ik je terugheb." fluisterde ik."Ik mis Selky." voegde ik toe."Ik ook." zuchtte Nessi."Ik ook." In een flits zag ik het weer gebeuren.

"Silky! Ze vallen aan!" Vanessa trok haar kleine zus overeind en beval me om haar te volgen. Terwijl we door de tunnel onder het trainingszaaltje renden, klonken er schoten. Silky piepte van de pijn, maar ze veegde haar groene haar dapper uit haar gezicht en rende achter haar oudere zussen aan. Ik dook achter Vanessa aan de schuilkelder in, maar de ingang stortte half in waardoor Silky niet naar binnen kon."Sil!" gilde ik. Er klonken nog schoten, en er spatte wat bloed op de grond. Silky gilde en smakte op de grond."Ren!" jammerde ze."Ga maar zonder mij! Ik wil dat jullie het halen, zelfs al moet ik sterven!" Vanessa wisselde een blik van verstandhouding met haar zusje, die nog maar veertien was. Dan boog ze haar hoofd dankbaar en trok ze me omhoog."Nee!" gilde ik."Ik blijf bij Silky! We gaan met z'n allen, of helemaal niet!" Maar Vanessa hief me op en rendde met me de schuilkelder uit, vlak voor er een salvo van geweerschoten klonk en een ontploffing de tunnel liet instorten.

"Binnenkort komen er twee nieuwe Geestendoders hierheen." zei Vanessa, waarmee ze mijn gedachten doorbrak."O ja? Hoe heten ze? Hoe oud zijn ze?" vroeg ik nieuwsgierig."De oudste is Naeyna, ze draagt graag de kleur blauw en is erg beleefd. Ze kreeg strenge lessen in Noord-Rusland. Ze is zestien jaar oud, even oud als jou dus. Het andere meisje is Bronza. Ze draagt graag geeltinten en staat bekend om haar koppigheid en felheid, je zal harde trainingen in het vooruitzicht hebben wanneer je met haar moet vechten. Ze is vijftien en een half." Ik knikte."Wanneer komen ze?" Vanessa veegde een lok uit haar ogen."Naeyna komt over een weekje, en twee dagen daarna arriveert Bronza. O ja, Naeyna is ook een Halfdier. Half witte wolf." Ik knikte en glimlachtte erbij."Fijn. Zullen we maar eens gaan trainen?" Vanessa glimlachtte."Ik dacht dat we vandaag iets anders konden doen. Volg me, we gaan naar de bibliotheek." Mijn zus ging me voor de grote zaal uit, de hal in. Na een eindje stappen kwamen we bij de bibliotheek, een ruimte met een hoog dak en miljoenen boekenkasten die hoog boven ons uittorenden. Vanessa liep naar een kleine kast en opende hem. Binnenin lag één dik boek."Dit is het familieboek. De Dew, Rouland en Syr families staan er in. Kom, dan gaan we erin bladeren op de klif."

We gingen met het boek zitten op een kleine richel bij de kliffen, die uitzicht gaven op zee. Vanessa klapte het boek open. Er stond een stamboom.

Gloeiende sintels stamboom








Na de stamboom kwamen familiefoto's."Kijk, onze nichtjes! En Veronique's dochters!" Vanessa knikte, en haar ogen kregen een donkere glans toen ze naar Azur's vrouw en dochter keek."Hen heb ik nog nooit ontmoet." fluisterde ik."Aomine Teko is een Halfdierdoder." zei Vanessa."Nekonia Syr krijgt haar opleiding als Halfdierdoder. Het is gevaarlijk, want viavia kan het uitkomen dat jij een Halfdier bent, en dan loop je het gevaar door je eigen familie vermoord te worden." Ik knikte en vouwde mijn benen onder me."Gaan we niet eens trainen?" vroeg ik smekend. Vanessa glimlachtte en haalde haar schouders op."Oké. Je hebt je trainingskleren mee, toch?" Ik dacht even na, tot het me weer te binnen schoot."O, ja hoor." zei ik dan."Mag ik me gaan omkleden?" Vanessa knikte."Tuurlijk." Terwijl ik de kliffen afrende, terug richting de struiken en het luik, probeerde ik me weer al mijn trainingen met Sire naar boven te halen. Eenmaal in mijn kamer trok ik een zwart shirt en een nauwsluitende, elastische zwarte broek aan. Ik stak mijn haar vlug op en draafde dan de kamer uit met mijn katana in mijn hand geklemd.

