Wikia


Welkom, dit is m'n eerste boek dat ik op deze wiki schrijf, maar ik heb al meer dan vier boeken geschreven op de Warrior Cats fanfiction wiki! Je kan ze hier zien. (dit is een fantasieverhaal gekruist met de middeleeuwse tijd,)

Achterflap:

De Middeleeuwen. Wat een tijd. Zeker als je jong meisje bent. Daar weet de vijftienjarige Sonja alles van. Nu het oorlog is, is alles moeilijker. Maar bij haar is het anders, haar stad komt in opstand tegen het Zilveren Land, dat in het Oosten ligt. Zijzelf is geboren in het Blauwe Land, in het noorden. Waar het altijd sneeuwt. De meisjes leren vechten met messen, zwaarden, dolken, en pijl en boog. Ook Sonja moet meedoen, jammer genoeg. Maar dan wordt ze verliefd op de zeventienjarige Thomas uit het Zilveren land. Wat moet ze nu doen? Haar liefde kan niet altijd doorgaan. Zal ze kiezen voor haar land, of dat van Thomas?

Hoofdstuk 1Edit

Ik werd wakker doordat mijn zusje, Sophie, me een duw gaf."Kom òp! Het is tijd voor je vechttraining!" Piepte ze. Ik schoot overeind in bed en keek haar verdwaasd aan."Huh?" Sophie duwde me nog eens."Het. Is. Tijd. Voor. Je. Training!" Riep ze luid en duidelijk."Ja ja," Snauwde ik nors. Ik sprong mijn bed uit, zocht een kam, en haalde hem door mijn rode haar. Wat een geluk dat je in het Blauwe Land niet voor heks werd aangezien als je die haarkleur had! Ik liep de stoffige kamer uit (achtervolgd door een giechelende Sophie), en ging de badkamer binnen, die ik vlug afsloot voor Sophie naar binnen kon glippen. Die kleine zusjes ook. Ik liet het marmeren bad vollopen met water, kleedde me uit en ging er lekker in liggen. Aw, wat voelde dat goed! O nee, de vechttraining... dat verpestte altijd alles, ook al was ik er erg goed in. Mijn beste talenten waren dolk en zwaard, en pijl en boog viel best nog mee. Een mes was te kort om goed mee te vechten, daar moest ik niets van hebben, want dolken waren bijna hetzelfde en toch langer. Morgen zouden we leren dolkengooien en pijlschieten vanop een paard. Jezus, wat moest er daar van worden? Ik stapte het bad uit en wikkelde me vlug in een pluizige witte handdoek. Ik schoof de lichtblauwe gordijnen voor het raam een stukje weg. Ach, die sneeuw. Overal lag het, glinsterend als zilver. Als een tapijt van maanstof. Prachtig. Ik schoof de gordijnen weer dicht en kleedde me aan. Volgens mijn leraar, Victor, moesten meisjes die vochten korsetten dragen, zelf dacht ik dat als je neergestoken werd bij een gevecht, je korset je blijkbaar nog kon beschermen. Dat was dus een goed idee. Vreemd genoeg zat hij erg lekker, maar het was slecht voor je maag als je hem te strak aanspande. Toen hij goed zat deed ik er een hemelsblauwe blouse over, en daarover nog een korset-achtige leren overtreksel. Ik noemde het altijd "de bruine korset", hij zat immers even goed als een gewone korset. Dan trok ik een bruine leren broek aan die strak spande zodat ik me beter kon bewegen (in een jurk was zwaardvechten erg moeilijk), en vlechtte mijn haren, die ik daarna in een dot opstak. Ik deed ook beschermers rond mijn armen die een halve handschoen vormden. Dat was goed. Ik opende de deur, en zoals te verwachten stond Sophie vol aanbidding voor d deuropening."Ach kleintje, als het zo doorgaat mag je ook leren vechten." Zei ik teder. Ze keek stralend omhoog naar mij."Echt?!" Ze danste heen en weer. Ik rolde met mijn ogen, en ging naar mijn kamer om mijn dolken