Hoofdstuk 11Edit

"We beginnen met wat opwarmen. Ren, spring, pomp, doe wat je wilt, kweek die spieren vandaag eens goed." zei Vanessa."Oké." antwoordde ik. Ik begon met het rennen van twintig rondjes rond de zaal, waarna ik ook nog over een paar plinten sprong. Na een uurlang trainen waren we klaar voor het zwaardvechten."Laat me maar eens zien wat je al kan." grinnikte mijn zus. Ik dook naar voren en haalde uit met mijn katana, maar Vanessa gleed soepel opzij en sloeg naar me met de hare. Ik dook eronderdoor en sloeg hem weg met mijn wapen. Dan dook ik naar voren, greep ik mijn zus bij haar middel en gooide ik haar op de grond. Door de vaart viel ik zelf ook mee op een mat. Nessi lachtte ademloos en kronkelde om zich uit mijn greep te bevrijden."Die-" zei ze, overeind krabbeld,"zag ik niet aankomen!" ze moest zich even vasthouden aan een plint om niet om te vallen van het lachen. Halfverwege stopte ze aubrupt en dook ze onverwachts op me af. Ze hief me met gemak op en gooide me op de grond. Ik slaakte een gilletje en schoot vlug achter de plint. Nessi sprong er op en verplette me toen ze op me landde."Zeg, is dit nu zwaardvechten of babyworstelen?!" kreunde ik giechelend."Het is Zussenworstelen!" piepte Nessi. Ze woelde even door mijn haar en gaf me dan de tijd om recht te komen. Opeens klonk er een knal. Ik keek mijn zus verbaast aan, maar ook zij scheen niet te weten wat er was gebeurt. We liepen samen naar de deur en trokken hem open."Wacht hier, ik ga naar boven kijken. Je zal alleen zijn, want Srik is gisterenavond vertrokken naar Hawaii. Wees waakzaam, misschien zijn ze al in het huis." Ik trok haar terug aan haar schouder."Wie bedoel je met "ze"?" vroeg ik boos."De Halfdierzoekers." fluisterde Nessi."Ze zijn hier. Ik voel ze. Ik weet het zeker, dus ik ga proberen om ze de andere richting uit te sturen." Ik keek toe hoe ze wegrende."Kijk uit! Hoe lang blijf je weg?!" vroeg ik."Als we het compleet veilig willen hebben.. voor een dag of twee!" riep Vanessa nog voor ze om de hoek verdween. Ik rende terug naar de trainingszaal en pakte mijn katana, waarna ik me naar mijn kamer haastte. Ik trok een nauwsluitende zwarte jeans aan en mijn zwarte lange jas over mijn shirt. Daaronder deed ik ook nog een korset aan, want die ving harde trappen op als ik geschopt werd in mijn buik. Ik hoopte dat de Halfdierzoekers niet binnen zouden raken, en vroeg me af of het Vanessa wel zou lukken ze weg te krijgen. Dan schoot het me met een schok te binnen. Als er Halfdierzoekers waren, zouden dat Aldan en Amedeo zijn. Mijn klasgenoten. En ze zouden mij hier zien in een villa, terwijl ik zowat spijbelde om huurmoordenaar te zijn. Ze zouden niet aarzelen om me neer te schieten, alleen omdat ik misschien in de weg zou staan van hun "halfdier", dat ik toevallig was. En als ze me neerschoten zou ik mijn oren en staart krijgen, en dan was ik zeker verdoemd om te sterven. Ik sprong richting de deur toen er een harde knal klonk. Terwijl ik hem openrukte en bovenaan de lange trap stond, zag ik Amedeo, Aldan en de jongen van de piano, samen met een meisje met een getinte huid, sneeuwwit haar en bloedrode ogen. Ik herkende haar meteen. Nekonia Syr. De docter van mijn schoonnichtje, Aomine Syr. Allebei Halfdierzoekers. Eerlijk gezegd, vier tegen één zou ik gered hebben moest ik nu gewoon géén halfdier geweest zijn, maar dat was ik dus wel en daarom had ik pech. Ik pakte een pistool dat ik nog vlug in mijn riem geklikt had, en verschool me achter de balustrade van de trap. Toen ze recht onder me waren, naast de trap, sprong ik op, over de leuning en recht omlaag, uithalend met mijn katana. Amedeo gilde geschrokken en ontweek mijn slag nog maar net."Yuki!" riep hij."Wat doe jìj hier?!" Ik snoof."Ik woon hier, maar dat had je vast nog niet door!" en ik haalde weer uit. Hij blokeerde mijn slag en haalde vervolgens uit naar Nekonia. Ze dook soepel onder mijn lemmet door, en ik zag zilver glinsteren in het licht. Ze droeg een zilveren ketting. Ik verstijfde aubrupt bij het zien ervan, en even had ik geen benen of armen meer en kon ik alleen nog maar in trance staren naar het zilver. Dan werd ik geraakt door Aldan en smakte ik op de grond."Yukari!" gilde een bekende stem. Vanessa stormde de zaal binnen en trok twee pistolen, waarna ze een heel salvo van kogels op de Halfdierdoders afvuurde."Nee maar, Vanessa Dew." glimlachte Nekonia."Wat moet je?!" snauwde Vanessa."Ik heb vernomen dat er hier een paar Halfdieren zitten die.... geregistreerd moeten worden." Ik krabbelde een stukje achteruit."Maar zo te zien zijn we hier nog niet welkom, sinds je kleine zusje ons moest aanvallen. Ik zie je nog wel, Dew." ze draaide zich om en verdween.

Zes dagen later zou Naeyna toekomen, en twee dagen daarna Bronza. Yuki was best opgewonden, maar die dag moest ze research doen naar de andere soorten mutanten die bestonden buiten Geesten, Geestendoders, Halfdieren en Halfdierzoekers. Ze was net aan het bladeren in een groot zwart boek toen ze op de pagina's kwam met uitleg over alle mutanten. Er stond zelfs een korte inhoud bij.

Inhoud








Geesten









GeestenDoders









Halfdieren









HalfdierZoekers









Immortuix









ImmortuixJagers









Testas









TestaSchutters









Woongebieden
















Toen ik klaar was met het lezen van het dikke pak blies ik uit."Klaar!" riep ik in de richting van Vanessa."Wat een soorten!" klaagde ik terwijl ze zich over me heen boog."Wat doen we nu?" vroeg ik haar."Nou zie je..." begon Nessi."Je bent niet veilig hier in Syberië. Je wordt achtervolgt door de sterkste Halfdierzoeker van de familie en dat zal je altijd. Ik moet een missie uitvoeren in Indië, dus hier scheiden onze wegen zich, Yuki. Over een paar maanden zien we elkaar terug, dat beloof ik." Ik hield mijn adem in en keek haar met grote ogen aan."Ik wil dat je naar het rijk van de Immortuix vertrekt en daar blijft. Daar ben je veilig. Geloof me, ze zullen je niets doen, sinds je mijn zusje bent en ze me nog een daad tegoed zijn." Ik zweeg even en knikte dan."Je moet afreizen naar het grootste rijk, in het Zwarte Woud in Duitsland. Daar is de grootste groep Immortuix, ze leven er al miljoenen jaren lang. Hun rijk ligt onder de grond, diep verscholen in de gangenstelsels. De machtigste heersers en de adel komt nooit naar buiten, maar je zal het vast geweldig vinden daar. De Vorstin heeft een zoon en een dochter, en ik weet zeker dat je met hen goed zult kunnen opschieten. Al is de zoon nogal... ach, je ziet wel." ze glimlachtte ontdeugend. Ik toverde een flauw glimlachje om mijn lippen en gaf haar een knuffel."Dankjewel." murmelde ik."Ik zal je missen, Nessi." Ze drukte me tegen zich aan."Ik zal jou ook missen, Yuki."

Hoofdstuk 12Edit

De zon verdween achter de heuvelachtige horizon terwijl ik met mijn katana in zijn foedraal richting het Zwarte Woud liep. Ik had een week geleden afscheid genomden van Nessi en was toen vertrokken richting Duitsland, om de Immortuix te vinden. Ik droeg mijn vertrouwde zwarte kleren en laarzen, en natuurlijk mijn lange zwarte jas. Het was erg mistig in het verre heuvellandschap, en de donkere bomen van het Zwarte Woud vervaagden in de verte. De ochtenddauw daalde neer op mijn haar en liet kleine druppels achter. Om de zoveel tijd moest ik ze er uitschudden. Een zacht, oranje ochtendlicht verspreidde zich over de melkwitte hemel en liet de wolken in vuur en vlam staan. Ik veegde wat plukkige lokken uit mijn ogen en speurde in het rond. Ik moest een grot vinden, om zo ondergronds te raken en de Immortuix tegen de komen. Ik liep een goede drie uur door de krakende bladeren onder mijn voeten, mijn oriëntatiegevoel gebruikend om te weten in welke richting ik liep. Er zouden vast tientallen grotten liggen in het noorden, dus was dat mijn bestemming. Het woud wàs inderdaad mooi. De lange, knokige bomen strekten zich oneindig ver uit, verdwijnend in de mist, en hun bladerdak was bleek en nauwelijks te zien hoog boven mijn hoofd. Onder mijn voeten bevonden zich dorre rode bladeren, en voor zover het oog reikte strekte zich mist uit en dempte het mijn geluiden. Hier en daar lagen er mossige rotsen die om een beekje lagen dat glinsterend zijn weg zocht door het struikgewas, of dikke boomwortels die een pad vormden op de drassige grond. In de verte zag ik een rotsig gebied opdoemen. Ik versnelde mijn pas, en toen ik er aankwam speurde ik langs de rotsen. Al gauw zag ik een grot, verborgen door lange slierten mos en klimop. Ik drong ertussen en keek voor me uit. Dan ging ik op de grond zitten en ontspande ik me helemaal. Mijn oren plopten vantussen mijn haar, en ook mijn staart kwam tevoorschijn. Toen ik mijn ogen opendeed zag ik hoe een lange tunnel zich voor me uitstrekte. Dat nachtzicht zou nog goed van pas komen. Ik sprong overeind en maakte zo stil als ik kon mijn weg naar beneden, diep de tunnels in. Mijn gevoelige vossenoren konden nog niet gauw wennen aan de druk, dus moest ik een poosje stilstaan tot ze niet meer bonkten. Ik vervolgde mijn weg tot diep in de aarde, en opeens zag ik een lichtbron. Het was een klein lantaarntje dat een zachtroze licht verspreidde en aan de wand hing. Opeens kwam er iemand de hoek om. Ik verstijfde, en hij natuurlijk ook. Ik had nergens gelezen dat Immortuix Halfdieren leuk vonden, en op het eerste zicht was ik dat ook. Je kon niet aan iemand zien dat het een Geestendoder was. Ik trok instinctief mijn katana uit zijn foedraal en hief hem op. Mijn pupillen hadden zich vernauwd tot spleten. De Immortuix trok zelf ook een zwaard en keek me onderzoekend aan."Wat doet een Halfdier in onze tunnels?" vroeg hij scherp."Hmmm... wat zou ik hier kunnen doen? Misschien zoek ik gewoon een leuk hol om te gaan tekenen?" zei ik sarcastisch."Ik ben hier voor mijn eigen redenen. Ze gaan je niks aan." Ik wist dat ik niet zo bot en koel moest doen, maar ik was nu eenmaal niet het type dat voor onbekenden viel."Wat sta je nou nog te lullen?" snauwde ik."Val me dan aan! Ik mag toch niet door, of niet soms? Ik hak me er wel een weg doorheen." Opeens klonk er een schot. Instinctief dook ik opzij, en gelukkig maar. Een kogel mistte me op een haar na. Ik draaide me met een ruk om. De schieter was een beeldschone Immortuix. Hij moest vast van de adel zijn, want hij straalde koninklijke macht uit. Hij had kort, zilverblond haar en zijn ogen waren zo'n bleek grijs dat het bijna wit leek. Toen zag ik zijn pistool. Het had zilveren kogels."Erlan!" ademde degene die me de weg had versperd."Aywin, ik heb je al verteld dat je niet zo veel tijd moet verdoen met het afkraken van vreemden. Jaag gewoon een kogel door ze heen en het is opgelost. Wel flink van je, meid." zei hij terwijl hij zich naar me omdraaide."Dat is voor het eerst in tien jaar dat iemand mijn kogel weet te ontwijken. Hoe kan een Halfdier-" Ik keek hem vuil aan."Ik ben een Geestendoder." snauwde ik."Maar toen ging ik dood en kwam er een vos, dus toen werd ik er lekker Halfdier bij." Erlan grijnsde."Wat fijn om te horen, maar ik duld geen voorbijgangers in mijn koninkrijk." ik rolde met mijn ogen."En dan te bedenken dat mijn zus zei dat jullie Geestendoders geen kwaad deden." Erlan zuchtte."We hebben niets tegen Geestendoders, maar Halfdieren moeten we niet hebben." Ik slaakte een kreetje."Dat is racisme! En bovendien, probeer me maar tegen te houden. Ik bijt niet, trouwens. Niet hard. Oké, ik bijt wel maar ik heb het nog nooit gedaan. Ben je bang dat ik jullie allemaal zal opeten? Ik ben verdorie zestien, jij bent vast al eeuwen oud." Erlan glimlachtte."Ik ben negentig, dus niet zo oud, hm? Ik zou zeggen dat we je naar onze vorstin brengen. Zij zegt wel hoe het verdermoet. Maar ik neem aan dat je niet zo vrijwillig meegaat, dus moet dit maar." Hij hief zijn pistool weer op en schoot het leeg in mijn buik. Hij schoot zeg maar zestien kogels in mijn buik. Zilveren kogels. En ik was potverdorie een Halfdier. Het leek even alsof er allemaal witte vlammen oplaaiden achter mijn ogen. Toen ik weer iets kon zien zat ik geknield op de grond. Ik had al eens zoveel kogels gehad, die ene keer in het pakhuis, maar dit was veel, veel erger. In een flits realiseerde ik me dat alles veel donkerder leek, en dat mijn oren en staart verdwenen waren. Dat mijn spieren niet meer wilden en ik het gevoel had dat ik droomde. Ik hief mijn gezicht op en keek recht in de witte ogen van Erlan. Er was een nadenkende frons verschenen op zijn gezicht."Gele ogen? Had je die al van voor je een Halfdier werd?" vroeg hij."Ja." perstte ik er uit."Fuck." murmelde hij."Ben jij Yukari Dew?" ik liet een lachje ontsnappen."Kon je me dat niet vragen vòòr je me neerschoot?" Ik legde een hand op zijn schouder en duwde me overeind, waarna ik tegen de rotswand leunde. Ik voelde weeral die paniek van toen ik doodging, hoe ik mijn bloed overal zag liggen, hoe het over mijn kleren stroomde en ze donker en nat kleurde."Je weet toch dat je me zojuist hebt vermoord, hè?" vroeg ik."Oh nee hoor. Ik wil je gewoon bewusteloos zodat ik je fatsoenlijk mee kan nemen naar het ImmortuixRijk, want ten eerste ben je best koppig en ten tweede mag je de route niet weten." Ik keek hem ongelovig aan."Weet je, ik kan nauwelijks bewusteloos raken! OF ik leef, OF ik raak in coma en ga dood. Er is geen bewusteloos voor mij!" Erlan grinnikte."Zie je, daar heb je het. Je raakt in coma. Dat is precies wat ik wil." Ik wankelde en viel weer op de grond."Als je mijn katana maar meeneemt!" snauwde ik."Je bent niet echt in staat van dreigementen, hm?" zei Erlan."Oh nee, maar misschien ga ik wel braaf met je mee als je mijn katana niet achterlaat!" piepte ik. Hij trok een wenkbrauw op."Ben je echt zo verliefd op dat wapen?" Ik kneep mijn ogen halfdicht."Jij houdt toch ook van dat pistool? Zonder dat ding zou je hoofd daarzo liggen." ik gebaarde vaag naar de tunnel verderop. Mijn spieren leken wel van rubber en mijn beeld flikkerde van wazig tot scherp, en de uithoeken kleurden van scharlakenrood tot zwart."Het verbaast me dat je zo lang wakker blijft." zei Erlan."Halfdieren die ouder waren dan jou waren al dood bij de eerste kogel." Ik probeerde mijn hersenen scherp te houden."Ik ben een Geestendoder, weet je nog?" ik rolde op mijn rug en stopte mijn vingers in de kogelwonden bij mijn buikslagader."Hou daarmee op." zei Erlan."Het helpt toch niets meer. Je hebt al liters bloed verloren." ik besefte dat hij gelijk had en trok mijn bebloedde hand weer terug, waardoor er een nieuwe golf bloed zich onder me verspreidde. Mijn hartslag versnelde tot het uiterste, haperde dan en werd zo traag en stil dat ik wist dat ik aan het doodgaan was. Opnieuw. Erlan zou me toch niet echt laten doodgaan, toch? Mijn beeld werd zo onscherp dat ik alleen maar wazige vlekken zag, en toen vervaagde alles naar zwart.