en zwaard te halen. Het zwaard stak ik in mijn rechter heupschede en de drie dolken in de kleintjes aan de linkerkant. Zo. Ik liep via de trap naar beneden, waar mijn zus, moeder en nicht al zaten. Mijn moeder, Hanna, had grote, bruine ogen en hetzelfde rode haar als ik, Sophie had rossig haar en de groene ogen van onze vader (ik had die oogkleur ook) en mijn nicht, Honey, was wees geworden nadat haar ouders waren vermoord door de leider van het Zilveren Land. Ze was best aardig, maar paste helemaal niet in ons gezin. Ze had zilverblond haar en lichtblauwe ogen, dus viel ze erg op aan de ontbijttafel. Ik kende haar al mijn hele leven, we waren best goede vriendinnen geworden. Niemand anders behalve mij in het gezin volgde ook vechttraining, dus ik was zowat hun beschermer. Jezus, zonder mij zouden ze echt niets zijn, maar ik wilde helemaal niet belangrijk zijn. Ach ja. Het moest. Ik at vlug mijn eieren en brood op, sprong van mijn stoel en greep mijn hemelsblauwe capuchon van de kapstok. Ik deed hem aan en liet de kap hangen, opende de deur, stapte de voortuin in en sloot de deur na een snelle "Daag!". Het ijs knarste onder mijn bruinleren laarzen, en het begon al zachtjes te sneeuwen. In de verte kon je een brede rivier zien, omtingd door wilgen, waarachter een woud lag waarvan de bomen zilveren bladeren hadden. Het was het Zilveren Land, waar we al precies honderd jaar mee in oorlog waren. Zonder stoppen. Mijn vader was gesneuveld voor mijn geboorte, dus ik had hem nooit gekend. Ik liep een smal pad af, naar de stallen van mijn huis. Daar maakte ik mijn roodbruine hengst, Parcival, los en maakte mijn zadel vast aan zijn rug. Ik besteeg hem in één vloeiende beweging (ik leerde paardrijden bij de vechttraining) en gaf hem de sporen. In een kleine draf reden we langs de hoofdweg, tot ik hem sneller deed gaan in een gewone draf. In de verte zag ik het Vechthuis, waar mijn training plaatsvond. Het waren allemaal jonge meisjes, namelijk vijftienjarigen zoals ik. Mijn beste vriendin Eva had daar ook les. Aan haar kon ik alles kwijt. O ja, dan had je nog Cindy's groepje, een vijftal aanstellerige meisjes die altijd giechelden. Dan waren er ook Belinda, Sara en Cho. Niet veel dus. Maar we waren erg goed, ons eerste gevecht zou volgende week Groendag* plaatsvinden. Dat was over vijf dagen plaatsvinden, want nu was het Bleekdag. Ik opende de zware houten deur en stapte naar binnen. De les was nog niet begonnen, dus de meisjes waren lekker aan het kletsen op de leuning of treden van de marmeren trap. Cindy had zelfs het lef om van de leuning naar beneden te glijden aangemoedigd door Cho. Ugh. Ik liep naar Eva toe, die naast Sara zat."Hoi!" Zei ik opgewekt. Sara en Eva groetten even vrolijk."Hoi Sonja, hopelijk ging het aankleden makkelijk?" Vroeg Sara. Ik grinnikte."Tuurlijk, waarom? Was jouw korset weer te strak?" Sara giechelde even."Ja! Dat was het geval. Nu je het zegt, hij zit nog steeds niet goed!" Ze begon te wriemelen aan de touwtjes op haar rug."Ach, kop op, je doet het erg goed tijdens de lessen!" Zei Eva spontaan."Ja, omdat ik me net een opgeblazen kikker voel!" Snauwde Sara, worstelend met de korset."Wanneer kom Victor nu? Die mentor van ons is niet bepaald de snelste!" Eva speurde de rijen leerlingen af, maar zag blijkbaar niets verdachts."Ach ja, hij zal wel komen." Voegde ze er snel aan toe.

  • Groendag = Dinsdag.
  • Bleekdag = Donderdag.