Hoofdstuk 13Edit

Ik opende mijn ogen. Zo te zien leefde ik nog. Ik lag op een bed in een ondergrondse kamer. Ik had mijn kleren nog steeds aan, maar daaronder voelde ik de kogelwonden steken. Blijkbaar had Erlan de kogels eruitgehaald en geweten dat ik vanzelf genas. Ik had zo'n haast recht te komen dat ik uit het bed rolde en op de grond viel. Mijn katana kletterde naast me. Zo te zien had Erlan hem echt meegenomen. Ik krabbelde overeind en deed de foedraal gauw aan mijn rug. Terwijl ik naar de deur draafde ging die open. Ik knalde zowat tegen Erlan aan en we vlogen samen de gang in. Ik maakte daarbij nog een koprol voor ik eindelijk op mijn buik belandde."Dat is al de tweede keer in drie minuten dat ik val!" riep ik."Ben je al genezen?" vroeg Erlan verwonderd."Ja!" snauwde ik."Maar toen kwam jij en liet je me vallen!" Hij trok me overeind."Nou, mooi zo. Dan kunnen we naar mijn moeder en zus." ik gaapte hem aan."Wacht wat. Ben jij de prins?!" hij knikte."Jep. Volg me maar." we liepen door een rotstunnel richting het noorden. Al gauw werd er een helder licht zichtbaar, dat afkomstig was van een grote zaal. Eenmaal binnen zag ik haar. De vorstin. Ze was een van de mooiste vrouwen die ik ooit had gezien - wat veel wou zeggen, want ìk was opgegroeid met een van Amerika's beste topmodellen als moeder. Ze had vloeiend, zilverblond haar en sprankelende oceaanblauwe ogen. Haar huid was bleekroze en ze droeg een lange, donkerblauwe jurk die sierlijk om haar heen viel. Er lag een spaarzame glimlach om haar donkere lippen."Yukari Dew. Ik had gedacht dat ik langer zou moeten wachten." Ik keek haar uitdrukkingloos aan. Deze Immortuix was machtig en eeuwenoud."Vanessa heeft me een bericht gestuurd waarin ze alles uitlegde. Je bent welkom hier, maar je zal wel moeten patrouilleren langs de grenzen met Erlan. Normaalgezien is het zijn taak, maar hij kan wel een extra persoon gebruiken." Ik knikte kort."Ga maar. Hij zal je voorgaan naar de oppervlakte." Ik volgde Erlan door de gangen, er niet eens aan denkend om de paden te herinneren die kriskras door elkaar heen liepen."Waarom heb je me niet gewoon laten leegbloeden?" vroeg ik."Ehm.. nou ja, ik laat niet graag mensen sterven." zei Erlan met een rood gezicht."Maar ik ben een dier. Ik leef niet eens meer, niet echt. Ik hoor dood te zijn en daarom wordt ik opgejaagd." zei ik terwijl ik naast hem ging lopen."Tja." meer zei hij niet.

Het Zwarte Woud was prachtig in de vroege morgen. Ik hoopte op het ontdekken van een paar Geesten, want het was maanden geleden sinds ik er nog een had afgeslacht. Ik trok mijn katana uit zijn foedraal en speurde in het rond."Ik moet even die grens gaan patrouilleren. Ga jij maar opzoek naar wat Geesten om uit te moorden." zei Erlan met een flauwe grijns."Oké." ik glipte in het struikgewas en ging ritselend opzoek naar sporen van Kwade Geesten. Al gauw zag ik bekende klauwsporen in de drassige grond, en glimlachend sloeg ik een hoek om. Achter wat bosjes klonk er geritsel, en een Kwade Geest sprong brullend tevoorschijn uit de struiken. Ik maakte gauw een achterwaartse salto om zijn aanval te vermijden. In zijn vaart rende hij door, maar al gauw genoeg ontdekte hij Erlan bij de grens en besloot hij om hem aan te vallen. Nog steeds vol zelfvertrouwen rende ik erachteraan."Uit de weg, Erlan!" schreeuwde ik toen de Geest op hem afdook. Hij sprong behendig opzij, ik schoot naar voren - over de rug van de Geest - landde voor hem en sloeg zijn kop in één haal van de rest van zijn lichaam. Zijn bloed spetterde op de bladeren en kleurde de aarde drassig donker. Ik pakte een doekje dat in een van mijn jaszakken zat en veegde het bloed van het lemmet van mijn katana."Dat ging snel." zei Erlan terwijl hij weer naar me toeliep."Deze was nog maar jong." zei ik."Ze zijn onervaren en dwaas." Erlan keek me met een opgetrokken wenkbrauw aan."Wil dat zeggen dat jij ook onervaren en dwaas bent? Ik slaakte een kreet en haalde naar hem uit. Geschrokken liet hij zichzelf op de grond vallen."Volgens mij ben jìj hier degene die onervaren en dwaas is, Erlan." zei ik glimlachend. Ik draaide me om."Ben je klaar hier? Ik haat zonlicht, voor het geval je het je afvroeg." Ik zette terug koers richting de grotten, en Erlan volgde me haastig. Halfverwege de tunnels hield hij halt, zijn ogen groot."Fuck." mompelde hij."Wat is er?" vroeg ik."De ImmortuixJagers. Ze zijn hier. Ze hebben de tunnels gevonden!" Ik kneep mijn ogen halfdicht."Nou, kom op dan. Ik neem aan dat je nooit fatsoenlijk hebt leren vechten? Dat wordt verdedigen voor mij. Loop achter me." Ik begon te rennen met Erlan in mijn kielzog. We kwamen aan bij de Grote Zaal, waar een muur aan scherven lag en een grote groep zwaar bewapende ImmortuixJagers binnenstroomde. De Immortuixadel rende gillend weg terwijl de strijders het tegen de ImmortuixJagers opnamen. Ik nam een grote sprong, en in die sprong transformeerde ik. Geluk vloeide door me heen bij het vertrouwde gevoel, de scherpe zintuigen, de smaak van avontuur. Met een kreet landde ik temidden van de bende Jagers, terwijl ik mijn katana behendig in het rond zwaaide en zeker de helft van alle vijanden die in een kringetje om me heen stonden wegslingerde. Erlan had zich verstopt achter een tunnelwand, maar een of andere dikke Jager had hem ontdekt en zette koers richting hem. Zijn vrienden volgden hem al gauw. Ik maakte een dierlijk gegrom en net toen de Jager Erlan in zijn rug wou aanvallen sprong ik op zijn rug, hief ik mijn katan op en hakte ik hem in twee stukken. Zijn resten vielen met een slobberend geluid op de grond."Godverdomme, ben ik hier nog maar net, wordt ik weeral aangevallen!" riep ik."Waarom in gods-" ik hakte de buik van een Immortuixjager open,"-naam, kan ik NOOIT een rustig avondje hebben! Ik moet verhuizen, verhuizen en steeds weer wordt ik bijna vermoord. Al moet ik toegeven dat dit best leuk is." in één zwaai hake ik een andere Jager doormidden. Zijn organen vielen met een luid gespetter op de grond en overal aan mijn kleren hing er nu bloed. Opeens zag ik Erlan's zus, de Immortuixprinses. Narcissa. Ze werd in de houdgreep gehouden door een Jager, die dreigend zijn dolk liet glinsteren."Jij daar, Halfdier." snauwde hij."En Immortuix erachter. Jullie krijgen een maand om haar bij ons te komen ophalen. Dan zullen we een duel houden, en degene die wint mag haar houden. Als jullie winnen, krijgen jullie haar terug. Als ik win, mag ik jullie allemaal doden." Ik vernauwde mijn ogen tot spleetjes."Dikzak, hou het alsjeblieft gemakkelijk en geef haar nu terug. Ik hou niet van al die stoere mannenpraat. We zijn niet in een fictiewereld. Welkom op aarde." Erlan keek de Jager vernietigend aan. Die keurde hem geen blik meer waardig, maar zwierde Narcissa naar een van zijn collega's en greep een bijl die aan zijn gordel hing."Jammer dat het geen zilver is!" brulde hij terwijl hij op me inhakte. Ik hief één voet op en maakte een draaitje zodat zijn bijl in de grond drong."Wind je niet zo op, beste man." zei ik."In deze wereld bestaat er antidepressiva, hét geneesmiddel voor opgewonden kerels zoals jij. Dan moet je geen meisjes in elkaar slaan, zie je." Ik vond er genoegen in hem als een debiel te behandelen, en erg veel zin om in die spieren te hakken had ik ook niet. Maar ik zou wel moeten uitkijken. Deze kerel was gevaarlijk. Hij sloeg zijn bijl richting mijn rug, maar ik bukte met gemak en het lemmet suisde over mijn hoofd heen."Altijd kijken voor je zwaait. Basiskennis." zei ik."Kijk, zo," terwijl hij een stap naar voren deed haakte ik mijn voet achter de zijne waardoor hij struikelde en op de grond viel."Misschien moet je een les behendigheid volgen," raadde ik hem aan."Ik ben altijd vrij. Hoe oud ben je eigenlijk? Drie? Wat een grote jongen zeg! Proficiat." Hij brulde van razernij en mistte mijn hoofd op een haartje. Ik glimlachte en dook naar voren. Mijn katana raakte hem niet, en door de kracht van de zwaai tolde ik een eindje verder. Dit keer raakte hij me bijna, één centimeter dichter en mijn been zou eraf gelegen hebben."Aaah je krijgt het door. Misschien kijk ik beter uit, hm?" zei ik. Ik gleed naar voren, tussen zijn benen door, en wou net zijn hoofd van zijn nek slaan toen hij zich zo snel als hij kon omdraaide en in mijn maag stampte. Oke. Ik moest toegeven. Misschien had ik niet zo gemeen moeten doen. Ik vloog zeker zes meter ver naar achteren voor ik op een lager stuk in de grond viel, ongeveer twee meter naar beneden. Terwijl hij naar me toewaggelde deed ik mijn laatste kans op een overwinning. Ik gooide mijn katana naar hem toe. Het lemmet zonk door zijn nek, en zijn hoofd gleed van de rest van zijn lichaam en plofte met een zompige bons op de grond. Ik klom uit de verlaging en raapte mijn katana op, veegde hem af en stopte hem in mijn foedraal, kijkend naar waar Narcissa was gebleven. Tot mijn schrik zag ik hoe de Jager die haar klem had gehouden haar meesleurde richting de uitgang, terwijl Erlan bevroren van angst toekeek. Ik stormde achter hen aan, proberend zo snel mogelijk te rennen, mijn staart wapperend achter me aan. Op dat moment zonk er iets door mijn been. Het was een dolk. Een lange. Een puur zilveren dolk, vlijmscherp, ijskoud. Hij drong mijn been binnen en stak er langs de andere kant uit. Ik maakte een ademloos geluidje voor ik steun zocht bij de wand, mijn been vastklemmend met mijn hand. Er klonken schoten, en ik zag een Jager op de grond vallen terwijl Erlan zijn pistool op de grond gooide en zijn zusjes naam riep. Het duurde even voor ik besefte wat voor dolk het was die door mijn been was geschoten. Hij verspreidde zilverpigment in mijn bloed, door mijn hele lichaam. Ik zei een vloekwoord dat beter niet herhaald kon worden, en deed het enige wat ik nog kon doen. Ik scheurde de dolk los uit mijn been en sneed mijn polsslagaders door."Yukari!" riep Erlan."Wat in godsnaam doe je?!" Ik slaakte een lachje."Zelfmoord plegen? Nah, ik ben mijn leven aan het redden. Ik heb zilver binnen en dat gaat zich verspreiden door mijn bloed. Ik moet dus leegbloeden, de bron van het zilver heb ik er al uitgekregen. Mijn lichaam gaat wel bloed aanmaken als al de rest op is." Erlan knikte."Narcissa is verdwenen." mompelde hij vervolgens."Als je klaar bent, gaan we dan samen... gaan we samen naar haar op zoek? Ik wil niet alleen." Ik grinnikte."Je bent net een kleuter. Natuurlijk gaan we samen. Maar ik moet eerst slapen. Ik ben doodmoe en wakker kan ik geen nieuw bloed aanmaken. Sorry." Ik pakte mijn katana weer op en sneed ook mijn buikslagader open, zodat mijn bloed overal in het rond vloeide."Bijna klaar." murmelde ik."Zo meteen ga ik slapen. En nee, het is dus geen coma. Het is gewoon slapen. Ik kan wakker blijven als ik wil maar dan ga ik er nogal papperig bijlopen. Als ik onvrijwillig bloed verlies raak ik in een coma, als ik het zelf doe niet." Erlan kwam naast me zitten, ook met zijn rug tegen de wand leunend."Yukari?" Ik keek hem vaag aan."Ja?" Hij wierp zijn blik op de grond."Dankje. Ik ga ook slapen." Ik knikte en rolde op mijn zij."Klaar. Slaapwel. Eh tot morgen ofzo..?" Ik hoorde Erlan grinnikken in het donker."Ja." toen liet ik me ontspannen wegglijden in de vermoeidheid.