Hoofdstuk 2Edit

"Sonja, jij moet de dolk nu naar het mikpunt gooien." Victor ijsbeerde over het besneeuwde grasveld. Ik greep de zilveren dolk extra stevig vast en hielde hem op de juiste afstand. Ik wierp hem met één snelle beweging naar voren, en de dolk boorde zich diep in de hooien plaat."Goed. Eva en jij vormen een paar om te zwaardvechten, Cho en Sara, Cindy en Hazel, Belinda en Holly." Beval Victor. Hij wachtte tot we verdeeld waren en ging dan kijken hoe we de goede positie innamen voor het schermen. Eva leek zenuwachtig, de zwaarden waren ook geslepen, dus je kon gewond raken. Ik gaf haar een zacht knikje, ten teken dat ik voorzichtig ging zijn, en greep mijn zwaard extra goed vast. Ik stak vooruit, zij ontweek en sloeg mijn zwaard weg, ik dook onder haar schouder door en maakt een zijwaardse koprol toen ze wou aanvallen. Ze hakte in op de plaats waar ik net geweest was, ik gleed over de grond en ramde haar omver zodat ze haar evenwicht verloor en op de grond klapte."Goed Sonja, Eva, jij zou het gehaald hebben moest je ook een ontwijking gedaan hebben met een koprol." Zei Victor. Dan ging hij naar Belinda en Holly."Die was goed, ik zag die klap niet aankomen." Hijgde Eva toen ik haar overeind hees."Jij was ook erg goed!" Prees ik haar."Dat zwaard stak bijna in mijn onderrug." Eva kreeg een kleur."Sorry, moest ik geleund hebben zou ik je zeker doorboord hebben." Mompelde ze. Ik porde haar."Kop op, dan zou ik misschien nog geleefd hebben!" Eva glimlachte even. 

Ik liep terug via de hoofdweg. Ik had Parcival al thuis laten afzetten, zelf wou ik nog eens wandelen. Opeens kraakte er een takje aan de overkant van de rivier. Ik speurde de oever af, tot ik iets zag bewegen. Een witte capuchon. Een krijger van het Zilveren Land. O nee. Ik dook met een koprol achter een besneeuwd bosje, mijn vlecht zwiepte even en ik greep hem vast. Takken kraakten, ik voelde mijn spieren aanspannen. Ik moest mezelf verdedigen! Ik sprong over het bosje heen, recht op de vijand. Het was een jongen, van achtien tot zeventien jaar oud. Hij slaakte een kreet toen ik hem besprong, maar wist me weg te rammen. Ah, dus zo wilde hij het spelen. Ik greep mijn zilveren dolk, greep hem vast en hield het wapen tegen zijn keel."Wat doe je hier?!" Siste ik. Hij duwde me weg. Ik bleef op hem neerkijken. O Jezus, wat zag hij er goed uit. Met gitzwart haar en blauwgrijze ogen. Maar ik bleef hem kil aankijken, mijn dolk in mijn hand."Sinds wanneer kunnen vrouwen vechten?!" Hijgde de jongen. Ik snoof."Sinds wanneer mag je de grens over?!" Siste ik terug. De jongen staarde me aan."Hoe heet je?" Ik was totaal overdonderd."Wat?!" Ik gaf hem een duw."Ik heet Het Meisje Dat Kan Vechten, maar dat is wel logisch." Ik keek verveeld naar mijn dolk."Nee, serieus, hoe heet je?" Vroeg de jongen nog eens."Ik heet Sonja," Zei ik. Tot mijn ergernis begon ik te blozen."Ik heet Thomas." De jongen ging overeind staan."Woon je daar?" Hij wees op mijn huis in de verte."Ja." Ik knikte."Meer zeg ik niet, Thomasje, want ik moet weg. En jij ook. Ik help graag mensen, ik dood ze niet." En met een zwiep van mijn vlecht liep ik terug, terwijl Thomas' ogen in mijn rug prikten.

Hoofdstuk 3Edit

Ik opende de gordijnen en deed het raam een stukje open. Ik sliep liever zo. Ik kroop in mijn bed en rolde me op mijn zij. Dat voelde goed.