Hoofdstuk 14Edit

Toen ik mijn ogen weer opendeed was het ochtend en had ik weer een volle lading bloed in mijn aderen. Ik sprong vrolijk overeind en stompte Erlan."Hup hup, schone slaapster! Tijd om op reis te gaan!" Erlan kreunde en krabbelde overeind."Maar eerst moet ik even mijn wapens halen." ik holde naar mijn slaapkamer en dook onder het bed. Daar lagen de wapens die ik overal in mijn kleding verborgen hield, dolken, pistolen, messen en zelfs kleine naalden met vergif. Daarnaast lagen mijn reserve kleren die ik ook in mijn kleren verborgen hield. Ik was gewoon een hamsteraar. Ik trok een nauwsluitende zwarte jeans aan (Maar dat had je vast al kunnen raden) met daarop een zwart shirt. Ik gespte een riem rond mijn middel en deed daar twee pistolen in. Ik deed een riem om mijn been en stopte die vol met dolken en allerlei messen, ik propte mijn zakken vol met vergiftigde naalden en mijn katana hing ik in zijn foedraal op mijn rug nadat ik een zwart jasje had aangetrokken. Ik nam nog wat reservepistolen in de hand en hupte de gang weer in. Erlan stond op me te wachten, ongeduldig wringend met zijn vingers."Deze zijn voor jou, gewoon als reserve." zei ik terwijl ik hem de twee pistolen toewierp."Waar zijn jouw wapens dan?" vroeg hij nieuwsgierig."Ik ga niet mijn broek afdoen hier dus vraag maar niet." zei ik met een opgetrokken wenkbrauw."Ja maar als je heus van die dolken onder je broek hebt zitten, hoe haal je ze dan uit?" vroeg Erlan fronsend."Dat wil je ook niet weten." zei ik met een plagerige glimlach."Naar waar moeten we?" vroeg ik vervolgens."Ik heb de voetstappen een eindje gevolgd toen je sliep. Ze gaan richting het noorden en het lijkt er niet op dat ze gauw een andere richting uit zullen gaan. Volgens mij zal het ook niet regenen dus we zullen hun sporen voor een lange tijd kunnen volgen." Hij opende een wereldkaart die naast hem had gelegen, maar die ik nog niet had opgemerkt. We moeten via het noorden naar Denemarken. Dan moeten we de zee oversteken richting Noorwegen." Ik trok mijn neus op."Ik kom godverdomme nog maar van Syberië! Dat wordt weer eens bevriezen." Erlan grinnikte terwijl aan het einde van de tunnel licht zichtbaar werd."Zullen de andere Immortuix niet ongerust zijn?" vroeg ik."Nah, die zijn allemaal weggevlucht en ik kan mezelf verdedigen." ik maakte een hoestend geluidje.