"Hé! Sonja, kom hier! We moeten praten!" Een stem wekte me. Verdorie, het was Thomas! Ik sprong mijn bed uit en deed vlug mijn kleren (exlusief korset) aan. Ik klom op de vensterbank en wierp een blik naar omlaag. Thomas stond heen en weer te lopen, en keek omhoog toen hij beweging zag."Je bent er!" Riep hij blij. Ik keek hem kwaad aan."Wees stil!" Snauwde ik, en sprong omlaag met een soepele beweging. Thomas keek om zich heen."We moeten praten." Fluisterde hij. Ik keek hem achterdochtig aan en wachtte tot hij me voorging. Ik sloot mijn vingers om het gevest van mijn zwaard toen we over de bevroren rivier liepen. Dan waren we in het Zilveren Land. Ik volgde Thomas tot bij een rotsgebergte vol sneeuw vochtig mos. Daar ging hij bij een beek zitten en staarde naar het water."Laat ik het zo zeggen." Begon hij."Mijn vader, de leider, is van plan om jullie aan te vallen, overmorgen." Zei hij snel. Ik keek hem stomverbaasd aan."Wat ben jij een verrader zeg!" Snauwde ik. Waarom moest hij dat vertellen? Wat voor redenen had hij om geen loyale krijger te zijn?"Waarom zeg je dat?" Vroeg ik achterdochtig."Na de ontmoeting met jou zie ik dat jullie helemaal niet gemeen zijn." Zei Thomas zacht. Ik kon mijn lach niet inhouden."Ja, echt hoor, ik heb je aangevallen. Alsof ik dat geloof." Ik draaide me met een ruk om, en rende terug naar de grens. Opeen schoot een pijl recht voor mijn ogen voorbij. Dat was vreselijk eng. Met bonzend hart keek ik de richting waar hij vandaan kwam uit, en greep mijn dolken extra goed vast. Een krijger sprong tevoorschijn, hij had witte kleren aan. O nee. Ik schoot naar voren en ramde hem omver, hij greep een zwaard en zwaaide ermee, waarbij hij mijn hoofd er bijna afhakte. Ik slaakte een gil en dook onder zijn arm door, rolde om tijd te winnen en gaf hem een trap tegen zijn hoofd. Hij viel met een klap op de grond. Ik keek hijgend naar het bloed dat de sneeuw roodkleurde. O mijn God. Ik had een man vermoord. Bijna dan."Sonja! O God, ik dacht even dat die pijl je hoofd doorboord had!" Thomas rende naar me toe. Hij verstijfde bij het zien van de bloedende krijger."O verdorie, Sonja, ga weg, ik regel het hier verder wel." Zei hij. Ik knikte hooghartig en liep snel terug naar de grens, waar ik meteen over de rivier sprong. Arrogante Thomas stond bij de oever met het lijk van de krijger achter hem. Ik keek hem even aan. Hij staarde terug. Wat gebeurde er in Godsnaam? Ik schudde mijn hoofd en liep terug via de hoofdweg, eenmaal bij mijn huis klom ik omhoog via de muur en kroop over de vensterbank. Ik kleedde me vlug uit, legde mijn wapens in hun kist, en ging weer liggen. Thomas was raar, maar aardig. Ik moest mijn dorp subtiel voorbereiden op een gevecht.

Hoofdstuk 4Edit

Ik wachtte gespannen af in de barak. Cho, Belinda, Sara en Victor waren samen met de mannelijke groep al vertrokken naar het slachtveld. Zelf wachtte ik af met Eva, Cindy, Hazel en Holly. Hazel greep haar boog extra goed vast, Holly oefende nog een laatste keer met zwaardvechten en Eva en Cindy waren aan het dolkgooien. Zelf was ik net klaar met mijn laatste oefening, nu zat ik handenwringend op een krukje. Eva plofte met een rood hoofd naast me neer."Oef, daar ben ik ook weer klaar mee." Pufte ze. Victor stormde naar binnen. Zijn mouw was opengereten en bloed rupte op de grond."Vlug! Jullie gaan nu vechten!" Beval hij. Ik sprong overeind en greep mijn zwaard. Met een strijdkreet werd ik gevolgd door Eva, Cindy, Hazel en Holly. Ik besprong een krijger met bruin haar, en reet zijn schouder open met een haal van mijn zwaard. Hazel werd weggemept en verdween uit het zicht. Holly bloedde uit een keelwond. Ik ramde een vrouwelijke krijgster weg en haalde haar arm open. Opeens zag ik Thomas. Hij schoot snel en behendig een paar pijlen naar Victor, die ook al terug was gerend. Ik ramde hem uit de baan van de pijlen, en wist er net een te ontwijken. De andere miste me op een haartje. Thomas keek geschrokken, ik wierp hem een waarschuwende blik toe. Maar Thomas negeerde me en sprong van de rots waar hij op stond. Hij greep me aan mijn arm en trok me achter een rotsblok."Alles oké?" Vroeg hij. Ik keek hem kwaad aan."Waar denk je wel dat je mee bezig bent?! Je màg me helemaal niet kennen!" Snauwde ik. Thomas kreeg een kleur."Je bent aardig tegen me, hoe kan ik je dan negeren?" Vroeg hij vol wanhoop. Dan besefte ik in welke situatie we verkeerden. Thomas was verliefd op me. Verdorie. Ik keek hem met grote ogen aan."Jij houd je klep, ik heb je niet nodig, jij bent een vijand!" Grauwde ik. Maar voor ik weg kon stormen hield Thomas me tegen."Alsjeblieft, Sonja, ik hou van jou! Hoe kan ik je dan negeren?! Elke keer als ik je zie krijg ik een warm gevoel!" Hij kon een wanhopige onderklank niet verbergen. Ik kon er niets aan doen. Ik staarde hem aan. Groene ogen staarden in blauwe. Het leek gewoon eeuwen te duren. dan keek ik weg."Ik hou ook van jou. Maar het mag niet. het kàn niet." Ik rende weg, met achterlating van een half blije, half droevige Thomas. Maar dan kreeg ik een klap in mijn zij, ik werd achterover geworpen, maar Thomas was al voor me gaan staan."David, laat dat!" Snauwde hij. Maar David ramde Thomas opzij, ik sprong overeind en stak zonder aarzelen mijn zwaard vooruit. David deed hetzelfde. Meer dan een decimeter staal boorde zich in mijn buik, door mijn ribben naar binnen. Mijn pupillen vernauwden zich tot streepjes. Voor ik wist wat er gebeurd was trok David het wapen weer uit mijn lichaam. Mijn zwaard viel rinkelend op de grond. Thomas wou naar me toe rennen, zijn gezicht was doodsbleek. Maar ik keek hem waarschuwend aan. David gaf hem een por en trok hem weg. Bloed drupte op de grond. Ik viel half voorovergebogen neer, terwijl de bloedvlek op mijn blouse steeds groter werd. Shit. Thomas verdween in de vechtende menigte. Ik viel nu helemaal voorover, en een plas bloed vormde zich onder me. Ik sloot mij ogen. Ik zou sterven, dus liever snel dan traag. Maar op een gegeven moment was ik blijkbaar leeg. In een plas naast me kon ik mezelf zien, doodsbleek, zelfs mijn lippen waren grauw. Ik sloot mijn ogen weer, maar opeens werd ik op mijn rug gedraaid."Verdomme, Sonja, je had ervoor moeten zorgen dat die sukkel David van je afbleef!" Snauwde Thomas furieus. Ik opende mijn ogen half."Ja, dat zou erg makkelijk geweest zijn." Murmelde ik."O mijn God, zoveel bloed." Thomas's ogen werden groot."Dat is logisch al je door twintig centimeter staal doorboord word. Maar volgens mij is het gestopt met bloeden... of toch niet." Ik sloot mijn ogen weer."Is jouw groep hier nog? Want ik kan je niet helpen." Thomas hees me half overeind."Ja, de... verplegers doen al een ronde. Ga Thomas, je moet gaan, ik red me wel." Thomas aarzelde, maar knikte dan en legde me neer."Laat morgen iets van je horen." Zei hij. Zijn stem trilde."Ja, zal ik doen, als ik nog leef tenminste." Zei ik met een flauw glimlachje. Dan ging Thomas weg.