We waren al enkele weken onderweg, en al gauw hadden we de zee bij Denemarken bereikt en konden we zo oversteken naar Noorwegen. Erlan was eerlijk gezegd best lui; wanneer we te maken kregen met Halfdierzoekers of ImmortuixJagers verroerde hij zelf geen vin en liet hij mij de straat rood verven. Het was pas de tweede week na ons vertrek, de avond dat we in Noorwegen waren aangekomen, wanneer er iets anders gebeurde dan het saaie ronddolen. Het was nieuwe maan, dus was er vrijwel geen licht aan de hemel en leken alle schaduwen zich als grijpende klauwen naar ons uit te strekken. Op dat moment stapte er een figuur die volledig in het zwart gekleed was uit een steeg. Ze hief haar hoofd niet op maar bleef strak voor zich uitkijken. Ze hield een scherpschuttersgeweer in haar hand geklemd. Erlan maakte een geluidje, en voor het eerst trok hij zelf een pistool terwijl hij me met een hand naar achteren duwde. Ik snoof en sloeg zijn arm weg. "Yukari, wat doe je?!" snauwde hij. Ik negeerde hem volkomen en liep naar de bekende figuur toe."Veronique." fluisterde ik."Waarom ben je gekomen?" Erlan keek ons om de beurten aan."Wat is hier aan de hand?" zei hij."Kennen jullie elkaar?!" Ik keek hem glimlachend aan."Of ik haar ken? Ze is mijn nicht. Hoe gaat het met Sachin en Hecta, Veronique?" vroeg ik haar."Goed." voor het eerst speelde er een glimlach om de bleekroze lippen van mijn nichtje."Waarom ben je gekomen?" vroeg ik weer."Is er iets gebeurt?" haar glimlach vervaagde even."Alles op zijn tijd." ze veegde haar lange, blonde lokken van haar smalle schouders."Ik ben hier om je te helpen. Vanessa heeft me gestuurd. Ik heb inderdaad kinderen, en Coran kan ze heus niet alleen aan, maar ze zei dat het belangrijk was." Haar bleekgouden oorbellen glinsterden toen ze haar hoofd een tikje schuinhield."Je bent gegroeid sinds de laatste keer dat we elkaar zagen." ik grijnsde."Ja. Dat kan wel. Veronique, dit is Erlan. Hij is van de Immortuixadel." mijn nicht keek Erlan aan en knikte. Ze was altijd al zwijgzaam geweest, dus op een lang gesprek met haar kon je niet hopen."Erlan, dit is mijn nicht Veronique." Erlan knikte terug."Laten we doorgaan. Veronique, wanneer kun je me vertellen waarom je precies kwam?" de Geestendoder keek me met dromerige ogen aan."Alles op zijn tijd." zei ze weer. En we zetten onze reis verder.

Al gauw hadden we een hoop bergen bereikt. Overal lag er sneeuw en het was nog koud ook, maar Veronique was nog slimmer dan ze er uitzag en redde ons dikwijls van een of andere sneeuwstorm. Ik was blij dat ze er bij was, maar dagenlang zat ik te piekeren over wat ze me "op zijn tijd" zou vertellen. Uiteindelijk kwam de lente er aan en werd het steeds warmer en warmer, maar de nachten bleven fris. Onze sperutocht naar Narcissa werd steeds vager en vager, en uiteindelijk besloten we in een grottenstelsel te gaan leven in afwachting van informatie. Iedere dag vertrok Erlan naar de steden om sporen te vinden, en pas de dag erna kwam hij terug. Het was weer een van die zeldzame rustige avonden zonder hem dat ik een gesprek aanknoopte met mijn nicht. Eigenlijk begon zij."Je hebt je haar geknipt." zei ze."Ik heb het niet geknipt. Ik heb het gehakt, gesneden, verhakkeld. Lang haar is afschuwelijk irritant, weet je." Veronique haalde een vinger door haar golvende blonde haren."Dan steek je het toch op?" Ik rolde met mijn ogen."Waarom praten we überhaupt over haar? We zijn moordenaars, haar kan ons geen bal schelen eigenlijk..." Veronique glimlachte."Tja." Opeens sprong ze recht overeind terwijl ze een dolk uit haar broeksriem trok. Ik keek haar verbaasd aan."Wat is e-" Ze sloeg het wapen diep in mijn borstkas, tussen mijn ribben door. Ik maakte een verstikt geluidje."Vero-" mijn beeld werd weggeknipt toen er een golf bloed kwam opzetten uit mijn keel. Het spetterde op de grond van de grot en bespatte onze kleren."Ik weet dat je geneest, Yukari." grijnsde Veronique. Haar dromerige karaktertrekje was spoorloos verdwenen."Maar wat als ik je nu zo veel pijn doe dat je dood wilt? Ik kan je martelen. Ik kan je zowel mentaal als psychisch pijndoen. Ik weet dat je een Halfdier bent. Erlan heeft zijn mond voorbijgepraat, zie je. Ik ben nog een schuld tegoed aan Aomine en dit is de perfecte gelegenheid..." ze draaide het mes nog wat dieper naar binnen."Vieze..slet.." kermde ik."Waarom ga je niet lekker huilen? Misschien hoort Erlan je wel. Je weet toch hoe geweldig hij je vind?" giechelde Veronique voor ze de dolk terugtrok en hem in mijn darmstreek boorde."Ik ben net nog maar in coma gegaan." zei ik knarsetanden."Ik laat het niet nog eens gebeuren!" ik trok mijn katana en haalde uit naar Veronique. Verrast door de kracht die ik had gebruikt vloog ik een stukje naar voren; Veronique had me weten te ontwijken. Ik krabbelde overeind, maar mijn nicht sloeg mijn katana met een verbazingwekkende snelheid uit mijn hand en schoot een pistool leeg op mijn rechtbeen. Ik klapte op de grond; in het begin borrelde het bloed in straaltjes uit de wonden, maar die groeiden net dicht voor Veronique me weeral openschoot."Ik vraag me af hoe lang je het kan volhouden. Ook jij hebt een pijngrens, natuurlijk. Je was Halfvos, niet? Wat als ik wat vossenwelpen opensnijd zodat jij het mooi kan zien? Er moeten er hier vast wat in de buurt zijn. Je zal bezwijken door de aanblik je soortgenoten te zien sterven." Zei Veronique met een schattig glimlachje. Ik sprong overeind, zwaaide mijn been omhoog en raakte haar recht in haar gezicht met mijn voet."Altijd voorbreid zijn op mijn high heel kick." zei ik. Ze maakte een sputterend geluidje voor ze op de grond smakte. Ik voelde zelfvoldaan hoe mijn wonden dichtgroeiden."Ja, Aomine. Ik weet dat jij er ook bent." zei ik terwijl ik me omdraaide."Maak alsjeblieft dat je wegkomt. Ik heb hier geen zin meer in." de Halfdierdoder stapte vanachter een rotswand vandaan en keek me met glanzende amberrode ogen aan."Oke, voor één keertje. We hebben immers alle tijd van de wereld. Waar zie ik je volgende keer? Zullen we teruggaan naar het Zwarte Woud?" ik klemde mijn kaken op elkaar."Oke." Aomine glimlachtte, trok een versufte Veronique overeind en wandelde weg, haar zilveren kruisbeeldje fonkelend in het licht."O ja, nog iets." ze draaide zich om."Ik heb die Erlan zonet vermoord. Ik dacht dat die zoektocht naar zijn zus je een beetje op zou houden." ik viel neer op mijn knieën.

Hoofdstuk 15Edit

Erlan gaapte en ging op weg naar de bergketen waar Yukari en Veronique waren achtergebleven. Hij was heel de nacht op zoek geweest naar sporen, maar had niets gevonden. Tot zijn verbazing zag hij geen licht van het kampvuur in de grot toen hij daar aankwam, en toen hij naar binnen keek zag hij alleen een papiertje op de grond liggen.


Wie je ook mag zijn; ik ken je vast. Je bent vast een of andere Geestendoder of Halfdierzoeker of misschien zelfs een Immortuix.

Ik heb zojuist te horen gekregen dat een van mijn beste vrienden - ook al kende ik hem nog maar voor een paar maanden - vermoord is. Ik ben een gif voor mijn familie, die ik volledig in twee zal scheuren als ik blijf leven. Ik heb geen missie meer en geen reden om voor te leven. Ik vond Erlan leuk. Echt waar.

Daarom ga ik zelfmoord plegen.


Erlan slaakte een gesmoorde kreet en stormde de grot uit. Hij speurde de rotsen af tot hij heel in de verte, nauwelijks zichtbaar, een stipje op een richel zag zitten. Hij herkende het silhouet als Yukari. Hij maakte een spurt en klauterde het pad op, hopend op tijd te zijn, om te tonen dat hij niet dood was. Om te zeggen dat hij haar ook als een vriendin zag. Terwijl hij rende haalde hij herinneringen op.

"Je moet die verdomde volkeren vanbuiten leren, zeg ik je." Amethea keek hem streng aan."Ik heb geen zin. Het leven is zo moeilijk!" klaagde Erlan."Ik pleeg liever zelfmoord ofzo! Dan ben ik er vanaf." Amethea kreeg een frons op haar voorhoofd."Niet spotten met zelfmoord. Wanneer een van je vrienden het zou doen, zou je er dan ook nog mee lachen?"

"Weet je, Erlan." Narcissa keek op van haar boek."Wordt nooit bevriend met een meisje. Voor je het weet ben je verliefd en dan komen er baby's en die moet je opvoeden." Erlan keek haar fronsend aan."Er komen niet zo gauw baby's hoor... ik wil trouwens geen kinderen." Narcissa grijnsde."Dat wil ik je over honderd jaar nog eens horen zeggen!"

"De wereld is poep." Vanessa Dew trok een wenkbrauw op terwijl ze daar naast Narcissa zat."Mensen zijn poep, het leven is poep én het heelal is poep. Wat is dit uberhaupt? Is het zelfs maar echt? WAT is dit allemaal? Ik ben echt psychisch gestoord, net als Yuki." Erlan keek haar vragend aan."Yuki?" Narcissa rolde met haar violetkleurige ogen."Mijn kleine zusje. Ze heeft ogen als een wolf; smalle pupillen en geel dat ze zijn! Je zou nog denken dat ze een Halfdier was. Onze vader geeft aan ons les. Je zal Yuki vast wel eens ontmoeten, hoop ik. Ze is heel optimistisch en ze kan evengoed vechten als ik. Op een dag wordt ze een geweldige Geestendoder!"

Erlan sprong over een richel heen, steeds dichterbijkomend bij Yukari. Uiteindelijk stond hij op een klif; aan de overkant zat Yukari neer met haar wapens naast haar liggen. Haar gele ogen waren merkwaardig glazig en voor het eerst besefte Erlan dat Yuki wel beter zou weten dan luisteren naar Halfdierdoders. Er was iets anders. Iets was haar aan het dwingen."Yukari!" schreeuwde hij."Kom onmiddellijk naar hier!!!" Ze richtte haar hoofd op. Haar smalle lichaam deinde even heen en weer en de plukjes haar die voor haar ogen hingen wipten omhoog. Ze toverde een klein glimlachje tevoorschijn. Erlan besefte dat hij haar zo gauw mogelijk moest wegkrijgen, dat hij het ding dat haar aan het verstoren was moest wegjagen. Maar hij was al te laat."Hallo, Erlan. Ik heb altijd al gedacht dat je geesten zag net voor je doodging." haar mistige blik gleed over de wapens aan haar zijde. Opeens trok de mist achter haar ogen op. Ze maakte een raar geluid en het leek even alsof ze weg wou lopen, maar iets haar tegenhield. Daarna doofden haar ogen weer en in één snelle beweging trok ze een pistool. Erlan had nooit verwacht dat ze het echt zou doen. Hij had nooit verwacht dat ze het zo zou doen. Maar toen plaatste ze de loop tegen haar slaap, haalde ze de trekker over en spatte er bloed uit de andere kant van haar hoofd, tussen haar haar door vloog de kogel naar buiten. Het pistool viel kletterend op de grond en even later volgde Yukari, haar bloed over de rotsen sijpelend vanuit de hoofdwonde.



EpiloogEdit

10 jaar later...

"Binnenkort wordt ze wakker, hè?" Erlan keek naar de datum."Dat klopt." zei Vanessa."Je dacht heus dat ze echt dood was, niet? Je had beter moeten weten. Yukari gaat niet dood. Daarvoor ken ik haar te goed." ze glimlachtte."Ik zei toch dat ze brilliant was? Een kogel door haar hersenen en ze zorgt dat ze al in coma was voor ze "stierf". Een perfecte valstrik voor Aomine; nu zal onze familie niet beschadigd worden, want iedereen denkt dat Yuki dood is. De zoektocht naar Narcissa kan bijna verdergaan. En je moet je niet druk maken, ik heb al met die dikzak gesproken en alles uitgelegd. Om de een of andere reden ging hij met me akkoord, al duurde het een tijdje voor mijn ene vinger weer was aangegroeid." Erlan glimlachtte."Je hebt gelijk. Yukari zou niet op zo'n manier zelfmoord gaan plegen, en ik had moeten weten dat het tekenen waren van haar coma. Ik heb haar immers al eerder in zo'n staat gezien." Vanessa glimlachte."Over 24 uur wordt Yukari Dew wakker."





Nog niet genoeg gehad? Lees hoe het verdergaat in het volgende deel; Vlammenlied!

Neem ook een kijkje op de overzichtspagina!