Hoofdstuk 5Edit

"Het valt toch mee? Waarom kan je dan niet naar de training?" Eva keek me vragend aan."Noem je dit meevallen?!" Ik hield mijn duim en wijsvinger even ver van elkaar als het zwaard mij had doorboord. Eva bloosde even."Nee. Sorry." Ze drukte het perkament tegen haar borst."Maar, volgens Zach zijn we aan het winnen!" Zach was de leider van hun groep, hij was een goede vechter. Ik knikte."Als die rotoorlog voorbij is zijn we vrij! Dan kunnen we gaan en staan waar we willen." Maar mijn glimlach versomberde toen ik aan Thomas dacht. Zou hij verdreven worden? We zaten bij het raam dat uitkeek op de ijzige vlaktes. Fijne linnen grodijnen hingen aan weerszijden, en het raam besloeg de helft van een zijde van mijn huis. Ervoor waren sofa's in een saffierblauwe kleur, de leuningen waren beschilderd met goudverf. Er plakten zelfs lichte ijskristallen op de binnenkant van het raam. Ik streek er langs met mijn vingers."Wel, als ik jou was zou ik niet gaan paardrijden, je wilt niet dat die wond weer opengaat." Eva wees even naar de plek onder mijn jurk waar het verband zat."Ja, dat zou ik nooit riskeren." Ik zuchtte zachtjes en staarde weer uit het raam. Een jurk dragen was vreemd, vooral als je gewend was in aansluitende leren broeken en korsetten te lopen. Nu ja, ik droeg geen korset uit angst dat ik weer zou gaan bloeden... Ik zag in de verte de zon ondergaan in een waas van zuiver rood licht. Wat was dat prachtig."Ik ga even naar buiten." Zei ik vlug. Ik ging traag overeind zitten en liep voorzichtig naar de deur. Eenmaal buiten trok ik mijn capuchonkap over mijn hoofd en stak mijn zwaard in mijn schede. Dan keek ik bedroefd naar de stallen. Geen Parcival voor vandaag. Ik liep vlug door de sneeuw naar de hoofdweg, waar een steiger naar de river liep. Ik ging zachtjes op het ijs staan en liep naar de overkant. Eenmaal daar klom ik moeizaam op de oever en glipte het woud in. Daar was een schim. Thomas."O God, Sonja, ik dacht dat je het niet overleefd had!" Riep hij zacht. ik deed mijn kap van mijn hoofd."Ja. Maar je kan zien dat ik niet geslapen heb." Dat was waar. Mijn huid was bleek en ik had donkere kringen rond mijn ogen. Thomas zag er uit alsof hij me wou omhelzen, maar hij  hield zich in."Doe maar. Maar wel opletten, het doet pijn." Thomas straalde. Hij sloeg zijn armen rond mij, en ik deed hetzelfde."Je bent een goede vriend!" Zei ik. Thomas bloosde even."Bedankt." Ik keek even naar mijn kant van de oever."Ik ken een mooie plek, waarom kom je niet mee?" Thomas dacht even na."Oké. Ik volg je." Ik rolde even met mijn ogen en stapte op het ijs. Dan hees ik me met enige moeite en een grimas op de andere kant. Thomas liep achter me aan. Ik kwam bij een door de sneeuw bedekt rotsoppervlakte, zo plat als maar kon bij de bergen. Ik veegde de sneeuw bij een bevroren poel weg, en deed hetzelfde met enkele keien die een luik bedekten."Kom." Ik sprong omlaag, en plofte neer een niveau lager, waar ik hijgend tegen de rotswand leunde. Thomas volgde kort na mijn sprong."Is er iets?" Vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd."Nee, alles is goed." Ik begon op een drafje de tunnel door te lopen. Verderop ontdekte ik een fakkel. Ik greep hem vast zonder vaart te minderen en rende door, achternagezeten door een vragenstellende Thomas."Is daar misschien de Tuin Van Eden? Of een zwembad? Of een bos met herten? Ik eet namelijk graag hertenvlees.." "Mond dicht!" Snauwde ik. Thomas hield beteuterd zijn mond.

"We zijn er. Ik liep via een gammel brugje over een ravijn en dan ging ik op de rand staan wachten op Thomas. We moeten omhoog." Ik wees op een in de rotsen uitgeslepen trapje. Die beklom ik, dan duwde ik tegen het dak, dat zich piepend opende. Ik kroop door de heldere opening omhoog, en doofde de fakkel in de sneeuw. Dan sprong ik er helemaal uit, en ging naar het stuk waar geen sneeuw lag. Er waren velden. Grote, bebloemde, frisgroene velden. Thomas' mond viel open toen hij het zag."Jezus..." Mompelde hij. Ik knipoogde even en rende over het groene gras."Wat is dit?" Vroeg Thomas stomverbaast."Ik noem het het Groene Land. Ik ontdekte het toen ik twaalf was."

Hoofdstuk 6Edit

Ik klopte het tapijt uit tegen de vensterbank en smeet het dan op de grond, waar ik hem zo schoof tot het goed lag. Dan begon ik de rondslingerende kleren op een hoop te gooien en greep een mand vast, waar ik ze vervolgens in stopte. Ik gooide de mand naar Sophie toe, die op de gang stond en hem met een gilletje wist te vangen. Ik grinnikte even en sloot de deur. Dan maakte ik de bedden op. De kamer zag er al veel beter uit, en ik ging vlug naar mijn eigen kamer terwijl Sophie schreeuwde dat ik de was moest doen. Ik negeerde haar, pakte het bronzen sleuteltje voor mijn deur en sloot hem. Ik slofte naar de kleerkast en dacht suffig na wat ik nou moest aantrekken. Uiteindelijk koos ik een donkergroene jurk en deed hem snel aan. Ik stak mijn haar op met twee stokjes, opende de deur, liep langs Sophie heen en opende de kist in de gang waar mijn verdomde korset lag. Ik greep hem, gooide hem met een boog de kamer in, gleed langs de trapleuning naar beneden, negeerde een jammerende Sophie, en sprong de deur uit, terwijl ik haastig mijn capuchon en dolken meegriste. BINNEN KORT

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.